Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Lely Astronaut melkrobot
Deze melker is er ook altijd om 06:00. Beeld: Anoek2012 / Wikimedia Commons

Willen boeren permanent wintertijd? "Koeien hebben geen klok"

Komend weekend gaat de klok weer een uur terug. Voor veel Nederlanders betekent dat een uurtje langer slapen, maar op veehouderijbedrijven kan de overgang naar de wintertijd juist extra werk opleveren. Koeien, geiten en kippen houden zich immers niet aan de klok, maar aan hun vaste ritme. Vooral melkveehouders die op vaste tijden melken, moeten rekening houden met de omschakeling.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober gaat om 03.00 uur de klok terug naar 02.00 uur. Voor veehouders betekent dat soms dat het dagelijkse werkschema moet worden aangepast. Dieren zijn gewend aan vaste momenten voor voeren en melken. Een plotselinge verschuiving van een uur kan onrust veroorzaken.

Uit een eerdere peiling van Nieuwe Oogst (2018) onder 1.500 agrariërs bleek dat boeren verdeeld zijn over de zomer- en wintertijd. Vooral het tweemaal per jaar verzetten van de klok wordt als hinderlijk ervaren. Sommige melkveehouders meldden destijds zelfs tijdelijk een lagere melkproductie.

Groot voordeel van melkrobots

Er bestaat wel een belangrijk verschil tussen melkveehouders die traditioneel melken en bedrijven met melkrobots.

Wie trouw elke dag om zes uur 's morgens melkt, verschijnt na de overgang naar de wintertijd volgens de biologische klok van de koeien ineens een uur te laat op het strijdtoneel. Daarom kiezen veel melkveehouders ervoor de melktijden gedurende enkele dagen geleidelijk te verschuiven. Zo kunnen de dieren wennen aan het nieuwe ritme.

Bij bedrijven met melkrobots speelt dit probleem nauwelijks. De koeien bepalen daar grotendeels zelf wanneer ze gemolken worden. Afgezien van het feit dat een koe op een 25-urige dag meer melk lijkt te hebben geleverd, veranderd er niets.

Ook kippen kunnen geen klok kijken

Niet alleen melkkoeien zijn gevoelig voor veranderingen in hun dagelijkse routine. Ook in de pluimveehouderij spelen vaste tijdstippen een belangrijke rol.

Verlichting, voeren en andere stalprocessen worden vaak automatisch geregeld. Pluimveehouders moeten daarom rekening houden met het aanpassen van tijdschema's. Sommige ondernemers laten het ritme van hun dieren ongemoeid en passen liever hun eigen werktijden aan.

Afschaffen blijft moeilijk

De Europese Commissie stelde al in 2018 voor om het halfjaarlijkse verzetten van de klok af te schaffen. Het Europees Parlement stemde daar in 2019 mee in, maar de lidstaten bereikten nooit overeenstemming. Daardoor blijft de huidige regeling voorlopig bestaan.

Overigens betekent kritiek op de klokwisseling niet automatisch dat veehouders de zomertijd willen behouden. Veel boeren geven juist de voorkeur aan de wintertijd als permanente standaardtijd, omdat het dan in de winter eerder licht wordt.

Advertenties · Zoekt u nog melkkoeien?

Discussie op Prikkebord

6 reacties
  • V

    Vdejong ·

    @Limburgs boertje meer dan 75 koeien Vraag me af wat dat doet met het aantal melkingen per koe per dag

  • J

    JappieJo ·

    @Limburgs boertje dat het kan wil niet zeggen dat het lukt 😅 Gestuurd bij blauw en vrij bij rood

  • W

    wanabee duitser ·

    Hoe kan de laval meer dan 75 koeien melken op 1 robot en lely maar 65 waar zit hem dat in?

LTO-voorzitter Ger Koopmans: 'Stikstofregels van tafel vegen lost niets op'

LTO-voorzitter Ger Koopmans wil dat de overheid snel duidelijkheid geeft over het stikstofbeleid. Volgens hem zitten veel boeren in grote onzekerheid over hun vergunning. Hij begrijpt de boosheid over de plannen van het kabinet, maar vindt het onverstandig om alle plannen van tafel te vegen. LTO kiest daarom voor overleg en probeert de regels aan te passen.

Door Co Scholten Bijgewerkt

Koopmans vertelde dit tijdens een ledenbijeenkomst in Hollands Kroon (NH). Volgens hem heeft LTO sinds juni samen met de regionale organisaties al meer dan 6.000 mensen gesproken tijdens ruim twintig bijeenkomsten.

Koopmans vertelde dit tijdens een ledenbijeenkomst in Hollands Kroon (NH)

Veel boeren onzeker over vergunning

Volgens Koopmans heeft meer dan de helft van de veehouders die lid zijn van LTO te maken met onzekerheid over hun vergunning. Het gaat onder andere om PAS-melders, bedrijven die intern hebben gesaldeerd en boeren die een verzoek tot handhaving hebben ontvangen.

