Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.

Schapenherder Marleen de Bie dreigt dwangsom van dertigduizend euro

Schapenherder Marleen de Bie dreigt een dwangsom van dertigduizend euro te krijgen van gemeente Uitgeest wegens tunneltenten zonder vergunning op haar bedrijf.

Door Co Scholten Bijgewerkt

Marleen de Bie graast met haar dochter en in totaal 750 schapen in de hele IJmond. Ze werken in opdracht van de gemeenten Heemskerk, Beverwijk, Velsen-Noord en Uitgeest. De schapen eten onkruid, gras en lage bladeren op steile hellingen en in moeilijk bereikbare percelen waar een grasmaaier niet bij kan. Soms staan ze ook op vlakke terreinen, omdat ze volgens Marleen flora- en faunavriendelijker zijn dan machines.

Marleen dreigt nu echter een dwangsom van dertigduizend euro te moeten betalen, opgelegd door gemeente Uitgeest. Op haar thuisweide aan Klein Dorregeest staan tunneltenten die nodig zijn om haar schapen te verzorgen, vooral in lammertijd. Toen Marleen haar bedrijf in 2023 van Heemskerk naar Uitgeest verhuisde, zag ze over het hoofd dat voor deze tenten een vergunning vereist is.

Marleen betoogt dat verwijdering van de tenten het welzijn van de dieren in gevaar zou brengen en dat ze zonder de tenten niet aan haar wettelijke zorgplicht als houder kan voldoen. Zij noemt het een misverstand, maar de gemeente Uitgeest handhaaft de dwangsom.

Deel dit artikel

Pig farm in Vampula, Finland.
Beeld: kallerna / Wikimedia Commons

Rechter: Brabantse ammoniakaanpak overeind, tijdelijke pas-op-de-plaats bij handhaving

’s-Hertogenbosch, 22 oktober 2026 – De voorzieningenrechter heeft vandaag uitspraak gedaan in het kort geding over de Brabantse aanpak voor vermindering van ammoniakemissie voor de veehouderij. De rechter laat de Brabantse regeling in stand, maar oordeelt dat de provincie zich tot en met 1 februari 2027 moet onthouden van handhavingsmaatregelen op basis van de betreffende bepalingen uit de Omgevingsverordening.

Door Co Scholten Bijgewerkt

De rechter ziet geen aanleiding om de Brabantse aanpak vermindering ammoniakemissie voor de veehouderij buiten werking te stellen. Daarmee blijft de provinciale aanpak om ammoniakuitstoot terug te dringen en natuurherstel mogelijk te maken overeind. Gedeputeerde Wilma Dirken (Stikstof): “De rechter laat de kern van onze aanpak overeind.

Dat is belangrijk, omdat de opgave om stikstofuitstoot terug te dringen en natuurherstel mogelijk te maken onverminderd blijft bestaan.” De voorzieningenrechter spreekt in het vonnis uit dat het te prijzen is dat de provincie verantwoordelijkheid heeft genomen voor het treffen van maatregelen gericht op vermindering van stikstofbelasting, in een periode waarin landelijke maatregelen uitbleven.

Tijdelijke pas-op-de-plaats

De rechter heeft geoordeeld dat ondernemers op dit moment nog te veel onzekerheid ervaren over onder meer financiële ondersteuning vanuit het Rijk en voorgenomen zonering rond Natura 2000-gebieden. Daarom mag de provincie tot en met 1 februari 2027 geen handhavingsmaatregelen nemen op basis van de betreffende emissienormen.

Dat betekent dat de provincie geen handhavingsbesluiten neemt maar wel blijft toezien op naleving van de regeling, zoals het indienen respectievelijk afhandelen van meldingen, het nemen van maatwerkbesluiten en het houden van toezicht. Ondernemers die voldoen aan de voorwaarden, kunnen de gemelde maatregelen ook gewoon uitvoeren.

Samenhang met landelijk1e aanpak

De uitspraak onderstreept het belang van een goede aansluiting tussen provinciaal en landelijk beleid. Er is wel enige verbazing over het oordeel van de rechter dat de provincie op voorhand rekening had moeten houden met de voorgenomen zonering en maatregelen die het Rijk in juli 2026 heeft aangekondigd. Deze waren uiteraard ten tijde van het besluit in december 2025 nog niet bekend.

Desondanks is er begrip dat de rechter het nemen van handhavingsbesluiten tot 1 februari opschort omdat de rechter de verwachting heeft dat er dan meer duidelijkheid is voor ondernemers. Dirken: “Ook wij hebben er belang bij dat ondernemers weten waar zij aan toe zijn. De komende periode blijven wij daarom nauw samenwerken met het Rijk, andere provincies en betrokken sectoren om hierover meer duidelijkheid te creëren. Als er meer duidelijkheid bestaat over de rijksregels, beoordelen wij of handhaving van de verordening kan worden hervat.”

