Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Doosan DX235LC (graafmachine)
Beeld: Koenis / TractorFan

De Heij: ‘Landbouwbestuurders, neem afstand van stikstofplan’

Wouter de Heij roept landbouwbestuurders op afstand te nemen van het bouwstenenplan voor stikstof. Volgens hem kunnen landelijke emissienormen en de koppeling aan fosfaatrechten leiden tot extra krimp, hoge kosten en weinig natuurwinst. Hij pleit voor oplossingen per gebied en overweegt rond de kerst te stoppen met zijn inzet voor het stikstofdossier.

Door Co Scholten Bijgewerkt

In een artikel op StikstofInfo.net richt De Heij zijn kritiek op het bouwstenenplan en de koers van onder meer LTO en NAJK. Hij stelt dat een emissienorm per fosfaatrecht, samen met een kleinere veestapel en aanvullende reductie-eisen, de druk op bedrijven verder vergroot. Boeren krijgen volgens hem te maken met hoge investeringen en nieuwe onzekerheid.

De Heij verwacht dat het aantal dieren door deze aanpak met 8 tot 20 procent afneemt. Voor de overblijvende melkveehouders zou daar volgens zijn analyse nog een vermindering van de staluitstoot met 45 procent bovenop komen. Dit zijn prognoses van De Heij.

Als alternatief pleit hij voor samenwerking per gebied. Daarbij moeten de plaatselijke natuur, de uitstoot en de mogelijkheden van bedrijven bepalen welke maatregelen nodig zijn. Een landelijke aanpak houdt volgens hem onvoldoende rekening met verschillen tussen regio’s.

De Heij sluit af met een persoonlijke boodschap. Hij overweegt zijn jarenlange inzet voor het stikstofdossier te beëindigen en wil daar rond kerst opnieuw over beslissen.

Wat is het bouwstenenplan?

Het Interprovinciaal Overleg (IPO), LTO Nederland, NAJK, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) hebben op 9 juli 2025 een gezamenlijk voorstel gepresenteerd om de stikstofuitstoot in de landbouw terug te dringen en de vastgelopen vergunningverlening weer op gang te brengen.

De organisaties onderschrijven de doelstelling om de stikstofemissies uit de landbouw in 2035 met 42 tot 46 procent te verminderen ten opzichte van 2019, met een wettelijk vastgelegd tussendoel voor 2030. Andere sectoren, waaronder industrie en mobiliteit, moeten volgens het voorstel in 2035 een reductie van 50 procent realiseren.

Een belangrijke verandering is de overstap van stikstofdepositie naar concrete emissienormen per sector en per landbouwbedrijf. Boeren krijgen daarmee een vastgestelde uitstootnorm, maar mogen zelf bepalen hoe zij daaraan voldoen.

Dat kan bijvoorbeeld door aanpassingen in het management, technische innovaties of extensivering. Bedrijven die al maatregelen hebben genomen, worden zo niet opnieuw met hetzelfde reductiepercentage geconfronteerd. De normen moeten meetbaar, controleerbaar en uiteindelijk handhaafbaar zijn. Wanneer bedrijven hun verplichtingen niet nakomen, kunnen sancties volgen, waaronder het gedeeltelijk intrekken van vergunningen of het korten op dier- en fosfaatrechten.

Het voorstel combineert landelijke maatregelen, zoals bestaande en aanvullende beëindigingsregelingen, met bedrijfsgerichte emissiereductie en extra maatregelen rond kwetsbare Natura 2000-gebieden. Voor de twee tot vijf meest urgente natuurgebieden wordt gepleit voor een direct te starten, verplichtende gebiedsaanpak. Daarbij kunnen ook instrumenten als wettelijke herverkaveling worden ingezet. Elders geldt het uitgangspunt 'vrijwillig waar het kan, dwingend waar het moet'.

