Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Verwachte zonneopbrengst per provincie op 26 oktober 2026, als percentage van de seizoensnorm
Verwachte opbrengst ten opzichte van de seizoensnorm. Eén representatief meetpunt per provincie. Beeld: Nieuwsgrazer · KNMI via Open-Meteo · PVGIS · CBS/PDOK

Gewone opbrengst voor zonnepanelen – zachte middag van 14 graden

Het is voor maandag de verwachting dat een standaardinstallatie van 10 zonnepanelen (4 kWp) ongeveer 4,9 kWh op zal leveren. Vergeleken met een gemiddelde dag rond deze tijd van het jaar ligt de opbrengst op 68 procent: wat gebruikelijk is voor de tijd van het jaar. Het noorden doet het vandaag beter dan het zuiden. In Overijssel, Flevoland en Gelderland werkt de zon het best mee voor de panelen; in Zeeland en Noord-Brabant blijft de opbrengst door bewolking achter.

Door NieuwsGrazer Bijgewerkt

In Nederland wordt al 228 maanden (19 jaar) de zonneopbrengst bijgehouden. Op basis van die cijfers zien we dat de opbrengst 32 procent lager ligt dan op een gemiddelde 26 oktober. Vergelijkbare dagen leverden in de afgelopen 19 jaar in 34 procent van de gevallen minder op. Het gaat steeds om dezelfde opstelling: 10 panelen van samen 4 kWp, op het zuiden.

Wat doet het weer vandaag?

Het weerbeeld voor maandag: overdag grotendeels bewolkt met een enkele zonnige opklaring. Het zonnigst wordt het rond Zwolle met ongeveer 6 uur, het minst zonnig rond Middelburg met ongeveer 1 uur. De temperatuur loopt in de middag op tot 12 à 14 graden. Landelijk valt er af en toe regen (plaatselijk tot ongeveer 3 millimeter).

Dit levert elke provincie op

Als we kijken naar de opbrengst per provincie, dan is dit het beeld:

RegioVerwachte opbrengstT.o.v. normaalBeoordeling
Overijssel7,2 kWh99%Normaal
Flevoland6,1 kWh82%Normaal
Gelderland5,5 kWh72%Normaal
Fryslân5,4 kWh82%Normaal
Limburg5,1 kWh62%Normaal
Noord-Holland4,7 kWh68%Normaal
Utrecht4,6 kWh62%Normaal
Drenthe4,6 kWh68%Normaal
Groningen4,6 kWh70%Normaal
Zuid-Holland4,5 kWh65%Normaal
Noord-Brabant3,8 kWh47%Matig
Zeeland3,3 kWh43%Matig

Berekend voor 10 panelen van samen 4 kWp, gericht op het zuiden onder 35 graden. Bij een grotere of anders gerichte installatie schaalt de opbrengst ongeveer evenredig mee.

Waarom verschilt de opbrengst?

Tussen Overijssel en Zeeland zit vandaag een verschil van 3,9 kWh. De opbrengst in Overijssel is daarmee 2,2 keer zo groot. Het ligt niet aan de stand van de zon, die over zo'n klein land bijna overal gelijk is, maar aan het aantal zonuren en dus aan de bewolking.

Wat kost een kWh vandaag?

Tussen 05:00 en 00:00 kost stroom vandaag gemiddeld 0,341 euro per kWh. Dat is een all-in prijs voor consumenten: de marktprijs plus energiebelasting, btw en de gemiddelde inkoopvergoeding van leveranciers. Om 05:00 begint het goedkoopste kwartier (0,176 euro), om 07:45 het duurste (0,526 euro). Tijdens de zonuren ligt de prijs gemiddeld 0,026 euro lager dan over de hele dag, op 0,315 euro. Dat past bij een zonnige dag: het aanbod van zonnestroom drukt de prijs juist wanneer de panelen leveren, waardoor zelf verbruiken meer oplevert dan terugleveren.

De berekening achter de cijfers

De verwachting komt van het weermodel HARMONIE AROME van het KNMI, op een raster van ongeveer twee kilometer, opgevraagd via Open-Meteo. Per provincie is één meetpunt gebruikt: de provinciehoofdstad. Met een systeemrendement van 86 procent en een correctie voor temperatuur (een warm paneel levert minder) wordt de verwachte instraling op een vlak onder 35 graden omgezet in kWh.

Wat normaal is voor deze datum komt uit PVGIS van de Europese Commissie: 19 jaar aan gemeten instraling per locatie, met dezelfde omrekening naar kWh. Zo vergelijken we vandaag en normaal met dezelfde rekenmethode en niet met twee verschillende. De verwachting en de historische metingen blijven twee losse modellen met elk hun eigen afwijking. Zie de percentages dan ook als een richting, niet als een garantie.

We hebben de beoordeling geijkt op de 19 jaar aan data: goed is een dag die beter uitpakt dan driekwart van de vergelijkbare dagen rond dezelfde datum, zeer goed een dag die beter is dan negen op de tien. De grenzen zijn dus niet zelf gekozen.

Voor de stroomprijzen gebruiken we Dynamisch Tarief, dat de day-ahead prijzen van ENTSO-E vertaalt naar wat een consument betaalt.

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

A hopeful feeling in Kamerik, Utrecht Netherlands
Beeld: Datingjungle / Unsplash

Biologisch areaal groeit naar 5,4%, sector pleit voor investering

Het aandeel biologisch areaal in Nederland groeit naar 5,4%, maar blijft achter bij de ambities.

Door Tinus Guichelaar

Het aandeel biologisch areaal in Nederland is in 2026 gestegen naar 5,4%. Dit betekent een groei ten opzichte van het vorig jaar, maar het biologische bedrijfsareaal komt nog niet in de buurt van de gestelde doelstellingen.

De groei van het biologische areaal versnelt geleidelijk sinds 2015, maar de huidige snelheid van uitbreiding is onvoldoende om de langetermijndoelstellingen te bereiken. Een verdere versnelling van deze groei zal nodig zijn om de ambities waar te maken.

Ondertussen pleit de agrofoodsector voor investeringen in de sector. Vijftig bedrijven en onderzoeksinstellingen, onder leiding van Wageningen Universiteit, roepen het kabinet op 450 miljoen euro beschikbaar te stellen voor plantveredeling en nieuwe technologie in de landbouw- en voedselsector.