Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Verwachte zonneopbrengst per provincie op 25 oktober 2026, als percentage van de seizoensnorm
Verwachte opbrengst ten opzichte van de seizoensnorm. Eén representatief meetpunt per provincie. Beeld: Nieuwsgrazer · KNMI via Open-Meteo · PVGIS · CBS/PDOK

Matige opbrengst voor zonnepanelen – het zuiden duidelijk in het voordeel, grijs en somber

Zonnepanelen leveren zondag naar verwachting ongeveer 2,8 kWh per standaardinstallatie op, gerekend met 10 panelen van samen 4 kWp. Ten opzichte van een normale dag rond deze datum is dat 38 procent, ofwel een tegenvallende dag voor de tijd van het jaar. In het zuiden van het land is de opbrengst duidelijk hoger. De opbrengst is het hoogst in Limburg, Zeeland en Zuid-Holland en het laagst in Fryslân en Gelderland, waar bewolking de zon verdringt.

Door NieuwsGrazer Bijgewerkt

Over de afgelopen 19 jaar, dus 228 maanden, is vastgelegd hoeveel zon er in Nederland scheen. Ten opzichte van een gemiddelde 25 oktober is dat 62 procent minder. Van de vergelijkbare dagen in die periode leverde 11 procent minder op. De cijfers gelden voor een gestandaardiseerde installatie van 10 panelen, samen 4 kWp, op het zuiden.

Weersverwachting vandaag

Het wordt zondag overdag somber en vrijwel zonder zon. Het zonnigst wordt het rond Middelburg met ongeveer 5 uur, het minst zonnig rond 's-Hertogenbosch met minder dan een uur. De middagtemperatuur ligt tussen de 11 en 13 graden. Geen enkele provincie blijft droog: er valt flink wat regen (plaatselijk tot ongeveer 19 millimeter).

Dit levert elke provincie op

In de tabel hieronder is te zien hoe de provincies er vandaag voor staan:

RegioVerwachte opbrengstT.o.v. normaalBeoordeling
Limburg7,4 kWh88%Normaal
Zeeland5,9 kWh76%Normaal
Zuid-Holland5,4 kWh76%Normaal
Groningen2,3 kWh34%Matig
Overijssel2,1 kWh28%Slecht
Noord-Holland2,0 kWh28%Slecht
Noord-Brabant1,8 kWh22%Slecht
Drenthe1,7 kWh24%Slecht
Flevoland1,7 kWh22%Slecht
Utrecht1,6 kWh21%Slecht
Gelderland1,2 kWh15%Slecht
Fryslân1,2 kWh17%Slecht

Alle opbrengsten gelden voor 10 panelen met samen 4 kWp, pal op het zuiden en 35 graden gekanteld; een grotere of anders gerichte installatie schaalt ongeveer evenredig mee.

Wat verklaart het verschil?

De opbrengst in Limburg ligt vandaag 6,2 kWh boven die in Fryslân. Limburg levert 6,3 keer zo veel op. Bewolking is de grote boosdoener: hoeveel uur de zon doorbreekt telt zwaarder dan de zonnestand, die in Nederland nauwelijks verschilt tussen noord en zuid.

Wat kost een kWh vandaag?

Van 05:00 tot 00:00 komt de gemiddelde prijs vandaag uit op 0,171 euro per kWh. Genoemd wordt de volledige consumentenprijs, bovenop de marktprijs dus inclusief energiebelasting, btw en de gemiddelde inkoopvergoeding van leveranciers. Het laagste tarief is er vanaf 12:45 met 0,127 euro, het hoogste vanaf 18:45 met 0,309 euro. In de zonuren is stroom gemiddeld 0,037 euro goedkoper dan over de hele dag: 0,134 euro per kWh. Dat is precies het patroon dat veel zon veroorzaakt: het aanbod drukt de prijs op het moment dat de panelen leveren, en terugleveren levert dan dus minder op dan zelf verbruiken. Voor 8,0 uur is de kale marktprijs zelfs negatief. Voor consumenten blijft de prijs door belasting en btw meestal positief, maar terugleveren levert op die uren niets op voor wie niet meer kan salderen.

Hoe we dit berekenen

Het weermodel HARMONIE AROME van het KNMI levert de verwachting, op een raster van ongeveer twee kilometer. We vragen de data op via Open-Meteo. Per provincie is één meetpunt gebruikt: de provinciehoofdstad. We rekenen de verwachte instraling op een vlak onder 35 graden om naar opbrengst met een systeemrendement van 86 procent, gecorrigeerd voor temperatuur, want een warm paneel levert minder.

Voor wat normaal is rond deze datum gebruiken we PVGIS van de Europese Commissie: 19 jaar aan gemeten instraling per locatie, op dezelfde manier omgerekend naar kWh. Zo vergelijken we vandaag en normaal met dezelfde rekenmethode en niet met twee verschillende. Houd er rekening mee dat de weersverwachting en de historische metingen twee losse modellen zijn met elk hun eigen afwijking: de percentages wijzen een richting aan en geven geen garantie.

