Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Boerenprotest NH boeren bij conferentie Provincie NH
Boerenprotest NH boeren bij conferentie Provincie NH Beeld: Grasbaal / TractorFan

Steun van de ombudsman, helpt dat de boeren?

De overheid is de afgelopen tien jaar onbetrouwbaar geweest tegenover boeren. Dat concludeert de Nationale ombudsman Reinier van Zutphen. Zijn oordeel komt op een opmerkelijk moment: amper een dag eerder presenteerde het kabinet nieuwe stikstofplannen die opnieuw veel vragen oproepen. Boeren krijgen erkenning voor jarenlange onzekerheid, maar wat levert die erkenning concreet op?

Door Tinus Guichelaar

Volgens de Nationale ombudsman hebben boeren jarenlang te maken gehad met wisselende regels, tegenstrijdig beleid en onduidelijke besluiten. Dat heeft niet alleen gevolgen gehad voor hun bedrijven, maar ook voor hun gezinnen. Investeringen werden uitgesteld, toekomstplannen kwamen stil te liggen en het vertrouwen in de overheid raakte beschadigd.

De ombudsman adviseert de overheid om duidelijke doelen voor de lange termijn vast te stellen, meer regie te nemen en ervoor te zorgen dat verschillende overheden beter samenwerken.

De praktijk haalt het rapport meteen in

De timing is nogal ironisch. Terwijl de ombudsman waarschuwt voor de gevolgen van onvoorspelbaar beleid, presenteert landbouwminister Van Essen een nieuw stikstofpakket waarin opnieuw veel aan de provincies wordt overgelaten.

De oorspronkelijk voorgestelde bufferzones van 500 en 1000 meter rond kwetsbare natuurgebieden worden voorlopig niet verplicht ingevoerd. Provincies mogen zelf bepalen hoe ze de stikstofdoelen bereiken en krijgen daarvoor tot september 2028 de tijd.

Dat biedt ruimte voor lokaal maatwerk, maar betekent ook dat boeren in verschillende provincies met uiteenlopende maatregelen te maken kunnen krijgen. Welke eisen uiteindelijk voor een individueel bedrijf gaan gelden, is op dit moment nog niet duidelijk.

Ook de aangekondigde legalisatie van PAS-melders biedt voorlopig vooral perspectief op papier. Het kabinet wil deze bedrijven vóór juli 2027 aan een vergunning helpen, maar hoe dat juridisch mogelijk wordt gemaakt, moet nog worden uitgewerkt. Zeven jaar na de PAS-uitspraak wachten duizenden ondernemers dus nog altijd op zekerheid.

Nieuwe eisen, oude problemen

Stichting Stikstofclaim bekritiseert de plannen omdat opnieuw ingrijpende maatregelen worden voorgesteld zonder dat de vastgelopen vergunningverlening daadwerkelijk wordt opgelost.

Tegelijkertijd dreigt de stichting met een rechtszaak over de mestnormen voor melkvee. Volgens Stikstofclaim wil de overheid strenger handhaven op basis van normen waarvan wetenschappelijk onderzoek inmiddels heeft aangetoond dat ze aanpassing behoeven.

Ook hier speelt dezelfde vraag: hoe betrouwbaar is een overheid die ondernemers aan regels houdt, terwijl ze zelf achterloopt met het actualiseren daarvan?

De problemen die de ombudsman beschrijft, zijn daarmee niet uitsluitend een kwestie van het verleden.

Erkenning is nog geen oplossing

Het oordeel van de ombudsman heeft wel degelijk betekenis. Het is een onafhankelijke bevestiging dat de overheid tekort is geschoten in haar omgang met boeren.

Maar de ombudsman kan geen vergunningen verlenen, geen stikstofregels vernietigen en geen schadevergoedingen afdwingen. Zijn aanbevelingen zijn niet juridisch bindend.

Voor boeren die al jaren wachten op een vergunning, niet kunnen investeren of hun bedrijfsvoering moeten aanpassen aan telkens veranderende regels, verandert er door dit rapport voorlopig niets.

Het oordeel kan wel worden gebruikt om politieke druk uit te oefenen op Brussel, om betere overgangsregelingen te bepleiten en om de overheid aan te spreken op de gevolgen van haar handelen.

Deel dit artikel

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Deel dit artikel

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Strijd tegen droogte en muizenplagen
Beeld: Oane Jorrit / TractorFan

Muizenplaag vreet weilanden kaal, boeren zetten land onder water

Een extreme muizenplaag veroorzaakt massale schade aan graslanden in Nederland, waarop boeren hun percelen onder water zetten als noodmaatregel.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

Weilanden in Nederland vertonen grote bruine, kale vlekken door een extreme muizenplaag. Oorzaak is de droogte, die ervoor zorgt dat muizenpopulaties explosief groeien en het gras volledig afvreten.

Boeren zetten hun percelen onder water als noodmaatregel om de dieren te verdrijven of te verdrinken. Deze drastische ingreep helpt enigszins, maar kan de schade niet voorkomen. De economische gevolgen voor melkveebedrijven zijn groot: op sommige plekken loopt de kostenmeerpost al in de tonnen. Boeren beschouwen dit als ondernemersrisico, maar voelen zich er desondanks zwaar door getroffen.

Deel dit artikel