Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Ascaris lumbricoides adult worm
Een volwassen spoelworm. Eet smakelijk. Beeld: SuSanA Secretariat / Wikimedia Commons

Gezonder door spoelwormen, kan dat?

Muizen die eerder besmet zijn geweest met een spoelworm, blijken veel beter bestand tegen een gevaarlijk griepvirus. Dat ontdekten onderzoekers van onder meer het Radboudumc. De parasiet zorgt ervoor dat het afweersysteem minder heftig reageert, waardoor de longen minder schade oplopen. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

Spoelwormen zijn parasieten die bij mensen en dieren voorkomen. In de veehouderij zijn ze vooral bekend als ongewenste gasten. Zo kunnen spoelworm infecties bij pluimvee en varkens leiden tot zware gezondheidsproblemen, verminderde voerbenutting en productieverlies.

Toch blijken parasitaire wormen ook een bijzondere invloed te hebben op het immuunsysteem van hun gastheer. Onderzoekers van de NYU Grossman School of Medicine in New York en het Radboudumc in Nijmegen hebben ontdekt dat een eerdere worminfectie muizen kan beschermen tegen de gevolgen van een ernstige griepinfectie.

Alle eerder besmette muizen overleefden

De onderzoekers verdeelden muizen in twee groepen. Eén groep werd besmet met een parasitaire spoelworm, terwijl de andere groep geen worminfectie doormaakte. Enkele weken later kregen alle muizen een gevaarlijke variant van het griepvirus H1N1 toegediend.

Het verschil was opmerkelijk. Alle muizen die eerder een worminfectie hadden doorgemaakt, overleefden de griepinfectie. De muizen zonder eerdere worminfectie overleden.

Dat kwam niet doordat de eerste groep het virus sneller opruimde. De hoeveelheid virus was bij beide groepen vergelijkbaar. Het verschil zat in de reactie van het afweersysteem.

Minder schade door eigen afweer

Bij een ernstige griepinfectie wordt een belangrijk deel van de ziekteverschijnselen veroorzaakt door de afweerreactie van het lichaam zelf. Een te heftige ontstekingsreactie kan het longweefsel beschadigen en de ademhaling ernstig verstoren.

De onderzoekers ontdekten dat een eerdere worminfectie bepaalde afweercellen, zogenoemde macrofagen, langdurig beïnvloedt. Deze witte bloedcellen bevinden zich onder meer in de longen en hebben normaal gesproken als taak om ziekteverwekkers, lichaamsvreemde stoffen en beschadigde cellen op te ruimen.

Na een worminfectie blijken gespecialiseerde macrofagen een soort geheugen te ontwikkelen. Bij een volgende infectie zorgen ze ervoor dat het afweersysteem minder agressief reageert.

‘Deze cellen slaan een eerdere ervaring met een worm op in een soort geheugen, en zorgen vervolgens voor een tolerante afweer bij een volgende infectie’, legt promovendus Yavor Yordanov van het Radboudumc uit.

Daardoor ontstaat minder schadelijke ontsteking, herstelt het longweefsel sneller en blijft de ademhaling beter behouden.

Bescherming zonder spoelworm

De onderzoekers konden de rol van deze macrofagen bevestigen met vervolgexperimenten. Wanneer ze de betreffende afweercellen verwijderden, verdween het beschermende effect. Door de cellen over te brengen naar andere muizen kon de bescherming juist worden hersteld.

Ook slaagden de onderzoekers erin hetzelfde beschermende effect op te wekken met twee gezuiverde signaalmoleculen, zonder daarvoor een worminfectie nodig te hebben.

Dat biedt mogelijkheden voor een nieuwe benadering van infectieziekten. In plaats van uitsluitend het virus te bestrijden, zou een behandeling zich ook kunnen richten op het beperken van de schade die de eigen afweerreactie veroorzaakt.

De onderzoekers vonden bovendien vergelijkbare macrofagen in menselijke longen. Of de bescherming bij mensen op dezelfde manier werkt, moet nog worden onderzocht.

Volgens hoogleraar Musa Mhlanga van het Radboudumc zou een dergelijke behandeling vooral tijdens toekomstige pandemieën van waarde kunnen zijn. Omdat de aanpak zich richt op de reactie van het lichaam in plaats van op een specifiek virus, zou deze mogelijk breder toepasbaar zijn.

