Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Verwachte zonneopbrengst per provincie op 21 oktober 2026, als percentage van de seizoensnorm
Verwachte opbrengst ten opzichte van de seizoensnorm. Eén representatief meetpunt per provincie. Beeld: Nieuwsgrazer · KNMI via Open-Meteo · PVGIS · CBS/PDOK

Zonnestroom op normaal niveau voor de tijd van het jaar – zacht, tot 14 graden

Het is voor woensdag de verwachting dat een standaardinstallatie van 10 zonnepanelen (4 kWp) ongeveer 5,4 kWh op zal leveren. Ten opzichte van een normale dag rond deze datum is dat 67 procent, ofwel een gewone dag voor de tijd van het jaar. Het noorden doet het vandaag beter dan het zuiden. Wie zijn panelen in Groningen, Drenthe en Fryslân heeft liggen, haalt het meeste uit de dag; in Zeeland en Zuid-Holland is dat door bewolking minder.

Door NieuwsGrazer Bijgewerkt

Als basis dienen 19 jaar aan zonnegegevens, oftewel 228 maanden aan data. Dat ligt 33 procent onder het gemiddelde van 21 oktober. Van de vergelijkbare dagen in die periode leverde 33 procent minder op. Het gaat steeds om dezelfde opstelling: 10 panelen van samen 4 kWp, op het zuiden.

Zo wordt het weer vandaag

Overdag is het woensdag grotendeels bewolkt met een enkele zonnige opklaring. Het zonnigst wordt het rond Groningen met ongeveer 7 uur, het minst zonnig rond Middelburg met minder dan een uur. Het hele land krijgt te maken met af en toe een bui (lokaal tot zo'n 4 millimeter). De temperatuur loopt in de middag op tot 12 à 14 graden.

De opbrengst in elke provincie

Als we kijken naar de opbrengst per provincie, dan is dit het beeld:

RegioVerwachte opbrengstT.o.v. normaalBeoordeling
Groningen9,2 kWh126%Normaal
Drenthe9,2 kWh121%Normaal
Fryslân8,1 kWh108%Normaal
Overijssel7,5 kWh92%Normaal
Flevoland6,5 kWh79%Normaal
Gelderland5,5 kWh67%Normaal
Utrecht4,4 kWh54%Normaal
Noord-Brabant3,7 kWh43%Matig
Noord-Holland3,0 kWh39%Matig
Limburg3,0 kWh33%Matig
Zuid-Holland2,3 kWh29%Slecht
Zeeland2,0 kWh24%Slecht

De getallen gelden per dag voor 10 panelen met samen 4 kWp, pal op het zuiden en onder een hoek van 35 graden. Een grotere of anders gerichte installatie schaalt ongeveer evenredig mee.

Het verschil tussen de provincies

Tussen Groningen en Zeeland zit vandaag een verschil van 7,2 kWh. Groningen levert 4,6 keer zo veel op. Dat verschil komt vrijwel helemaal door bewolking: het aantal uren zon telt zwaarder dan de stand van de zon, die over een land van deze omvang nauwelijks varieert.

Zo staat de stroomprijs er vandaag voor

Over de periode van 05:00 tot 00:00 betaalt een consument vandaag gemiddeld 0,387 euro per kWh. Het gaat om de all-in prijs voor consumenten, dus inclusief marktprijs, energiebelasting, btw en de gemiddelde inkoopvergoeding van leveranciers. Het kwartier dat om 13:00 begint is het goedkoopst (0,299 euro), dat van 08:00 het duurst (0,467 euro). Tijdens de zonuren ligt de prijs gemiddeld 0,012 euro lager dan over de hele dag, op 0,376 euro. Dat past bij een zonnige dag: het aanbod van zonnestroom drukt de prijs juist wanneer de panelen leveren, waardoor zelf verbruiken meer oplevert dan terugleveren.

De berekening achter de cijfers

De cijfers zijn afkomstig uit het KNMI-weermodel HARMONIE AROME (raster van ongeveer twee kilometer), opgevraagd via Open-Meteo. Per provincie is één meetpunt gebruikt: de provinciehoofdstad. De opbrengst volgt uit de verwachte instraling op een vlak onder 35 graden, met een systeemrendement van 86 procent en een temperatuurcorrectie: een warm paneel levert minder.

PVGIS van de Europese Commissie levert de maatstaf: 19 jaar aan gemeten instraling per locatie, met dezelfde omrekening naar kWh als de verwachting. Daardoor vergelijkt de verhouding tussen vandaag en normaal niet twee verschillende rekenmethodes. De verwachting en de historische metingen blijven twee losse modellen met elk hun eigen afwijking. Zie de percentages dan ook als een richting, niet als een garantie.

De schaal van de beoordeling komt uit die 19 jaar: een dag heet goed als hij beter is dan driekwart van de vergelijkbare dagen rond dezelfde datum, en zeer goed als hij beter is dan negen op de tien. Die grenzen komen uit de data.

