De Heij: ‘Landbouwbestuurders, neem afstand van stikstofplan’
Wouter de Heij roept landbouwbestuurders op afstand te nemen van het bouwstenenplan voor stikstof. Volgens hem kunnen landelijke emissienormen en de koppeling aan fosfaatrechten leiden tot extra krimp, hoge kosten en weinig natuurwinst. Hij pleit voor oplossingen per gebied en overweegt rond de kerst te stoppen met zijn inzet voor het stikstofdossier.
In een artikel op StikstofInfo.net richt De Heij zijn kritiek op het bouwstenenplan en de koers van onder meer LTO en NAJK. Hij stelt dat een emissienorm per fosfaatrecht, samen met een kleinere veestapel en aanvullende reductie-eisen, de druk op bedrijven verder vergroot. Boeren krijgen volgens hem te maken met hoge investeringen en nieuwe onzekerheid.
De Heij verwacht dat het aantal dieren door deze aanpak met 8 tot 20 procent afneemt. Voor de overblijvende melkveehouders zou daar volgens zijn analyse nog een vermindering van de staluitstoot met 45 procent bovenop komen. Dit zijn prognoses van De Heij.
Als alternatief pleit hij voor samenwerking per gebied. Daarbij moeten de plaatselijke natuur, de uitstoot en de mogelijkheden van bedrijven bepalen welke maatregelen nodig zijn. Een landelijke aanpak houdt volgens hem onvoldoende rekening met verschillen tussen regio’s.
De Heij sluit af met een persoonlijke boodschap. Hij overweegt zijn jarenlange inzet voor het stikstofdossier te beëindigen en wil daar rond kerst opnieuw over beslissen.
Wat is het bouwstenenplan?
Het Interprovinciaal Overleg (IPO), LTO Nederland, NAJK, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) hebben op 9 juli 2025 een gezamenlijk voorstel gepresenteerd om de stikstofuitstoot in de landbouw terug te dringen en de vastgelopen vergunningverlening weer op gang te brengen.
De organisaties onderschrijven de doelstelling om de stikstofemissies uit de landbouw in 2035 met 42 tot 46 procent te verminderen ten opzichte van 2019, met een wettelijk vastgelegd tussendoel voor 2030. Andere sectoren, waaronder industrie en mobiliteit, moeten volgens het voorstel in 2035 een reductie van 50 procent realiseren.
Een belangrijke verandering is de overstap van stikstofdepositie naar concrete emissienormen per sector en per landbouwbedrijf. Boeren krijgen daarmee een vastgestelde uitstootnorm, maar mogen zelf bepalen hoe zij daaraan voldoen.
Dat kan bijvoorbeeld door aanpassingen in het management, technische innovaties of extensivering. Bedrijven die al maatregelen hebben genomen, worden zo niet opnieuw met hetzelfde reductiepercentage geconfronteerd. De normen moeten meetbaar, controleerbaar en uiteindelijk handhaafbaar zijn. Wanneer bedrijven hun verplichtingen niet nakomen, kunnen sancties volgen, waaronder het gedeeltelijk intrekken van vergunningen of het korten op dier- en fosfaatrechten.
Het voorstel combineert landelijke maatregelen, zoals bestaande en aanvullende beëindigingsregelingen, met bedrijfsgerichte emissiereductie en extra maatregelen rond kwetsbare Natura 2000-gebieden. Voor de twee tot vijf meest urgente natuurgebieden wordt gepleit voor een direct te starten, verplichtende gebiedsaanpak. Daarbij kunnen ook instrumenten als wettelijke herverkaveling worden ingezet. Elders geldt het uitgangspunt 'vrijwillig waar het kan, dwingend waar het moet'.
