Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Verwachte zonneopbrengst per provincie op 1 november 2026, als percentage van de seizoensnorm
Verwachte opbrengst ten opzichte van de seizoensnorm. Eén representatief meetpunt per provincie. Beeld: Nieuwsgrazer · KNMI via Open-Meteo · PVGIS · CBS/PDOK

Zonnepanelen uitzonderlijk zwak voor de tijd van het jaar: de meeste opbrengst in het zuiden

Het is voor zondag de verwachting dat een standaardinstallatie van 10 zonnepanelen (4 kWp) ongeveer 1,1 kWh op zal leveren. Vergeleken met een gemiddelde dag rond deze tijd van het jaar ligt de opbrengst op 16 procent: uitzonderlijk weinig voor de tijd van het jaar. Het zuiden van het land is duidelijk in het voordeel. Het hoogst ligt de opbrengst in Zeeland, Limburg en Noord-Holland, het laagst in Overijssel en Flevoland, waar bewolking de opbrengst drukt.

Door NieuwsGrazer Bijgewerkt

In Nederland wordt al 228 maanden (19 jaar) de zonneopbrengst bijgehouden. Daarmee zit de verwachting 84 procent onder wat een gemiddelde 1 november oplevert. Vergelijkbare dagen leverden in de afgelopen 19 jaar in 4 procent van de gevallen minder op. Als voorbeeld dient een standaardinstallatie van 10 panelen (4 kWp) pal op het zuiden.

Weersverwachting vandaag

Het weerbeeld voor zondag: overdag dicht bewolkt, met nauwelijks een zonnestraal. Er valt niet overal neerslag: op de ene plek blijft het droog, op de andere valt wat lichte regen. De temperatuur loopt in de middag op tot 11 à 13 graden.

Provincie voor provincie: de verwachte opbrengst

Als we kijken naar de opbrengst per provincie, dan is dit het beeld:

RegioVerwachte opbrengstT.o.v. normaalBeoordeling
Zeeland1,9 kWh27%Slecht
Limburg1,8 kWh23%Slecht
Noord-Holland1,8 kWh28%Slecht
Zuid-Holland1,2 kWh19%Slecht
Noord-Brabant1,1 kWh14%Slecht
Gelderland1,0 kWh14%Slecht
Utrecht1,0 kWh14%Slecht
Fryslân0,8 kWh13%Slecht
Drenthe0,7 kWh11%Slecht
Groningen0,6 kWh10%Slecht
Flevoland0,6 kWh9%Slecht
Overijssel0,5 kWh8%Slecht

Alle opbrengsten gelden voor 10 panelen met samen 4 kWp, pal op het zuiden en 35 graden gekanteld; een grotere of anders gerichte installatie schaalt ongeveer evenredig mee.

Het verschil tussen de provincies

De opbrengst in Zeeland ligt vandaag 1,4 kWh boven die in Overijssel. In Zeeland is de opbrengst 3,7 keer zo hoog als in Overijssel. Dat verschil komt vrijwel helemaal door bewolking: het aantal uren zon telt zwaarder dan de stand van de zon, die over een land van deze omvang nauwelijks varieert.

Stroomprijzen vandaag

Van 05:00 tot 00:00 komt de gemiddelde prijs vandaag uit op 0,442 euro per kWh. Dat is een all-in prijs voor consumenten: de marktprijs plus energiebelasting, btw en de gemiddelde inkoopvergoeding van leveranciers. Om 13:15 begint het goedkoopste kwartier (0,390 euro), om 17:00 het duurste (0,503 euro). Tijdens de zonuren daalt de gemiddelde prijs met 0,014 euro ten opzichte van de hele dag, naar 0,428 euro. Zo werkt het bij veel zon: het stroomaanbod is dan groot op het moment dat de panelen leveren, dus daalt de prijs en levert terugleveren minder op dan zelf verbruiken.

Hoe komt deze verwachting tot stand?

Als basis dient HARMONIE AROME, het weermodel van het KNMI met een raster van ongeveer twee kilometer; de gegevens halen we op via Open-Meteo. Voor elke provincie kijken we naar één punt: de provinciehoofdstad. Uit de verwachte instraling op een vlak onder 35 graden volgt de opbrengst met een systeemrendement van 86 procent en een temperatuurcorrectie, want een warm paneel levert minder.

De normale opbrengst voor deze datum komt uit PVGIS van de Europese Commissie, dat 19 jaar aan gemeten instraling per locatie bevat. Die cijfers rekenen we op dezelfde manier om naar kWh. Daardoor vergelijkt de verhouding tussen vandaag en normaal niet twee verschillende rekenmethodes. Het blijven wel twee losse modellen, de weersverwachting en de historische metingen, met elk een eigen afwijking. De percentages zijn daarom een richting en geen garantie.

We hebben de beoordeling geijkt op de 19 jaar aan data: een dag heet goed als hij beter is dan driekwart van de vergelijkbare dagen rond dezelfde datum, en zeer goed als hij beter is dan negen op de tien. Die grenzen komen uit de data.

Voor de stroomprijzen gebruiken we Dynamisch Tarief, dat de day-ahead prijzen van ENTSO-E vertaalt naar wat een consument betaalt.

Deel dit artikel

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Deel dit artikel

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

A hopeful feeling in Kamerik, Utrecht Netherlands
Beeld: Datingjungle / Unsplash

Biologisch areaal groeit naar 5,4%, sector pleit voor investering

Het aandeel biologisch areaal in Nederland groeit naar 5,4%, maar blijft achter bij de ambities.

Door Tinus Guichelaar

Het aandeel biologisch areaal in Nederland is in 2026 gestegen naar 5,4%. Dit betekent een groei ten opzichte van het vorig jaar, maar het biologische bedrijfsareaal komt nog niet in de buurt van de gestelde doelstellingen.

De groei van het biologische areaal versnelt geleidelijk sinds 2015, maar de huidige snelheid van uitbreiding is onvoldoende om de langetermijndoelstellingen te bereiken. Een verdere versnelling van deze groei zal nodig zijn om de ambities waar te maken.

Ondertussen pleit de agrofoodsector voor investeringen in de sector. Vijftig bedrijven en onderzoeksinstellingen, onder leiding van Wageningen Universiteit, roepen het kabinet op 450 miljoen euro beschikbaar te stellen voor plantveredeling en nieuwe technologie in de landbouw- en voedselsector.

Deel dit artikel