Lely Astronaut melkrobot
Deze melker is er ook altijd om 06:00. Beeld: Anoek2012 / Wikimedia Commons

Willen boeren permanent wintertijd? "Koeien hebben geen klok"

Komend weekend gaat de klok weer een uur terug. Voor veel Nederlanders betekent dat een uurtje langer slapen, maar op veehouderijbedrijven kan de overgang naar de wintertijd juist extra werk opleveren. Koeien, geiten en kippen houden zich immers niet aan de klok, maar aan hun vaste ritme. Vooral melkveehouders die op vaste tijden melken, moeten rekening houden met de omschakeling.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober gaat om 03.00 uur de klok terug naar 02.00 uur. Voor veehouders betekent dat soms dat het dagelijkse werkschema moet worden aangepast. Dieren zijn gewend aan vaste momenten voor voeren en melken. Een plotselinge verschuiving van een uur kan onrust veroorzaken.

Uit een eerdere peiling van Nieuwe Oogst (2018) onder 1.500 agrariërs bleek dat boeren verdeeld zijn over de zomer- en wintertijd. Vooral het tweemaal per jaar verzetten van de klok wordt als hinderlijk ervaren. Sommige melkveehouders meldden destijds zelfs tijdelijk een lagere melkproductie.

Groot voordeel van melkrobots

Er bestaat wel een belangrijk verschil tussen melkveehouders die traditioneel melken en bedrijven met melkrobots.

Wie trouw elke dag om zes uur 's morgens melkt, verschijnt na de overgang naar de wintertijd volgens de biologische klok van de koeien ineens een uur te laat op het strijdtoneel. Daarom kiezen veel melkveehouders ervoor de melktijden gedurende enkele dagen geleidelijk te verschuiven. Zo kunnen de dieren wennen aan het nieuwe ritme.

Bij bedrijven met melkrobots speelt dit probleem nauwelijks. De koeien bepalen daar grotendeels zelf wanneer ze gemolken worden. Afgezien van het feit dat een koe op een 25-urige dag meer melk lijkt te hebben geleverd, veranderd er niets.

Ook kippen kunnen geen klok kijken

Niet alleen melkkoeien zijn gevoelig voor veranderingen in hun dagelijkse routine. Ook in de pluimveehouderij spelen vaste tijdstippen een belangrijke rol.

Verlichting, voeren en andere stalprocessen worden vaak automatisch geregeld. Pluimveehouders moeten daarom rekening houden met het aanpassen van tijdschema's. Sommige ondernemers laten het ritme van hun dieren ongemoeid en passen liever hun eigen werktijden aan.

Afschaffen blijft moeilijk

De Europese Commissie stelde al in 2018 voor om het halfjaarlijkse verzetten van de klok af te schaffen. Het Europees Parlement stemde daar in 2019 mee in, maar de lidstaten bereikten nooit overeenstemming. Daardoor blijft de huidige regeling voorlopig bestaan.

Overigens betekent kritiek op de klokwisseling niet automatisch dat veehouders de zomertijd willen behouden. Veel boeren geven juist de voorkeur aan de wintertijd als permanente standaardtijd, omdat het dan in de winter eerder licht wordt.

Advertenties · Zoekt u nog melkkoeien?

Discussie op Prikkebord

20 reacties
Een knut (links) en een mug
Een knut (links) en een mug Beeld: Dunpharlain / Wikimedia Commons

Wat is het Shamonda-virus en hoe dodelijk is het?

In Frankrijk is voor het eerst het Shamonda-virus aangetroffen bij een mens. De patiënt, die een ernstig verzwakt immuunsysteem had, is inmiddels overleden. Het virus veroorzaakt sinds deze zomer ziekteverschijnselen bij runderen in verschillende Europese landen, waaronder Nederland. Maar hoe gevaarlijk is het voor mensen en dieren?

Door Tinus Guichelaar

De Franse gezondheidsautoriteiten maakten donderdag 22 oktober bekend dat het Shamonda-virus is vastgesteld bij een patiënt die in oktober overleed in een ziekenhuis in Lyon. De patiënt werd behandeld voor een ernstige aandoening en had al een sterk verzwakt afweersysteem.