Voor de stroomprijzen gebruiken we Dynamisch Tarief, dat de day-ahead prijzen van ENTSO-E vertaalt naar wat een consument betaalt.

Interior of the House of Representatives of the Netherlands
Beeld: Sisyfus / Wikimedia Commons

Van Essen wijst alternatief stikstofplan Landbouw Alliantie nu al af, maar wil wel in gesprek

Het alternatieve stikstofplan van de Landbouw Alliantie is nog maar net gepresenteerd, maar landbouwminister Jaimi van Essen heeft de belangrijkste voorstellen al van de hand gewezen. De minister wil binnenkort wel met de betrokken boerenorganisaties om tafel, al maakt hij op voorhand duidelijk dat zijn eigen stikstofplannen niet ter discussie staan.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

De Landbouw Alliantie, waarin Agractie, NMV, NVP en DDB samenwerken, presenteerde dinsdagmiddag in Den Haag een alternatief voor het stikstofbeleid van het kabinet. De organisaties willen de vergunningverlening weer op gang brengen zonder de ingrijpende maatregelen die volgens hen tot een forse krimp van de veestapel zullen leiden.

Het hele plan is hier te lezen.

Een belangrijk onderdeel is de invoering van een stikstofdrempelwaarde naar Duits voorbeeld. Daarnaast stelt de alliantie voor om zogenoemde significantiestroken van 250 meter rond stikstofgevoelige natuur in te voeren. Binnen deze stroken zouden strengere vergunningseisen gelden. Het kabinet gaat uit van zones van 500 tot 1.000 meter.

De alliantie wil bovendien dat de staat van de natuur opnieuw wordt beoordeeld, met meer aandacht voor feitelijke waarnemingen en andere oorzaken van natuurproblemen, zoals waterkwaliteit en invasieve soorten. Volgens de organisaties ligt in het huidige beleid te veel nadruk op stikstofberekeningen.

Minister houdt z'n poot stijf

Van Essen laat er weinig twijfel over bestaan hoe hij tegen het alternatief aankijkt. Volgens hem zijn de verschillen met de Landbouw Alliantie fundamenteel en bieden de voorgestelde versoepelingen geen oplossing voor de vastgelopen vergunningverlening.

"Nederland komt niet van het slot door de maatregelen af te zwakken op de plekken waar de natuur die het hardst nodig heeft en tegelijkertijd de regels voor vergunningverlening te versoepelen", aldus de minister.

Toch wil Van Essen met de organisaties in gesprek. Dat de partijen fundamenteel anders denken, maakt een gesprek volgens hem niet minder waardevol. Veel onderhandelingsruimte lijkt er alleen niet te zijn. De minister benadrukt dat het maatregelenpakket dat het kabinet voor de zomer presenteerde, de basis blijft waarop verder wordt gewerkt.

Daarmee lijkt de uitkomst van het overleg op voorhand dus al wel vast te staan: de Landbouw Alliantie mag haar voorstellen toelichten, maar de minister is niet van plan er iets mee te doen.

Discussie op Prikkebord

23 reacties
  • P

    pieta ·

    @producent Volgens een artikel wat Agractie deelt op Facebook is een aanpassing van 85% gras/rustgewassen op zand ook waarschijnlijk. Bron van artikel is de…

  • P

    producent ·

    @Sander O even cda bellen jan. Die gingen ons toch redden 👍 Heeft hij waarschijnlijk gedaan.…

  • R

    rene-de-jong ·

    additionaliteit Additionaliteit is vooral het punt bij vergunning verlening dat alles naar natuur moet. Plan 'konijnen' is voor zover ik het kan beoordelen…

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

A hopeful feeling in Kamerik, Utrecht Netherlands
Beeld: Datingjungle / Unsplash

Biologisch areaal groeit naar 5,4%, sector pleit voor investering

Het aandeel biologisch areaal in Nederland groeit naar 5,4%, maar blijft achter bij de ambities.

Door Tinus Guichelaar

Het aandeel biologisch areaal in Nederland is in 2026 gestegen naar 5,4%. Dit betekent een groei ten opzichte van het vorig jaar, maar het biologische bedrijfsareaal komt nog niet in de buurt van de gestelde doelstellingen.

De groei van het biologische areaal versnelt geleidelijk sinds 2015, maar de huidige snelheid van uitbreiding is onvoldoende om de langetermijndoelstellingen te bereiken. Een verdere versnelling van deze groei zal nodig zijn om de ambities waar te maken.

Ondertussen pleit de agrofoodsector voor investeringen in de sector. Vijftig bedrijven en onderzoeksinstellingen, onder leiding van Wageningen Universiteit, roepen het kabinet op 450 miljoen euro beschikbaar te stellen voor plantveredeling en nieuwe technologie in de landbouw- en voedselsector.