Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Verwachte zonneopbrengst per provincie op 23 oktober 2026, als percentage van de seizoensnorm
Verwachte opbrengst ten opzichte van de seizoensnorm. Eén representatief meetpunt per provincie. Beeld: Nieuwsgrazer · KNMI via Open-Meteo · PVGIS · CBS/PDOK

2,3 kWh zonnestroom, uitzonderlijk weinig voor de tijd van het jaar

Vandaag levert een standaardinstallatie van 10 zonnepanelen (4 kWp) naar verwachting ongeveer 2,3 kWh op. Dat betekent 30 procent van een normale dag rond deze datum, dus uitzonderlijk laag voor de tijd van het jaar. Het maakt vandaag weinig uit of de panelen in het noorden of het zuiden liggen. Het hoogst ligt de opbrengst in Utrecht, Flevoland en Limburg, het laagst in Zeeland en Drenthe, waar bewolking de opbrengst drukt.

Door NieuwsGrazer Bijgewerkt

Als maatstaf nemen we de zoninstraling van de afgelopen 19 jaar (228 maanden). Daarmee zit de verwachting 70 procent onder wat een gemiddelde 23 oktober oplevert. Van de vergelijkbare dagen in die periode leverde 8 procent minder op. We rekenen met één standaardinstallatie: 10 panelen, samen 4 kWp, op het zuiden.

Wat doet het weer vandaag?

Vrijdag wordt het overdag somber en vrijwel zonder zon. De middagtemperatuur ligt tussen de 12 en 14 graden. Landelijk valt er veel regen (plaatselijk tot ongeveer 29 millimeter).

Het is duidelijk bijna wintertijd.

Zo verschilt de opbrengst per provincie

Zo is de opbrengst vandaag over het land verdeeld:

RegioVerwachte opbrengstT.o.v. normaalBeoordeling
Utrecht2,9 kWh37%Matig
Flevoland2,9 kWh36%Matig
Limburg2,8 kWh34%Matig
Gelderland2,8 kWh36%Matig
Overijssel2,6 kWh34%Matig
Zuid-Holland2,4 kWh32%Matig
Noord-Brabant2,1 kWh25%Slecht
Noord-Holland2,1 kWh28%Slecht
Groningen2,0 kWh29%Slecht
Fryslân1,9 kWh26%Slecht
Drenthe1,9 kWh26%Slecht
Zeeland1,3 kWh16%Slecht

Alle opbrengsten gelden voor 10 panelen met samen 4 kWp, pal op het zuiden en 35 graden gekanteld; een grotere of anders gerichte installatie schaalt ongeveer evenredig mee.

Wat verklaart het verschil?

Utrecht en Zeeland liggen vandaag 1,6 kWh uit elkaar. In Utrecht is de opbrengst 2,3 keer zo hoog als in Zeeland. De stand van de zon verschilt over zo'n klein land nauwelijks; het verschil zit in het aantal uren zon, en dus in de bewolking.

Wat kost stroom vandaag

Tussen 05:00 en 00:00 kost stroom vandaag gemiddeld 0,291 euro per kWh. Genoemd wordt de volledige consumentenprijs, bovenop de marktprijs dus inclusief energiebelasting, btw en de gemiddelde inkoopvergoeding van leveranciers. De laagste prijs geldt vanaf 23:45 (0,209 euro); de hoogste vanaf 08:00 (0,400 euro). Tijdens de zonuren daalt de gemiddelde prijs met 0,011 euro ten opzichte van de hele dag, naar 0,280 euro. Zo werkt het bij veel zon: het stroomaanbod is dan groot op het moment dat de panelen leveren, dus daalt de prijs en levert terugleveren minder op dan zelf verbruiken.

Hoe komt deze verwachting tot stand?

Het weermodel HARMONIE AROME van het KNMI levert de verwachting, op een raster van ongeveer twee kilometer. We vragen de data op via Open-Meteo. Als meetpunt per provincie dient de provinciehoofdstad. Uit de verwachte instraling op een vlak onder 35 graden volgt de opbrengst met een systeemrendement van 86 procent en een temperatuurcorrectie, want een warm paneel levert minder.

Wat normaal is voor deze datum komt uit PVGIS van de Europese Commissie: 19 jaar aan gemeten instraling per locatie, met dezelfde omrekening naar kWh. Daarmee is de verhouding tussen vandaag en normaal niet vertekend door twee verschillende rekenmethodes. De verwachting en de historische metingen blijven twee losse modellen met elk hun eigen afwijking. Zie de percentages dan ook als een richting, niet als een garantie.

De beoordeling is gebaseerd op diezelfde 19 jaar: een dag heet goed als hij beter is dan driekwart van de vergelijkbare dagen rond dezelfde datum, en zeer goed als hij beter is dan negen op de tien. Die grenzen komen uit de data.

De stroomprijzen zijn afkomstig van Dynamisch Tarief, dat de day-ahead prijzen van ENTSO-E omzet naar een consumentenprijs.

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

A hopeful feeling in Kamerik, Utrecht Netherlands
Beeld: Datingjungle / Unsplash

Biologisch areaal groeit naar 5,4%, sector pleit voor investering

Het aandeel biologisch areaal in Nederland groeit naar 5,4%, maar blijft achter bij de ambities.

Door Tinus Guichelaar

Het aandeel biologisch areaal in Nederland is in 2026 gestegen naar 5,4%. Dit betekent een groei ten opzichte van het vorig jaar, maar het biologische bedrijfsareaal komt nog niet in de buurt van de gestelde doelstellingen.

De groei van het biologische areaal versnelt geleidelijk sinds 2015, maar de huidige snelheid van uitbreiding is onvoldoende om de langetermijndoelstellingen te bereiken. Een verdere versnelling van deze groei zal nodig zijn om de ambities waar te maken.

Ondertussen pleit de agrofoodsector voor investeringen in de sector. Vijftig bedrijven en onderzoeksinstellingen, onder leiding van Wageningen Universiteit, roepen het kabinet op 450 miljoen euro beschikbaar te stellen voor plantveredeling en nieuwe technologie in de landbouw- en voedselsector.