Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Verwachte zonneopbrengst per provincie op 3 november 2026, als percentage van de seizoensnorm
Verwachte opbrengst ten opzichte van de seizoensnorm. Eén representatief meetpunt per provincie. Beeld: Nieuwsgrazer · KNMI via Open-Meteo · PVGIS · CBS/PDOK

Zonnestroom op normaal niveau voor de tijd van het jaar – Maastricht het zonnigst, Assen het minst

De verwachte opbrengst van een standaardinstallatie (10 panelen, 4 kWp) komt dinsdag uit op ongeveer 5,6 kWh. Dat komt neer op 83 procent van het normale niveau voor deze datum, een gewone dag voor de tijd van het jaar. Het maakt vandaag weinig uit of de panelen in het noorden of het zuiden liggen. Het beste uitzicht op opbrengst is er in Limburg, Flevoland en Noord-Brabant. In Utrecht en Drenthe houdt bewolking de opbrengst laag.

Door NieuwsGrazer Bijgewerkt

Als basis dienen 19 jaar aan zonnegegevens, oftewel 228 maanden aan data. Op basis van die cijfers zien we dat de opbrengst 17 procent lager ligt dan op een gemiddelde 3 november. 43 procent van de dagen had een lagere opbrengst. Alle opbrengsten zijn berekend voor een standaardinstallatie: 10 panelen met samen 4 kWp, gericht op het zuiden.

Weersverwachting vandaag

Dinsdag wordt het overdag afwisselend zonnig en bewolkt. De meeste zon is er rond Maastricht, ongeveer 7 uur; rond Assen blijft het bij ongeveer 2 uur. De middagtemperatuur ligt tussen de 10 en 12 graden. Er valt niet overal neerslag: op de ene plek blijft het droog, op de andere valt hier en daar een regenbui, plaatselijk tot ongeveer 2 millimeter.

Provincie voor provincie: de verwachte opbrengst

Zo is de opbrengst vandaag over het land verdeeld:

RegioVerwachte opbrengstT.o.v. normaalBeoordeling
Limburg10,8 kWh137%Normaal
Flevoland7,8 kWh117%Normaal
Noord-Brabant6,7 kWh89%Normaal
Noord-Holland6,2 kWh99%Normaal
Fryslân6,2 kWh101%Normaal
Zuid-Holland5,8 kWh90%Normaal
Overijssel5,3 kWh79%Normaal
Zeeland4,3 kWh60%Normaal
Gelderland3,9 kWh53%Normaal
Groningen3,6 kWh58%Normaal
Drenthe3,4 kWh55%Normaal
Utrecht3,1 kWh46%Normaal

Alle opbrengsten gelden voor 10 panelen met samen 4 kWp, pal op het zuiden en 35 graden gekanteld; een grotere of anders gerichte installatie schaalt ongeveer evenredig mee.

Wat verklaart het verschil?

Vergeleken met Utrecht levert Limburg vandaag 7,7 kWh meer op. In Limburg is de opbrengst 3,5 keer zo hoog als in Utrecht. Bewolking is de grote boosdoener: hoeveel uur de zon doorbreekt telt zwaarder dan de zonnestand, die in Nederland nauwelijks verschilt tussen noord en zuid.

De stroomprijs van vandaag

Gemiddeld kost een kWh stroom vandaag 0,447 euro, gerekend tussen 05:00 en 00:00. Genoemd wordt de volledige consumentenprijs, bovenop de marktprijs dus inclusief energiebelasting, btw en de gemiddelde inkoopvergoeding van leveranciers. De laagste prijs geldt vanaf 05:00 (0,397 euro); de hoogste vanaf 08:00 (0,527 euro). Tijdens de zonuren daalt de gemiddelde prijs met 0,018 euro ten opzichte van de hele dag, naar 0,429 euro. Dat is precies het patroon dat veel zon veroorzaakt: het aanbod drukt de prijs op het moment dat de panelen leveren, en terugleveren levert dan dus minder op dan zelf verbruiken.

Waar komen de cijfers vandaan?

Het weermodel HARMONIE AROME van het KNMI levert de verwachting, op een raster van ongeveer twee kilometer. We vragen de data op via Open-Meteo. Per provincie nemen we de provinciehoofdstad als enig meetpunt. De opbrengst volgt uit de verwachte instraling op een vlak onder 35 graden, met een systeemrendement van 86 procent en een temperatuurcorrectie: een warm paneel levert minder.

Voor wat normaal is rond deze datum gebruiken we PVGIS van de Europese Commissie: 19 jaar aan gemeten instraling per locatie, op dezelfde manier omgerekend naar kWh. Daarmee is de verhouding tussen vandaag en normaal niet vertekend door twee verschillende rekenmethodes. Het blijven wel twee losse modellen, de weersverwachting en de historische metingen, met elk een eigen afwijking. De percentages zijn daarom een richting en geen garantie.

De beoordeling is gebaseerd op diezelfde 19 jaar: een dag heet goed wanneer hij beter uitpakt dan driekwart van de vergelijkbare dagen rond dezelfde datum, en zeer goed vanaf negen op de tien. De grenzen zijn dus niet zelf gekozen.

Voor de stroomprijzen gebruiken we Dynamisch Tarief, dat de day-ahead prijzen van ENTSO-E vertaalt naar wat een consument betaalt.

Deel dit artikel

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Deel dit artikel

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

A hopeful feeling in Kamerik, Utrecht Netherlands
Beeld: Datingjungle / Unsplash

Biologisch areaal groeit naar 5,4%, sector pleit voor investering

Het aandeel biologisch areaal in Nederland groeit naar 5,4%, maar blijft achter bij de ambities.

Door Tinus Guichelaar

Het aandeel biologisch areaal in Nederland is in 2026 gestegen naar 5,4%. Dit betekent een groei ten opzichte van het vorig jaar, maar het biologische bedrijfsareaal komt nog niet in de buurt van de gestelde doelstellingen.

De groei van het biologische areaal versnelt geleidelijk sinds 2015, maar de huidige snelheid van uitbreiding is onvoldoende om de langetermijndoelstellingen te bereiken. Een verdere versnelling van deze groei zal nodig zijn om de ambities waar te maken.

Ondertussen pleit de agrofoodsector voor investeringen in de sector. Vijftig bedrijven en onderzoeksinstellingen, onder leiding van Wageningen Universiteit, roepen het kabinet op 450 miljoen euro beschikbaar te stellen voor plantveredeling en nieuwe technologie in de landbouw- en voedselsector.

Deel dit artikel