Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Verwachte zonneopbrengst per provincie op 5 november 2026, als percentage van de seizoensnorm
Verwachte opbrengst ten opzichte van de seizoensnorm. Eén representatief meetpunt per provincie. Beeld: Nieuwsgrazer · KNMI via Open-Meteo · PVGIS · CBS/PDOK

Zonnepanelen uitzonderlijk goed voor de tijd van het jaar: vrijwel de hele dag zon

Voor donderdag verwachten we dat 10 zonnepanelen met samen 4 kWp ongeveer 12,5 kWh opwekken. Dat betekent 192 procent van een normale dag rond deze datum, dus uitzonderlijk veel voor de tijd van het jaar. Tussen noord en zuid zit nauwelijks verschil. Wie zijn panelen in Limburg, Zeeland en Gelderland heeft liggen, haalt het meeste uit de dag; in Groningen en Fryslân is dat door bewolking minder.

Door NieuwsGrazer Bijgewerkt

In Nederland wordt al 228 maanden (19 jaar) de zonneopbrengst bijgehouden. Ten opzichte van een gemiddelde 5 november is dat 92 procent meer. Van de vergelijkbare dagen in die periode leverde 91 procent minder op. Als voorbeeld dient een standaardinstallatie van 10 panelen (4 kWp) pal op het zuiden.

Zo wordt het weer vandaag

Donderdag is het overdag overwegend helder en zonnig. De maximumtemperatuur varieert van 10 tot 12 graden. Neerslag is niet te verwachten; het blijft overal droog.

Opbrengst per provincie

Hieronder staat de verwachte opbrengst voor elke provincie, van hoog naar laag:

RegioVerwachte opbrengstT.o.v. normaalBeoordeling
Limburg13,2 kWh175%Goed
Zeeland12,9 kWh185%Goed
Gelderland12,6 kWh184%Goed
Noord-Brabant12,6 kWh175%Goed
Flevoland12,5 kWh197%Goed
Utrecht12,5 kWh196%Goed
Overijssel12,5 kWh196%Goed
Zuid-Holland12,4 kWh197%Goed
Noord-Holland12,4 kWh205%Goed
Drenthe12,2 kWh205%Zeer goed
Fryslân12,1 kWh203%Zeer goed
Groningen12,0 kWh202%Goed

Let op: de tabel gaat uit van 10 panelen (4 kWp) pal op het zuiden onder 35 graden, per dag. Een grotere of anders gerichte installatie schaalt ongeveer evenredig mee.

Wat verklaart het verschil?

Tussen Limburg en Groningen zit vandaag een verschil van 1,2 kWh. Dat scheelt 10 procent. Vrijwel al het verschil is bewolking: waar de zon vaker doorbreekt, leveren de panelen meer op, terwijl de zonnestand nauwelijks verschilt.

Wat kost een kWh vandaag?

De gemiddelde stroomprijs tussen 05:00 en 00:00 is vandaag 0,459 euro per kWh. Dat is de all-in consumentenprijs: marktprijs plus energiebelasting, btw en de gemiddelde inkoopvergoeding van leveranciers. Om 05:45 begint het goedkoopste kwartier (0,351 euro), om 17:00 het duurste (0,560 euro). Tijdens de zonuren daalt de gemiddelde prijs met 0,032 euro ten opzichte van de hele dag, naar 0,427 euro. Dat past bij een zonnige dag: het aanbod van zonnestroom drukt de prijs juist wanneer de panelen leveren, waardoor zelf verbruiken meer oplevert dan terugleveren.

De berekening achter de cijfers

Als basis dient HARMONIE AROME, het weermodel van het KNMI met een raster van ongeveer twee kilometer; de gegevens halen we op via Open-Meteo. Voor elke provincie kijken we naar één punt: de provinciehoofdstad. Uit de verwachte instraling op een vlak onder 35 graden volgt de opbrengst met een systeemrendement van 86 procent en een temperatuurcorrectie, want een warm paneel levert minder.

De normale opbrengst voor deze datum komt uit PVGIS van de Europese Commissie, dat 19 jaar aan gemeten instraling per locatie bevat. Die cijfers rekenen we op dezelfde manier om naar kWh. Daardoor vergelijkt de verhouding tussen vandaag en normaal niet twee verschillende rekenmethodes. De verwachting en de historische metingen blijven twee losse modellen met elk hun eigen afwijking. Zie de percentages dan ook als een richting, niet als een garantie.

De schaal van de beoordeling komt uit die 19 jaar: goed is een dag die beter uitpakt dan driekwart van de vergelijkbare dagen rond dezelfde datum, zeer goed een dag die beter is dan negen op de tien. De grenzen zijn dus niet zelf gekozen.

Stroomprijzen komen van Dynamisch Tarief, dat de day-ahead prijzen van ENTSO-E vertaalt naar een consumentenprijs.

Deel dit artikel

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Deel dit artikel

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

A hopeful feeling in Kamerik, Utrecht Netherlands
Beeld: Datingjungle / Unsplash

Biologisch areaal groeit naar 5,4%, sector pleit voor investering

Het aandeel biologisch areaal in Nederland groeit naar 5,4%, maar blijft achter bij de ambities.

Door Tinus Guichelaar

Het aandeel biologisch areaal in Nederland is in 2026 gestegen naar 5,4%. Dit betekent een groei ten opzichte van het vorig jaar, maar het biologische bedrijfsareaal komt nog niet in de buurt van de gestelde doelstellingen.

De groei van het biologische areaal versnelt geleidelijk sinds 2015, maar de huidige snelheid van uitbreiding is onvoldoende om de langetermijndoelstellingen te bereiken. Een verdere versnelling van deze groei zal nodig zijn om de ambities waar te maken.

Ondertussen pleit de agrofoodsector voor investeringen in de sector. Vijftig bedrijven en onderzoeksinstellingen, onder leiding van Wageningen Universiteit, roepen het kabinet op 450 miljoen euro beschikbaar te stellen voor plantveredeling en nieuwe technologie in de landbouw- en voedselsector.

Deel dit artikel