De beoordeling is geijkt op die 19 jaar: goed is een dag die beter uitpakt dan driekwart van de vergelijkbare dagen rond dezelfde datum, zeer goed een dag die beter is dan negen op de tien. De grenzen zijn dus niet zelf gekozen.

De stroomprijzen zijn afkomstig van Dynamisch Tarief, dat de day-ahead prijzen van ENTSO-E omzet naar een consumentenprijs.

Interior of the House of Representatives of the Netherlands
Beeld: Sisyfus / Wikimedia Commons

Van Essen wijst alternatief stikstofplan Landbouw Alliantie nu al af, maar wil wel in gesprek

Het alternatieve stikstofplan van de Landbouw Alliantie is nog maar net gepresenteerd, maar landbouwminister Jaimi van Essen heeft de belangrijkste voorstellen al van de hand gewezen. De minister wil binnenkort wel met de betrokken boerenorganisaties om tafel, al maakt hij op voorhand duidelijk dat zijn eigen stikstofplannen niet ter discussie staan.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

De Landbouw Alliantie, waarin Agractie, NMV, NVP en DDB samenwerken, presenteerde dinsdagmiddag in Den Haag een alternatief voor het stikstofbeleid van het kabinet. De organisaties willen de vergunningverlening weer op gang brengen zonder de ingrijpende maatregelen die volgens hen tot een forse krimp van de veestapel zullen leiden.

Het hele plan is hier te lezen.

Een belangrijk onderdeel is de invoering van een stikstofdrempelwaarde naar Duits voorbeeld. Daarnaast stelt de alliantie voor om zogenoemde significantiestroken van 250 meter rond stikstofgevoelige natuur in te voeren. Binnen deze stroken zouden strengere vergunningseisen gelden. Het kabinet gaat uit van zones van 500 tot 1.000 meter.

De alliantie wil bovendien dat de staat van de natuur opnieuw wordt beoordeeld, met meer aandacht voor feitelijke waarnemingen en andere oorzaken van natuurproblemen, zoals waterkwaliteit en invasieve soorten. Volgens de organisaties ligt in het huidige beleid te veel nadruk op stikstofberekeningen.

Minister houdt z'n poot stijf

Van Essen laat er weinig twijfel over bestaan hoe hij tegen het alternatief aankijkt. Volgens hem zijn de verschillen met de Landbouw Alliantie fundamenteel en bieden de voorgestelde versoepelingen geen oplossing voor de vastgelopen vergunningverlening.

"Nederland komt niet van het slot door de maatregelen af te zwakken op de plekken waar de natuur die het hardst nodig heeft en tegelijkertijd de regels voor vergunningverlening te versoepelen", aldus de minister.

Toch wil Van Essen met de organisaties in gesprek. Dat de partijen fundamenteel anders denken, maakt een gesprek volgens hem niet minder waardevol. Veel onderhandelingsruimte lijkt er alleen niet te zijn. De minister benadrukt dat het maatregelenpakket dat het kabinet voor de zomer presenteerde, de basis blijft waarop verder wordt gewerkt.

Daarmee lijkt de uitkomst van het overleg op voorhand dus al wel vast te staan: de Landbouw Alliantie mag haar voorstellen toelichten, maar de minister is niet van plan er iets mee te doen.

Discussie op Prikkebord

23 reacties
  • P

    pieta ·

    @producent Volgens een artikel wat Agractie deelt op Facebook is een aanpassing van 85% gras/rustgewassen op zand ook waarschijnlijk. Bron van artikel is de…

  • P

    producent ·

    @Sander O even cda bellen jan. Die gingen ons toch redden 👍 Heeft hij waarschijnlijk gedaan.…

  • R

    rene-de-jong ·

    additionaliteit Additionaliteit is vooral het punt bij vergunning verlening dat alles naar natuur moet. Plan 'konijnen' is voor zover ik het kan beoordelen…

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

A hopeful feeling in Kamerik, Utrecht Netherlands
Beeld: Datingjungle / Unsplash

Biologisch areaal groeit naar 5,4%, sector pleit voor investering

Het aandeel biologisch areaal in Nederland groeit naar 5,4%, maar blijft achter bij de ambities.

Door Tinus Guichelaar

Het aandeel biologisch areaal in Nederland is in 2026 gestegen naar 5,4%. Dit betekent een groei ten opzichte van het vorig jaar, maar het biologische bedrijfsareaal komt nog niet in de buurt van de gestelde doelstellingen.

De groei van het biologische areaal versnelt geleidelijk sinds 2015, maar de huidige snelheid van uitbreiding is onvoldoende om de langetermijndoelstellingen te bereiken. Een verdere versnelling van deze groei zal nodig zijn om de ambities waar te maken.

Ondertussen pleit de agrofoodsector voor investeringen in de sector. Vijftig bedrijven en onderzoeksinstellingen, onder leiding van Wageningen Universiteit, roepen het kabinet op 450 miljoen euro beschikbaar te stellen voor plantveredeling en nieuwe technologie in de landbouw- en voedselsector.