Volgens de Franse autoriteiten houden de hersencomplicaties die bij de patiënt optraden zeer waarschijnlijk verband met de virusinfectie. Onderzoek moet uitwijzen welke rol het virus precies heeft gespeeld bij het overlijden.

Het is de eerste keer dat een besmetting bij een mens is vastgesteld. Hoewel het virus al sinds de jaren zestig bekend is, werd tot nu toe aangenomen dat mensen er niet mee besmet konden raken.

Wat is het Shamonda-virus?

Het Shamonda-virus (SHAV) werd in 1965 voor het eerst aangetroffen bij runderen in Nigeria. Het behoort tot de orthobunyavirussen en is nauw verwant aan het Schmallenbergvirus en het Akabanevirus.

Het virus wordt voornamelijk verspreid door knutten, kleine bloedzuigende insecten die ook blauwtong overbrengen. Rechtstreekse besmetting tussen volwassen dieren speelt voor zover bekend geen belangrijke rol.

Tot dit jaar kwam het virus vooral voor in Afrika en delen van Azië. In de zomer van 2026 werd het voor het eerst in Europa vastgesteld. Inmiddels zijn besmettingen aangetroffen in onder meer Duitsland, Frankrijk, Nederland, België, Zwitserland, Oostenrijk en Spanje.

In Europa circuleren twee genetisch verschillende varianten, aangeduid als SHAV-EU1 en SHAV-EU2.

Hoe gevaarlijk is het voor runderen?

Bij volwassen runderen veroorzaakt het virus vooral koorts, diarree, lusteloosheid, ademhalingsproblemen en een dalende melkproductie. Op sommige melkveebedrijven werd een productiedaling van meerdere liters per koe gemeld.

Voor volwassen runderen lijkt de ziekte doorgaans niet dodelijk. De grootste zorgen bestaan over besmettingen tijdens de dracht.

Het virus kan via de moederkoe het ongeboren kalf bereiken. Besmettingen kunnen leiden tot verwerpingen, doodgeboren kalveren en aangeboren afwijkingen aan het skelet of zenuwstelsel. Hoe groot deze risico's precies zijn, wordt nog onderzocht.

Ook schapen, geiten, paarden en alpaca's kunnen besmet raken.

Hiltje
Knutten zitten graag op vochtige omgevingen bij warm weer. Foto: J.S. Stelling · Bekijk op TractorFan

Hoe dodelijk is het voor mensen?

Dat is voorlopig onbekend. De overleden Franse patiënt is het eerste bevestigde menselijke besmettingsgeval. Op basis van één patiënt kan geen betrouwbaar sterftepercentage worden vastgesteld.

Daar komt bij dat de patiënt al ernstig ziek was en dus een sterk verzwakt immuunsysteem had. Het is daarom nog niet duidelijk hoe gevaarlijk het virus zou zijn voor verder gezonde mensen.

Ook is onbekend hoe de besmetting precies heeft plaatsgevonden. De Franse autoriteiten vermoeden dat de patiënt in het oosten van Frankrijk is besmet, waar het virus afgelopen voorjaar en zomer onder dieren circuleerde.

Volgens de Franse overheid is er op basis van de huidige kennis geen aanwijzing voor een gezondheidsrisico voor de algemene bevolking.

Is er een vaccin?

Tegen het Shamonda-virus is geen vaccin beschikbaar. Ook bestaat er geen specifieke behandeling die het virus bij besmette dieren uitschakelt.

Voor veehouders ligt de nadruk daarom op bescherming tegen knutten en het beperken van besmettingen tijdens kwetsbare perioden van de dracht.

De ontdekking in Frankrijk laat zien dat het virus onder uitzonderlijke omstandigheden ook mensen kan infecteren. Of dit een eenmalig incident blijft of dat vaker menselijke besmettingen worden ontdekt, moet verder onderzoek uitwijzen.