Deel dit artikel

10. Habtamu de Hoop horizontaal
Beeld: Partij van de Arbeid from Amsterdam, Nederland / Wikimedia Commons

Habtamu de Hoop geeft boeren de schuld van de woningcrisis

Volgens Habtamu de Hoop wordt de woningcrisis veroorzaakt doordat boeren teveel aan hun bezit vasthouden. Het verdwijnen van de boeren zou dus veel kunnen oplossen.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt
Video op Facebook Je bent dertig en woont nog op je oude kinderkamer, en volgens PRO-Kamerlid Habtamu de Hoop is de boer de schuldige, want die houdt grond 'bezet'. Het Economisch Instituut voor de Bouw rekende deze...

Stel, we nemen de diplomaloze politicus serieus. Morgen verdwijnen alle boeren uit Nederland. Alle landbouwgrond komt beschikbaar en de stikstofuitstoot door de landbouw valt volledig weg. Is de woningcrisis dan opgelost?

Het korte antwoord is nee.

Nederland kampt in 2026 met een statistisch woningtekort van ongeveer 384.000 woningen. Dat tekort is niet van de ene op de andere dag ontstaan. Jarenlang bleef de woningbouw achter bij de groeiende vraag, terwijl bevolkingsgroei, kleinere huishoudens, hoge bouwkosten en ingewikkelde procedures de druk op de woningmarkt verder opvoerden.

Zelfs wanneer alle Nederlandse landbouwgrond morgen beschikbaar zou komen, staat er nog geen woning extra. Grond moet worden aangewezen als bouwlocatie, bouwplannen moeten worden uitgewerkt, infrastructuur moet worden aangelegd en projecten moeten financieel haalbaar zijn. Bovendien is lang niet iedere hectare landbouwgrond geschikt of wenselijk voor woningbouw.

Stikstof is lang niet het enige obstakel

De overheid heeft zelf met een politieke keuze (het akkoord gaan met Natura 2000) een belemmering gevormd voor nieuwe woningbouwprojecten.

Maar zelfs al zou de overheid deze keuze destijds niet hebben gemaakt, dan nog verdwijnen andere belemmeringen niet. Het elektriciteitsnet blijft overbelast, bouwprojecten moeten nog steeds worden gefinancierd en gemeenten moeten besluiten waar woningen mogen komen. Ook een tekort aan personeel en de kosten van bouwmaterialen verdwijnen niet met de laatste melkkoe.

Er liggen al plannen voor honderdduizenden woningen

Opmerkelijk genoeg is er volgens de Rijksoverheid niet eens een algemeen tekort aan woningbouwplannen. In juli 2026 meldde het ministerie van Volkshuisvesting dat gemeenten voor de periode 2026 tot en met 2030 een bruto plancapaciteit hebben van ruim 823.000 woningen. Voor ruim 386.000 woningen waren de plannen op dat moment al vastgesteld door de gemeenteraad.

Dat betekent niet dat al deze woningen daadwerkelijk gebouwd zullen worden. Het laat wel zien dat de woningcrisis niet simpelweg kan worden verklaard door een gebrek aan grond waarop woningen mogen worden gepland.

Deel dit artikel

Nieuwe Minister van Landbouw Jaimi van Essen wil aan de slag
Beeld: Grasbaal / TractorFan

Cruciale middag voor stikstofplannen: Wat doet Van Essen?

Vrijdag 30 oktober moet een belangrijke dag worden voor het stikstofbeleid van landbouwminister Jaimi van Essen (D66). Na maanden van overleg wil de minister vandaag een verdere uitwerking van zijn plannen presenteren. Maar de weerstand vanuit de landbouwsector is groot en ook politiek staat het pakket onder druk. De vraag is hoeveel ruimte Van Essen nog wil bieden voor aanpassingen.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

De gesprekken met boerenorganisaties LTO Nederland en NAJK zijn donderdagavond en afgelopen nacht doorgegaan. Ook vrijdagochtend wordt er nog verder gepraat. De tijd dringt, want Van Essen wil zijn plannen later vandaag in de ministerraad bespreken.

