Mensen op vrachtschepen in de Zwarte Zee leven in grote spanning
Beeld: Chris Pagan / Unsplash

Weer droneaanvallen op Zwarte Zee bij Roemeense kust

Woensdagavond en donderdagnacht zijn voor de Roemeense kust twee vrachtschepen in brand gevlogen, mogelijk als gevolg van Russische droneaanvallen. De twee tankers lagen voor anker in de Zwarte Zee. Zeven bemanningsleden worden nog vermist. Eerder deze week werden ook schepen voor de Bulgaarse kust aangevallen. Sinds begin oktober zouden minstens zes schepen zijn getroffen.

Door Tinus Guichelaar

De graanexport vanuit Rusland en Oekraïne wordt steeds verder bemoeilijkt door aanvallen op schepen en havens in de Zwarte Zee. Voor boeren in beide landen stapelen de problemen zich op. Grote hoeveelheden geoogst graan blijven in opslag liggen, terwijl de onzekerheid over de afzet groeit. Ook op de internationale graanmarkt kunnen de gevolgen merkbaar worden.

Deze aanvallen vonden plaats in de omgeving van het Sulina-kanaal, een belangrijke verbinding tussen de Donau en de Zwarte Zee. Deze vaarroute is van groot belang voor de export van Oekraïens graan. Omdat de eigen Oekraïense havens regelmatig onder vuur liggen, wordt een aanzienlijk deel van de graanexport via Roemenië afgehandeld. Ook deze alternatieve route wordt nu steeds onveiliger.

Russische graanschuren zitten vol

Niet alleen Oekraïne, maar ook Rusland ondervindt grote problemen bij de uitvoer van landbouwproducten. Oekraïense droneaanvallen op Russische havens aan de Zwarte Zee en de Zee van Azov hebben het graantransport ernstig verstoord. Vooral in het zuiden van Rusland zitten opslagplaatsen daardoor overvol.

Voor de Russische akkerbouwers komt dat op een zeer ongelukkig moment. In verschillende regio's is sprake van een goede oogst, maar door de beperkte exportmogelijkheden kunnen boeren hun producten moeilijk kwijt. Het grote binnenlandse aanbod zet de graanprijzen onder druk.

De Russische graanexport liep in de eerste drie weken van augustus terug van 2,9 miljoen ton vorig jaar naar 1,4 miljoen ton dit jaar. Voor boeren betekent de stagnerende afzet dat zij hun graan soms tegen kostprijs of zelfs met verlies moeten verkopen. Anderen proberen hun oogst langer op te slaan, maar beschikken niet altijd over voldoende opslagcapaciteit of financiële reserves.

De Russische overheid onderzoekt inmiddels alternatieve exportroutes, waaronder transport via de noordelijke havenstad Moermansk. Vanuit belangrijke landbouwgebieden zoals Stavropol betekent dat echter een transportafstand van meer dan 3.000 kilometer, met enorme extra kosten.

Gevolgen voor internationale graanmarkt

Rusland en Oekraïne behoren tot de belangrijkste graanexporteurs ter wereld. Wanneer beide landen minder graan kunnen uitvoeren, kan dat de internationale handelsstromen en prijsvorming beïnvloeden. Vooral landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten zijn sterk afhankelijk van graan uit het Zwarte Zeegebied.

Terwijl de exportproblemen op de wereldmarkt tot hogere prijzen kunnen leiden, profiteren boeren in de getroffen gebieden daar nauwelijks van. Door het overschot aan graan op de binnenlandse markt staan hun opbrengstprijzen juist onder druk.

Ook voor Europese graantelers zijn de ontwikkelingen relevant. Langdurige verstoringen van de export uit het Zwarte Zeegebied kunnen gevolgen hebben voor de Europese graanprijzen. De tarwe prijzen in Europa stegen de afgelopen dagen al licht.

Voor boeren in Rusland en Oekraïne is de situatie ondertussen nijpend. De oorlog bedreigt niet alleen de afzet van de huidige oogst, maar ook de financiering van het volgende teeltseizoen. Zonder inkomsten uit graanverkopen wordt het voor een deel van de bedrijven steeds moeilijker om zaaizaad, kunstmest en brandstof te betalen.

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

A hopeful feeling in Kamerik, Utrecht Netherlands
Beeld: Datingjungle / Unsplash

Biologisch areaal groeit naar 5,4%, sector pleit voor investering

Het aandeel biologisch areaal in Nederland groeit naar 5,4%, maar blijft achter bij de ambities.

Door Tinus Guichelaar

Het aandeel biologisch areaal in Nederland is in 2026 gestegen naar 5,4%. Dit betekent een groei ten opzichte van het vorig jaar, maar het biologische bedrijfsareaal komt nog niet in de buurt van de gestelde doelstellingen.

De groei van het biologische areaal versnelt geleidelijk sinds 2015, maar de huidige snelheid van uitbreiding is onvoldoende om de langetermijndoelstellingen te bereiken. Een verdere versnelling van deze groei zal nodig zijn om de ambities waar te maken.

Ondertussen pleit de agrofoodsector voor investeringen in de sector. Vijftig bedrijven en onderzoeksinstellingen, onder leiding van Wageningen Universiteit, roepen het kabinet op 450 miljoen euro beschikbaar te stellen voor plantveredeling en nieuwe technologie in de landbouw- en voedselsector.

Claas Trion 530
Beeld: Ronald Pekkeriet / TractorFan

Onduidelijkheid over Amerikaanse maïsramingen drukt op granenmarkt

De granenmarkt reageert op onzekerheid over Amerikaanse maïscijfers en blijft geplaagd door schaarste van eiwitrijke grondstoffen.

Door Tinus Guichelaar

De granenmarkt wacht vanavond op het Wasde-rapport van het Amerikaanse USDA. Het rapport moet mogelijk erkennen dat het Amerikaanse verbruik van maïs voor veevoer eerder te hoog is ingeschat. Dit soort herzieningen kunnen grote invloed hebben op prijzen wereldwijd.

Ondertussen laat de grondstoffenmarkt voor diervoeders gemengde bewegingen zien. Graanprijzen zijn per saldo licht gestegen, terwijl sojaschroot op een relatief hoog niveau blijft door krappe beschikbaarheid in Europa en onzekerheden rond de Amerikaanse oogst. Ook raapschroot, zonnebloemzaadschroot en diverse bijproducten staan onder druk.

Rusland voert ondertussen de tarwe-export via de Oostzee op. Havens in Letland en Litouwen spelen daarbij een opvallende rol, wat de verschuiving van logistieke routes onderstreept.

Bronnen