Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Verwachte zonneopbrengst per provincie op 30 oktober 2026, als percentage van de seizoensnorm
Verwachte opbrengst ten opzichte van de seizoensnorm. Eén representatief meetpunt per provincie. Beeld: Nieuwsgrazer · KNMI via Open-Meteo · PVGIS · CBS/PDOK

Zonnepanelen op normaal niveau voor de tijd van het jaar – het zuiden profiteert het meest

Voor vrijdag verwachten we dat 10 zonnepanelen met samen 4 kWp ongeveer 6,0 kWh opwekken. Ten opzichte van een normale dag rond deze datum is dat 86 procent, ofwel een normale dag voor de tijd van het jaar. In het zuiden van het land is de opbrengst duidelijk hoger. De gunstigste omstandigheden zijn er in Limburg, Zeeland en Noord-Brabant; in Flevoland en Fryslân drukt bewolking de opbrengst.

Door NieuwsGrazer Bijgewerkt

In Nederland wordt al 228 maanden (19 jaar) de zonneopbrengst bijgehouden. Vergeleken met een gemiddelde 30 oktober ligt de verwachte opbrengst 14 procent lager. Van de vergelijkbare dagen in die periode leverde 45 procent minder op. De cijfers gelden voor een gestandaardiseerde installatie van 10 panelen, samen 4 kWp, op het zuiden.

Het weer vandaag

Vrijdag wordt het overdag grotendeels bewolkt met een enkele zonnige opklaring. De zon schijnt het langst rond Maastricht (ongeveer 9 uur) en het kortst rond Lelystad (ongeveer 1 uur). Het wordt een droge dag, in het hele land. De middagtemperatuur ligt tussen de 13 en 15 graden.

Dit levert elke provincie op

Niet elke provincie krijgt evenveel zon. Zo verdeelt de opbrengst zich vandaag:

RegioVerwachte opbrengstT.o.v. normaalBeoordeling
Limburg13,5 kWh172%Goed
Zeeland10,7 kWh146%Goed
Noord-Brabant7,8 kWh103%Normaal
Gelderland7,8 kWh108%Normaal
Utrecht5,4 kWh78%Normaal
Noord-Holland4,9 kWh74%Normaal
Zuid-Holland4,4 kWh67%Normaal
Overijssel3,8 kWh55%Normaal
Drenthe3,7 kWh58%Normaal
Groningen3,4 kWh54%Normaal
Fryslân3,4 kWh53%Normaal
Flevoland3,0 kWh44%Matig

De getallen gelden per dag voor 10 panelen met samen 4 kWp, pal op het zuiden en onder een hoek van 35 graden. Een grotere of anders gerichte installatie schaalt ongeveer evenredig mee.

Waarom verschilt de opbrengst?

Limburg en Flevoland liggen vandaag 10,5 kWh uit elkaar. De opbrengst in Limburg is daarmee 4,4 keer zo groot. De verklaring is vooral de bewolking. De stand van de zon varieert nauwelijks over een land van deze omvang, het aantal zonuren daarentegen wel.

Zo staat de stroomprijs er vandaag voor

De gemiddelde stroomprijs tussen 05:00 en 00:00 is vandaag 0,465 euro per kWh. In die prijs zit alles: marktprijs, energiebelasting, btw en de gemiddelde inkoopvergoeding van leveranciers. Om 12:00 begint het goedkoopste kwartier (0,389 euro), om 17:00 het duurste (0,545 euro). De zonuren zijn goedkoper: gemiddeld 0,440 euro, ofwel 0,025 euro onder het daggemiddelde. Dat past bij een zonnige dag: het aanbod van zonnestroom drukt de prijs juist wanneer de panelen leveren, waardoor zelf verbruiken meer oplevert dan terugleveren.

Hoe komt deze verwachting tot stand?

De verwachting komt van het weermodel HARMONIE AROME van het KNMI, op een raster van ongeveer twee kilometer, opgevraagd via Open-Meteo. Elke provincie wordt vertegenwoordigd door één meetpunt, de hoofdstad. We rekenen de verwachte instraling op een vlak onder 35 graden om naar opbrengst met een systeemrendement van 86 procent, gecorrigeerd voor temperatuur, want een warm paneel levert minder.

Wat normaal is voor deze datum komt uit PVGIS van de Europese Commissie: 19 jaar aan gemeten instraling per locatie, met dezelfde omrekening naar kWh. Zo vergelijken we vandaag en normaal met dezelfde rekenmethode en niet met twee verschillende. De weersverwachting en de historische metingen blijven wel twee losse modellen met elk hun eigen afwijking, dus lees de percentages als een richting en niet als een garantie.

We hebben de beoordeling geijkt op de 19 jaar aan data: een dag heet goed wanneer hij beter uitpakt dan driekwart van de vergelijkbare dagen rond dezelfde datum, en zeer goed vanaf negen op de tien. De grenzen zijn dus niet zelf gekozen.

Voor de stroomprijzen gebruiken we Dynamisch Tarief, dat de day-ahead prijzen van ENTSO-E vertaalt naar wat een consument betaalt.

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

A hopeful feeling in Kamerik, Utrecht Netherlands
Beeld: Datingjungle / Unsplash

Biologisch areaal groeit naar 5,4%, sector pleit voor investering

Het aandeel biologisch areaal in Nederland groeit naar 5,4%, maar blijft achter bij de ambities.

Door Tinus Guichelaar

Het aandeel biologisch areaal in Nederland is in 2026 gestegen naar 5,4%. Dit betekent een groei ten opzichte van het vorig jaar, maar het biologische bedrijfsareaal komt nog niet in de buurt van de gestelde doelstellingen.

De groei van het biologische areaal versnelt geleidelijk sinds 2015, maar de huidige snelheid van uitbreiding is onvoldoende om de langetermijndoelstellingen te bereiken. Een verdere versnelling van deze groei zal nodig zijn om de ambities waar te maken.

Ondertussen pleit de agrofoodsector voor investeringen in de sector. Vijftig bedrijven en onderzoeksinstellingen, onder leiding van Wageningen Universiteit, roepen het kabinet op 450 miljoen euro beschikbaar te stellen voor plantveredeling en nieuwe technologie in de landbouw- en voedselsector.