De stemming onder de boerenorganisaties is vooralsnog weinig positief. NAJK-voorzitter Gerben Boom constateerde donderdag dat er onvoldoende beweging in de voorstellen zit. LTO-voorzitter Ger Koopmans sprak van een moeizaam overleg. Volgens hem worden sommige verbeteringen tenietgedaan door nieuwe voorwaarden.

Grote gevolgen voor melkveehouders

De plannen van Van Essen moeten de stikstofuitstoot fors terugdringen en de vastgelopen vergunningverlening weer op gang helpen. Het kabinet wil onder meer strengere regels rond Natura 2000-gebieden en uitstootnormen voor individuele veehouderijbedrijven invoeren.

Voor melkveehouders kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn. De voorgestelde normen vragen op veel bedrijven om een forse vermindering van de ammoniakuitstoot. Dat kan door technische aanpassingen, extensivering of vermindering van het aantal dieren.

Juist de uitvoerbaarheid leidt tot kritiek. Extensieve en biologische melkveehouders vrezen dat hun relatief milieuvriendelijke bedrijfsvoering onvoldoende wordt meegewogen. Zo kan langdurige weidegang de ammoniakuitstoot beperken, terwijl het effect daarvan moeilijker in vaste normen is uit te drukken.

Voor intensievere bedrijven speelt een ander probleem. Extra grond is duur en niet altijd beschikbaar, terwijl een kleinere veestapel de economische levensvatbaarheid van het bedrijf kan aantasten.

Ook de aangekondigde zones rond stikstofgevoelige natuurgebieden zorgen voor onzekerheid. Boeren die binnen een kilometer van dergelijke gebieden ondernemen, kunnen met aanvullende beperkingen te maken krijgen.

Politieke druk neemt toe

Van Essen heeft niet alleen met de landbouwsector te maken. Ook in Den Haag wordt stevig aan het stikstofpakket getrokken.

BBB, JA21 en SGP willen versoepelingen van de plannen en verbinden die onder meer aan hun steun voor de belastingvoorstellen van het kabinet. Aan de andere kant wil oppositiepartij PRO juist voorkomen dat de stikstofaanpak wordt afgezwakt.

Daarmee dreigt het stikstofdossier onderdeel te worden van een bredere politieke onderhandeling. Voor premier Rob Jetten en zijn kabinet is het vinden van voldoende parlementaire steun minstens zo belangrijk als het overtuigen van de boerenorganisaties.

Van Essen heeft herhaaldelijk benadrukt dat hij openstaat voor verbeteringen, maar dat de gesprekken met Landbouw Alliantie, LTO en NAJK volgens hem geen onderhandelingen zijn. De afgelopen dagen is wel duidelijk geworden dat de minister niet om de bezwaren van de landbouwsector heen kan.

Minder stikstof, maar wanneer weer vergunningen?

Een belangrijk discussiepunt is de volgorde waarin de maatregelen worden ingevoerd. Boeren krijgen te maken met nieuwe verplichtingen om hun uitstoot terug te dringen, maar willen tegelijkertijd zekerheid dat zij weer vergunningen kunnen krijgen.

LTO en NAJK dringen daarom aan op concrete toezeggingen en harde termijnen. Ook willen zij dat projecten met een geringe stikstofuitstoot sneller worden vrijgesteld van de vergunningplicht.

Zonder juridisch houdbare oplossingen bestaat het risico dat boeren grote investeringen moeten doen, terwijl de beloofde ruimte om te ondernemen voorlopig uitblijft.

Vandaag duidelijkheid?

Van Essen staat daarmee voor een lastige keuze. Vasthouden aan zijn oorspronkelijke voorstellen kan de verhouding met de landbouwsector verder onder druk zetten. Vergaande concessies kunnen juist de politieke steun aan de andere kant van het spectrum in gevaar brengen.

Bovendien moet het uiteindelijke pakket niet alleen politiek haalbaar zijn, maar ook juridisch standhouden. De stikstofmaatregelen moeten voldoende effect hebben om natuurherstel en nieuwe vergunningverlening mogelijk te maken.

Of Van Essen vandaag daadwerkelijk met een uitgewerkt pakket komt, is nog onzeker. De gesprekken met boerenorganisaties en politieke partijen zijn vooralsnog niet afgerond.

Deel dit artikel