Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.

Meer zonnestroom dan gebruikelijk voor de tijd van het jaar: weinig verschil tussen noord en zuid

Zonnepanelen leveren vrijdag naar verwachting ongeveer 11,1 kWh per standaardinstallatie op, gerekend met 10 panelen van samen 4 kWp. Dat komt neer op 172 procent van het normale niveau voor deze datum, een bovengemiddelde dag voor de tijd van het jaar. Tussen noord en zuid zit nauwelijks verschil. Het hoogst ligt de opbrengst in Gelderland, Noord-Brabant en Overijssel, het laagst in Zeeland en Limburg, waar bewolking de opbrengst drukt.

Door NieuwsGrazer Bijgewerkt

In Nederland wordt al 228 maanden (19 jaar) de zonneopbrengst bijgehouden. Vergeleken met een gemiddelde 6 november ligt de verwachte opbrengst 72 procent hoger. 86 procent van de dagen had een lagere opbrengst. De cijfers gelden voor een gestandaardiseerde installatie van 10 panelen, samen 4 kWp, op het zuiden.

De weersverwachting

Het wordt vrijdag overdag overwegend helder en zonnig. Utrecht krijgt de meeste zon, ongeveer 9 uur; Middelburg de minste, ongeveer 5 uur. Het kwik stijgt naar 9 tot 11 graden. Het blijft overal droog.

Opbrengst per provincie

De opbrengst varieert uiteraard per provincie, zoals we hier zien:

RegioVerwachte opbrengstT.o.v. normaalBeoordeling
Gelderland12,5 kWh183%Goed
Noord-Brabant12,4 kWh174%Goed
Overijssel12,3 kWh195%Goed
Utrecht12,3 kWh193%Goed
Noord-Holland11,9 kWh199%Goed
Flevoland11,9 kWh188%Goed
Drenthe11,4 kWh194%Goed
Zuid-Holland11,2 kWh179%Goed
Fryslân11,0 kWh186%Goed
Groningen10,6 kWh179%Goed
Limburg9,1 kWh123%Normaal
Zeeland6,2 kWh90%Normaal

De getallen gelden per dag voor 10 panelen met samen 4 kWp, pal op het zuiden en onder een hoek van 35 graden. Een grotere of anders gerichte installatie schaalt ongeveer evenredig mee.

Wat verklaart het verschil?

De opbrengst in Gelderland ligt vandaag 6,2 kWh boven die in Zeeland. Dat scheelt 99 procent. Vrijwel al het verschil is bewolking: waar de zon vaker doorbreekt, leveren de panelen meer op, terwijl de zonnestand nauwelijks verschilt.

Zo staat de stroomprijs er vandaag voor

De gemiddelde stroomprijs tussen 05:00 en 00:00 is vandaag 0,480 euro per kWh. Het gaat om de all-in prijs voor consumenten, dus inclusief marktprijs, energiebelasting, btw en de gemiddelde inkoopvergoeding van leveranciers. Om 05:15 begint het goedkoopste kwartier (0,389 euro), om 17:45 het duurste (0,580 euro). In de zonuren is stroom gemiddeld 0,027 euro goedkoper dan over de hele dag: 0,452 euro per kWh. Dat past bij een zonnige dag: het aanbod van zonnestroom drukt de prijs juist wanneer de panelen leveren, waardoor zelf verbruiken meer oplevert dan terugleveren.

Hoe komt deze verwachting tot stand?

Het weermodel HARMONIE AROME van het KNMI levert de verwachting, op een raster van ongeveer twee kilometer. We vragen de data op via Open-Meteo. Als meetpunt per provincie dient de provinciehoofdstad. De opbrengst volgt uit de verwachte instraling op een vlak onder 35 graden, met een systeemrendement van 86 procent en een temperatuurcorrectie: een warm paneel levert minder.

De normale opbrengst voor deze datum komt uit PVGIS van de Europese Commissie, dat 19 jaar aan gemeten instraling per locatie bevat. Die cijfers rekenen we op dezelfde manier om naar kWh. Daardoor vergelijkt de verhouding tussen vandaag en normaal niet twee verschillende rekenmethodes. Het blijven wel twee losse modellen, de weersverwachting en de historische metingen, met elk een eigen afwijking. De percentages zijn daarom een richting en geen garantie.

De schaal van de beoordeling komt uit die 19 jaar: een dag heet goed wanneer hij beter uitpakt dan driekwart van de vergelijkbare dagen rond dezelfde datum, en zeer goed vanaf negen op de tien. De grenzen zijn dus niet zelf gekozen.

Stroomprijzen komen van Dynamisch Tarief, dat de day-ahead prijzen van ENTSO-E vertaalt naar een consumentenprijs.

Deel dit artikel

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Deel dit artikel

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

A hopeful feeling in Kamerik, Utrecht Netherlands
Beeld: Datingjungle / Unsplash

Biologisch areaal groeit naar 5,4%, sector pleit voor investering

Het aandeel biologisch areaal in Nederland groeit naar 5,4%, maar blijft achter bij de ambities.

Door Tinus Guichelaar

Het aandeel biologisch areaal in Nederland is in 2026 gestegen naar 5,4%. Dit betekent een groei ten opzichte van het vorig jaar, maar het biologische bedrijfsareaal komt nog niet in de buurt van de gestelde doelstellingen.

De groei van het biologische areaal versnelt geleidelijk sinds 2015, maar de huidige snelheid van uitbreiding is onvoldoende om de langetermijndoelstellingen te bereiken. Een verdere versnelling van deze groei zal nodig zijn om de ambities waar te maken.

Ondertussen pleit de agrofoodsector voor investeringen in de sector. Vijftig bedrijven en onderzoeksinstellingen, onder leiding van Wageningen Universiteit, roepen het kabinet op 450 miljoen euro beschikbaar te stellen voor plantveredeling en nieuwe technologie in de landbouw- en voedselsector.

Deel dit artikel