Hij waarschuwt dat ook boeren verder van natuurgebieden problemen kunnen krijgen. Als voorbeeld noemt hij een Brabantse veehouder op 3,5 kilometer afstand van een natuurgebied. Die wil zijn uitstoot met 90 procent verminderen, maar dreigt volgens Koopmans toch zijn vergunning kwijt te raken.

"Wij kunnen die vijf niet in de steek laten", zegt Koopmans over de Brabantse bedrijven die hun vergunning dreigen te verliezen.

Stikstof verminderen én vergunningen mogelijk maken

LTO heeft samen met provincies, gemeenten, waterschappen en het NAJK een plan met bouwstenen gemaakt. De kern daarvan is dat de uitstoot van stikstof moet dalen, maar dat boeren tegelijkertijd weer vergunningen moeten kunnen krijgen.

Koopmans vindt dat de bestaande stikstofwet te veel uitgaat van de neerslag van stikstof op natuurgebieden. Hij wil overstappen naar beleid dat kijkt naar de werkelijke uitstoot.

Volgens hem is het niet voldoende om alleen nieuwe doelen vast te leggen. Boeren moeten ook weten hoe zij die doelen kunnen halen en welke investeringen daarvoor nodig zijn.

Grote bezwaren tegen plannen van kabinet

Koopmans noemt drie belangrijke problemen in de stikstofbrief van 26 juni: de stapeling van maatregelen, de voorgestelde grondgebondenheid en de extra regels voor bedrijven rond natuurgebieden.

Vooral de combinatie van verschillende verplichtingen baart LTO zorgen. Boeren krijgen volgens Koopmans te maken met eisen voor stikstof, klimaat en grondgebondenheid tegelijk.

Ook vindt LTO dat het kabinet onvoldoende rekening houdt met verschillen tussen bedrijven en gebieden. Koopmans wil dat provincies meer ruimte krijgen om zelf passende maatregelen te bepalen.

Discussie over de norm van 0,164

Een belangrijk onderwerp tijdens de bijeenkomst was de voorgestelde ammoniaknorm van 0,164 kilogram per fosfaatrecht voor de melkveehouderij.

Koopmans begrijpt de zorgen hierover. Volgens hem is het belangrijk dat boeren meer mogelijkheden krijgen om hun uitstoot te verminderen. Hij noemt onder andere aanpassingen aan stallen, voermaatregelen, bestaande emissiearme vloeren en weidegang.

Ook investeringen die boeren eerder hebben gedaan, moeten volgens hem kunnen meetellen. Sommige emissiearme vloeren halen niet de beloofde vermindering, maar leveren volgens Koopmans nog altijd een bijdrage.

LTO onderhandelt bovendien nog over de hoogte en uitwerking van de norm.

LTO wil direct een hogere rekenkundige ondergrens

Een belangrijk verzoek van LTO is om de rekenkundige ondergrens voor stikstofberekeningen snel te verhogen. Koopmans wil niet wachten op nieuwe onderzoeken of een invoering in stappen.

Hij verwijst naar berekeningen van de provincie Noord-Holland. Volgens hem zouden 124 van de 128 PAS-melders in de provincie hiermee geholpen kunnen worden. Ook zou een groot deel van de bouwprojecten hiervan kunnen profiteren.

Wel moet volgens LTO goed worden geregeld welke bestaande bedrijfssituatie als uitgangspunt geldt bij toekomstige vergunningaanvragen.

Geen algemene korting op veestapel

Koopmans verzet zich tegen een algemene korting op het aantal dieren of fosfaatrechten.

Hij wil dat boeren zelf kunnen kiezen hoe zij de verplichte uitstootvermindering bereiken. Alleen bedrijven die na voldoende tijd niet aan de eisen voldoen, zouden volgens hem individueel aangepakt moeten kunnen worden.

Ook vraagt hij om duidelijkheid over subsidies. Boeren moeten vooraf weten hoeveel financiële steun zij kunnen krijgen wanneer zij investeren in nieuwe technieken.

Verschil van mening met andere boerenorganisaties

Tijdens de bijeenkomst kwamen ook vragen over de samenwerking tussen LTO en andere boerenorganisaties, waaronder Agractie, NMV, DDB en Farmers Defence Force.

Koopmans zegt dat er veel overeenkomsten zijn, maar ook een belangrijk verschil. LTO vindt dat de vermindering van stikstofuitstoot juridisch moet worden vastgelegd. Zonder die zekerheid verwacht hij dat rechters nieuwe vergunningen blijven blokkeren.

Hij benadrukt dat LTO regelmatig contact heeft met andere organisaties en dat onderlinge verschillen niet automatisch betekenen dat er ruzie is.

Ook Brussel moet regels aanpassen

LTO probeert volgens Koopmans niet alleen in Den Haag veranderingen te bereiken, maar ook in Brussel. Via de Europese boerenorganisatie Copa-Cogeca pleit LTO voor aanpassingen aan de Europese regels voor natuur en mest.

Volgens Koopmans moeten Europese regels beter aansluiten op de praktijk van landbouwbedrijven.

