Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Peecon voermengwagen
Beeld: Dejong / TractorFan

Wat doet CatiBovin voor koeien en hoe verschilt het van Bovaer?

Bovaer en CatiBovin worden beide toegevoegd aan koeienvoer, maar werken heel verschillend. Bovaer vermindert de vorming van methaan in de pens. CatiBovin moet zorgen dat koeien calcium en stikstof uit hun voer beter benutten. Dat kan ook helpen om de ammoniakuitstoot te verlagen.

Door Co Scholten Bijgewerkt

CatiBovin van PerformaNat krijgt een gouden medaille bij de Innovation Award EuroTier 2026.

Bovaer en CatiBovin: twee voermiddelen met een ander doel

Melkveehouders krijgen steeds vaker te maken met voermiddelen die de uitstoot moeten verminderen of de voerbenutting verbeteren. Bovaer en CatiBovin zijn daar voorbeelden van. Toch zijn de producten geen directe vervangers van elkaar: ze grijpen in op verschillende processen in de koe.

Bovaer remt de vorming van methaan

Bovaer bevat de werkzame stof 3-NOP. Die remt een enzym van de micro-organismen die in de pens methaan maken. Daardoor ontstaat tijdens de vertering minder van dit broeikasgas, dat vooral via de bek van de koe vrijkomt.

De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA vond in drie melkveeproeven een methaanvermindering van 20 tot 35 procent bij de onderzochte dosering. Het resultaat hangt onder meer af van het rantsoen en de hoeveelheid die de koe binnenkrijgt.

CatiBovin richt zich op betere voerbenutting

CatiBovin van het Duitse bedrijf PerformaNat heeft een ander uitgangspunt. Plantaardige werkzame stoffen activeren volgens de ontwikkelaar bepaalde transportkanalen in de penswand. Deze zogenoemde TRP-kanalen spelen een rol bij de opname van calcium en stikstof.

Het doel is dat de koe de voedingsstoffen uit het bestaande rantsoen beter opneemt en benut. Volgens PerformaNat kan dit de melkproductie en de stofwisseling ondersteunen. Het product wordt door het gemengde rantsoen gevoerd. CatiBovin kreeg voor deze aanpak een gouden innovatieprijs van EuroTier 2026.

Minder stikstofverlies kan ammoniak beperken

Als een koe stikstof beter benut, kan er minder overtollige stikstof worden uitgescheiden. Dat biedt mogelijkheden om de vorming van ammoniak te beperken. De EuroTier-jury noemt dit als een mogelijk voordeel van CatiBovin.

Hoe groot die vermindering in de praktijk is, wordt in de geraadpleegde productinformatie en jurytoelichting niet met een concreet, onafhankelijk vastgesteld percentage aangegeven. De formulering ‘kan bijdragen aan minder ammoniakuitstoot’ is daarom passend.

Methaan en ammoniak zijn verschillende gassen

Het belangrijkste verschil zit daarmee in het doel. Bovaer richt zich rechtstreeks op minder methaan, een broeikasgas. CatiBovin richt zich op een betere benutting van voedingsstoffen, met mogelijk minder ammoniak als bijkomend voordeel.

Een betere stikstofbenutting betekent dus niet automatisch minder methaan. CatiBovin kan daarom op basis van deze informatie niet worden beschouwd als vervanger van Bovaer.

Advertenties · Ruwvoer

Deel dit artikel

Discussie op Prikkebord

3 reacties
  • J

    J Wiersma ·

    @Jacobs Farm kun je ook minder eiwit voeren dan krijg je ook bex voordeel

  • G

    Grasbaal ·

    @Jacobs Farm als het goed werkt zal dat wel minder worden. Dus minder uitstoot.

  • J

    Jacobs Farm ·

    Zal dit spul er vervolgens ook weer voor zorgen dat de stikstof gehaltes in de mest lager worden?

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Deel dit artikel

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.