Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
The morning sunlight shines through trees upon the ground where horses are feeding.
Beeld: Leslie Saunders / Unsplash

Waar haalt de paardenhouder straks nog hooi vandaan?

De prijzen van hooi lopen verder op nu de gevolgen van de droge zomer doorwerken in de markt. Vooral geschikt weidehooi wordt schaarser. Niet alleen veehouders, maar ook paardenhouders krijgen daardoor te maken met hogere kosten voor hun wintervoorraad.

Door Tinus Guichelaar

Volgens de actuele marktprijzen van Nieuwe Oogst is Engels raaigrashooi in Goes gestegen naar 125 tot 145 euro per ton. Vier weken geleden lag de prijs nog tussen 110 en 120 euro. Daarmee is de gemiddelde notering in een maand met ongeveer 17 procent gestegen. Ook graszaadhooi en tarwestro zijn duurder geworden. De noteringen betreffen groothandelsprijzen exclusief btw.

In Nederland zijn volgens landbouwkundige analyses op veel plaatsen één tot twee grassnedes verloren gegaan. Vooral in juli en augustus groeide het gras nauwelijks. Ook in Frankrijk, Duitsland en Engeland vielen de opbrengsten tegen. In Frankrijk lag de cumulatieve grasgroei eind augustus zelfs 36 procent onder het langjarig gemiddelde.

Paardenhouders betalen de rekening

Voor paardenhouders kan de schaarste een flinke kostenpost worden. Paarden zijn voor hun dagelijkse voeding sterk afhankelijk van voldoende kwalitatief goed ruwvoer. Een paard dat dagelijks 10 kilo hooi eet, verbruikt op jaarbasis ongeveer 3,7 ton. Een prijsstijging van 50 euro per ton betekent dan ruim 180 euro aan extra voerkosten per paard per jaar. Als je het straks nog kunt krijgen.

Daarbij betalen particuliere paardenhouders doorgaans aanzienlijk meer dan de officiële groothandelsnoteringen. Hooi wordt vaak gekocht in kleinere balen, waarbij ook kosten voor persen, opslag, transport en levering worden doorberekend. Vooral eigenaren van meerdere paarden en pensionstallen kunnen daardoor fors hogere kosten tegemoetzien.

Niet iedere partij hooi is bovendien geschikt voor paarden. De samenstelling, het suikergehalte, de structuur en de hygiënische kwaliteit spelen een belangrijke rol. Een tekort aan geschikt paardenhooi kan daardoor groter zijn dan de algemene schaarste aan ruwvoer.

Ook in andere Europese landen tekorten

De problemen beperken zich niet tot Nederland. In Frankrijk viel de grasproductie tijdens de zomer sterk terug, terwijl ook in Zuid-Duitsland en Engeland aanzienlijke opbrengstverliezen werden gemeld. Veehouders die zelf onvoldoende ruwvoer hebben gewonnen, houden hun bestaande voorraden eerder vast of moeten aanvullend hooi aankopen.

Dat zorgt voor extra concurrentie op de Europese hooimarkt. Handelaren zoeken inmiddels over grotere afstanden naar geschikte partijen, onder meer in Scandinavië. De langere transportafstanden maken geïmporteerd hooi bovendien duurder.

Weinig uitzicht op snelle prijsdaling

Hoewel er na de zomer weer regen is gevallen, worden de verloren grassnedes daarmee niet ingehaald. De wintervoorraad voor het seizoen 2026/2027 is daardoor kleiner dan gebruikelijk.

Of de prijzen de komende maanden verder stijgen, hangt af van de beschikbare voorraden, de import en de vraag vanuit de veehouderij en paardensector. Een snelle terugkeer naar een ruim aanbod ligt echter niet voor de hand. Vooral paardenhouders die nog geen wintervoorraad hebben aangelegd, kunnen daarvan de gevolgen ondervinden.

Discussie op Boeren NL

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Interior of the House of Representatives of the Netherlands
Beeld: Sisyfus / Wikimedia Commons

Van Essen wijst alternatief stikstofplan Landbouw Alliantie nu al af, maar wil wel in gesprek

Het alternatieve stikstofplan van de Landbouw Alliantie is nog maar net gepresenteerd, maar landbouwminister Jaimi van Essen heeft de belangrijkste voorstellen al van de hand gewezen. De minister wil binnenkort wel met de betrokken boerenorganisaties om tafel, al maakt hij op voorhand duidelijk dat zijn eigen stikstofplannen niet ter discussie staan.

Door Tinus Guichelaar

De Landbouw Alliantie, waarin Agractie, NMV, NVP en DDB samenwerken, presenteerde dinsdagmiddag in Den Haag een alternatief voor het stikstofbeleid van het kabinet. De organisaties willen de vergunningverlening weer op gang brengen zonder de ingrijpende maatregelen die volgens hen tot een forse krimp van de veestapel zullen leiden.

Het hele plan is hier te lezen.

Een belangrijk onderdeel is de invoering van een stikstofdrempelwaarde naar Duits voorbeeld. Daarnaast stelt de alliantie voor om zogenoemde significantiestroken van 250 meter rond stikstofgevoelige natuur in te voeren. Binnen deze stroken zouden strengere vergunningseisen gelden. Het kabinet gaat uit van zones van 500 tot 1.000 meter.

De alliantie wil bovendien dat de staat van de natuur opnieuw wordt beoordeeld, met meer aandacht voor feitelijke waarnemingen en andere oorzaken van natuurproblemen, zoals waterkwaliteit en invasieve soorten. Volgens de organisaties ligt in het huidige beleid te veel nadruk op stikstofberekeningen.

Minister houdt z'n poot stijf

Van Essen laat er weinig twijfel over bestaan hoe hij tegen het alternatief aankijkt. Volgens hem zijn de verschillen met de Landbouw Alliantie fundamenteel en bieden de voorgestelde versoepelingen geen oplossing voor de vastgelopen vergunningverlening.

"Nederland komt niet van het slot door de maatregelen af te zwakken op de plekken waar de natuur die het hardst nodig heeft en tegelijkertijd de regels voor vergunningverlening te versoepelen", aldus de minister.

Toch wil Van Essen met de organisaties in gesprek. Dat de partijen fundamenteel anders denken, maakt een gesprek volgens hem niet minder waardevol. Veel onderhandelingsruimte lijkt er alleen niet te zijn. De minister benadrukt dat het maatregelenpakket dat het kabinet voor de zomer presenteerde, de basis blijft waarop verder wordt gewerkt.

Daarmee lijkt de uitkomst van het overleg op voorhand dus al wel vast te staan: de Landbouw Alliantie mag haar voorstellen toelichten, maar de minister is niet van plan er iets mee te doen.

Discussie op Prikkebord

23 reacties
  • P

    pieta ·

    @producent Volgens een artikel wat Agractie deelt op Facebook is een aanpassing van 85% gras/rustgewassen op zand ook waarschijnlijk. Bron van artikel is de…

  • P

    producent ·

    @Sander O even cda bellen jan. Die gingen ons toch redden 👍 Heeft hij waarschijnlijk gedaan.…

  • R

    rene-de-jong ·

    additionaliteit Additionaliteit is vooral het punt bij vergunning verlening dat alles naar natuur moet. Plan 'konijnen' is voor zover ik het kan beoordelen…

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.