Gezonder door spoelwormen, kan dat?
Muizen die eerder besmet zijn geweest met een spoelworm, blijken veel beter bestand tegen een gevaarlijk griepvirus. Dat ontdekten onderzoekers van onder meer het Radboudumc. De parasiet zorgt ervoor dat het afweersysteem minder heftig reageert, waardoor de longen minder schade oplopen. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.
Spoelwormen zijn parasieten die bij mensen en dieren voorkomen. In de veehouderij zijn ze vooral bekend als ongewenste gasten. Zo kunnen spoelworm infecties bij pluimvee en varkens leiden tot zware gezondheidsproblemen, verminderde voerbenutting en productieverlies.
Toch blijken parasitaire wormen ook een bijzondere invloed te hebben op het immuunsysteem van hun gastheer. Onderzoekers van de NYU Grossman School of Medicine in New York en het Radboudumc in Nijmegen hebben ontdekt dat een eerdere worminfectie muizen kan beschermen tegen de gevolgen van een ernstige griepinfectie.
Alle eerder besmette muizen overleefden
De onderzoekers verdeelden muizen in twee groepen. Eén groep werd besmet met een parasitaire spoelworm, terwijl de andere groep geen worminfectie doormaakte. Enkele weken later kregen alle muizen een gevaarlijke variant van het griepvirus H1N1 toegediend.
Het verschil was opmerkelijk. Alle muizen die eerder een worminfectie hadden doorgemaakt, overleefden de griepinfectie. De muizen zonder eerdere worminfectie overleden.
Dat kwam niet doordat de eerste groep het virus sneller opruimde. De hoeveelheid virus was bij beide groepen vergelijkbaar. Het verschil zat in de reactie van het afweersysteem.
Minder schade door eigen afweer
Bij een ernstige griepinfectie wordt een belangrijk deel van de ziekteverschijnselen veroorzaakt door de afweerreactie van het lichaam zelf. Een te heftige ontstekingsreactie kan het longweefsel beschadigen en de ademhaling ernstig verstoren.
De onderzoekers ontdekten dat een eerdere worminfectie bepaalde afweercellen, zogenoemde macrofagen, langdurig beïnvloedt. Deze witte bloedcellen bevinden zich onder meer in de longen en hebben normaal gesproken als taak om ziekteverwekkers, lichaamsvreemde stoffen en beschadigde cellen op te ruimen.
Na een worminfectie blijken gespecialiseerde macrofagen een soort geheugen te ontwikkelen. Bij een volgende infectie zorgen ze ervoor dat het afweersysteem minder agressief reageert.
‘Deze cellen slaan een eerdere ervaring met een worm op in een soort geheugen, en zorgen vervolgens voor een tolerante afweer bij een volgende infectie’, legt promovendus Yavor Yordanov van het Radboudumc uit.
Daardoor ontstaat minder schadelijke ontsteking, herstelt het longweefsel sneller en blijft de ademhaling beter behouden.
Bescherming zonder spoelworm
De onderzoekers konden de rol van deze macrofagen bevestigen met vervolgexperimenten. Wanneer ze de betreffende afweercellen verwijderden, verdween het beschermende effect. Door de cellen over te brengen naar andere muizen kon de bescherming juist worden hersteld.
Ook slaagden de onderzoekers erin hetzelfde beschermende effect op te wekken met twee gezuiverde signaalmoleculen, zonder daarvoor een worminfectie nodig te hebben.
Dat biedt mogelijkheden voor een nieuwe benadering van infectieziekten. In plaats van uitsluitend het virus te bestrijden, zou een behandeling zich ook kunnen richten op het beperken van de schade die de eigen afweerreactie veroorzaakt.
De onderzoekers vonden bovendien vergelijkbare macrofagen in menselijke longen. Of de bescherming bij mensen op dezelfde manier werkt, moet nog worden onderzocht.
Volgens hoogleraar Musa Mhlanga van het Radboudumc zou een dergelijke behandeling vooral tijdens toekomstige pandemieën van waarde kunnen zijn. Omdat de aanpak zich richt op de reactie van het lichaam in plaats van op een specifiek virus, zou deze mogelijk breder toepasbaar zijn.