Koopmans kiest voor overleg

De boodschap van Koopmans is dat de landbouw niet kan blijven wachten op een volledig nieuw stikstofbeleid. De juridische problemen zijn volgens hem daarvoor te groot.

LTO blijft daarom in gesprek met het kabinet en politieke partijen. Daarbij wil de organisatie bereiken dat boeren meer mogelijkheden krijgen om hun uitstoot te verminderen, voldoende financiële ondersteuning ontvangen en weer zekerheid krijgen over hun vergunning.

Koopmans benadrukt dat alleen protesteren of het weggooien van de stikstofplannen de problemen niet oplost. Volgens hem moet er een oplossing komen die zowel voor boeren als voor de rechter standhoudt.

Discussie op Prikkebord

29 reacties
  • B

    BertK ·

    Wat ik mij afvraag, sinds jaren '90 is stikstofdepositie gehalveerd, een vermindering van 20kg N zuiver. Een deel van de natuur in N2000 waardeert stikstof…

  • H

    hans-hans ·

    @Grasbaal een korte samenvatting van Floor , is toch , dat het gewoon onwil en een soort boertje pesten is , het pesten houd niet zomaar op , en voor…

  • G

    Grasbaal ·

    Hier een uitleg hoe ze dat in Noord-Holland samen op de rit willen krijgen Noord-Holland wil de vastgelopen vergunningverlening weer op gang brengen. Voor…

Discussie op Boeren NL

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Sloop oude stal, plek voor nieuwe melkstal met Komatsu kraan
Beeld: Rommert / TractorFan

Het boerenlandschap sterft een stille dood: al 920 veehouderijlocaties zonder dieren

De gevolgen van de landelijke stoppersregelingen worden steeds zichtbaarder op het Nederlandse platteland. Inmiddels staan 920 veehouderijlocaties leeg. De dieren zijn afgevoerd, de mestputten geleegd en op veel plaatsen wacht de sloop van de stallen. Vooral varkenshouders en melkveehouders maken gebruik van de regelingen.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

De leegstand wordt duidelijk uit cijfers van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), de Lbv-plus voor piekbelasters en de regeling voor kleinere sectoren. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben alleen al voor de eerste twee regelingen 1.576 veehouders een aanvraag ingediend.

Het grootste aantal aanvragen komt uit de varkenshouderij, met 573 aanvragen. Daarna volgen de melkveehouderij met 446, de pluimveehouderij met 243 en de vleeskalverhouderij met 210 aanvragen.

Honderden stallen wachten op sloop

Op 360 deelnemende varkensbedrijven zijn de dieren en mest inmiddels verdwenen. Van deze bedrijven zijn er 132 volledig door het beëindigingstraject. Nog eens 200 bedrijven bevinden zich in de sloopfase.

Ook in de melkveehouderij gaat het snel. Van de 283 deelnemende bedrijven hebben er 272 hun dieren en mest afgevoerd. Bij de pluimveehouderij zijn 93 locaties leeg en bij de vleeskalverhouderij 107.

Niet iedere aanvraag leidt overigens tot een bedrijfsbeëindiging. Bij de Lbv en Lbv-plus zijn inmiddels 527 aanvragen ingetrokken. Ook zijn er ondernemers die nog moeten beslissen of ze daadwerkelijk stoppen.

Vooral Gelderland en Brabant getroffen

De regionale verschillen zijn groot. In de gemeenten Venray en Ede zijn ieder 54 aanvragen ingediend. Barneveld volgt met 45 aanvragen. Ook Land van Cuijk, Deurne, Apeldoorn en Putten staan hoog op de lijst.

Opmerkelijk is dat Gelderland tegelijkertijd moeite heeft om geld voor een eigen beëindigingsregeling uit te geven. Van de provinciale middelen bleef dit jaar 9 miljoen euro ongebruikt. Vergunningproblemen en onzekerheid over toekomstige regelingen maken het voor ondernemers lastig om beslissingen te nemen.

Wat blijft er over van het platteland?

De beëindigingsregelingen moeten de stikstofneerslag op kwetsbare natuur verminderen. Maar ze veranderen ook het aanzien en de economische structuur van het buitengebied.

Met iedere stoppende veehouder verdwijnen niet alleen dieren uit de stallen, maar mogelijk ook opdrachten voor loonwerkers, voerleveranciers, dierenartsen en andere agrarische dienstverleners.

Discussie op Prikkebord

33 reacties
  • N

    Noorderling ·

    @weurding als kelders dicht mogen komt er wel wat vrij inderdaad en dan heb je ook zomaar tekort. Gaat dat in ieder geval niet meer zakken.

  • A

    arie.j ·

    Dat puin probleem zal wel regionaal. De overbuurman is ZZPer en maakt nu woning in mijn koestal Dus veel activiteit kortbij. Maar gewoonlijk heeft hij altijd…

  • @

    @T60402 ·

    Daar is genoeg aan te verdienen. Zeker als je geen gestorte putten hebt. Zo spannend is dat slopen allemaal niet. slopen is inderdaad niet spannend. Maar…

Discussie op Boeren NL

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.