Vervolg

De provincie analyseert het vonnis momenteel verder. Over eventuele verdere bestuurlijke of juridische vervolgstappen heeft het college nog geen besluit genomen.

Advertenties · percelen

Deel dit artikel

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Sloop oude stal, plek voor nieuwe melkstal met Komatsu kraan
Beeld: Rommert / TractorFan

Het boerenlandschap sterft een stille dood: al 920 veehouderijlocaties zonder dieren

De gevolgen van de landelijke stoppersregelingen worden steeds zichtbaarder op het Nederlandse platteland. Inmiddels staan 920 veehouderijlocaties leeg. De dieren zijn afgevoerd, de mestputten geleegd en op veel plaatsen wacht de sloop van de stallen. Vooral varkenshouders en melkveehouders maken gebruik van de regelingen.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

De leegstand wordt duidelijk uit cijfers van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), de Lbv-plus voor piekbelasters en de regeling voor kleinere sectoren. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben alleen al voor de eerste twee regelingen 1.576 veehouders een aanvraag ingediend.

Het grootste aantal aanvragen komt uit de varkenshouderij, met 573 aanvragen. Daarna volgen de melkveehouderij met 446, de pluimveehouderij met 243 en de vleeskalverhouderij met 210 aanvragen.

Honderden stallen wachten op sloop

Op 360 deelnemende varkensbedrijven zijn de dieren en mest inmiddels verdwenen. Van deze bedrijven zijn er 132 volledig door het beëindigingstraject. Nog eens 200 bedrijven bevinden zich in de sloopfase.

Ook in de melkveehouderij gaat het snel. Van de 283 deelnemende bedrijven hebben er 272 hun dieren en mest afgevoerd. Bij de pluimveehouderij zijn 93 locaties leeg en bij de vleeskalverhouderij 107.

Niet iedere aanvraag leidt overigens tot een bedrijfsbeëindiging. Bij de Lbv en Lbv-plus zijn inmiddels 527 aanvragen ingetrokken. Ook zijn er ondernemers die nog moeten beslissen of ze daadwerkelijk stoppen.

Vooral Gelderland en Brabant getroffen

De regionale verschillen zijn groot. In de gemeenten Venray en Ede zijn ieder 54 aanvragen ingediend. Barneveld volgt met 45 aanvragen. Ook Land van Cuijk, Deurne, Apeldoorn en Putten staan hoog op de lijst.

Opmerkelijk is dat Gelderland tegelijkertijd moeite heeft om geld voor een eigen beëindigingsregeling uit te geven. Van de provinciale middelen bleef dit jaar 9 miljoen euro ongebruikt. Vergunningproblemen en onzekerheid over toekomstige regelingen maken het voor ondernemers lastig om beslissingen te nemen.

Wat blijft er over van het platteland?

De beëindigingsregelingen moeten de stikstofneerslag op kwetsbare natuur verminderen. Maar ze veranderen ook het aanzien en de economische structuur van het buitengebied.

Met iedere stoppende veehouder verdwijnen niet alleen dieren uit de stallen, maar mogelijk ook opdrachten voor loonwerkers, voerleveranciers, dierenartsen en andere agrarische dienstverleners.

Deel dit artikel

Discussie op Prikkebord

43 reacties
  • W

    weurding ·

    @Noorderling weet niet of puin gebruikt wordt om gesloopte kelders te dichten, zou er eerst zand in gooien, puin kom je altijd weer tegen

  • K

    Kruising ·

    @manneke als ik hier op de websites kijk vragen ze voor 100 kuub nog 2000 euro thuis gestort, serieus geld maar voor vulzand vragen ze nog meer

  • D

    de hoef ·

    a boeren willen bij lage prijzen jij mag het bij ons wel aannemen voor 3 euro , heb je zelf ook nog wat

Discussie op Boeren NL

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Wolf in the Forest
Beeld: Philipp Pilz / Unsplash

Is het einde van de volledige bescherming van de wolf in zicht?

De provincie Drenthe wil meer mogelijkheden om wolven te beheren en af te schieten. Samen met andere provincies en Duitse deelstaten wordt gelobbyd voor een verdere verlaging van de beschermde status. Ondertussen roept de huidige regelgeving een opmerkelijke vraag op: waar houdt het leefgebied van de wolf op als een roedel zich naast je tuin vestigt?

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

De Europese Unie verlaagde de status van de wolf eerder al van 'strikt beschermd' naar 'beschermd'. Sinds juli mogen boeren wolven bij gevaar zonder vergunning met licht en geluid van hun terrein verjagen. Maar volgens Drents gedeputeerde Henk Emmens (BBB) gaan de versoepelingen niet ver genoeg.

De provincie werkt daarom alvast aan een faunabeheerplan waarmee afschot mogelijk moet worden zodra de regelgeving dat toestaat. Emmens streeft uiteindelijk naar een wolfvrije provincie.

Wel uit de tuin, niet uit zijn leefgebied

De regels van BIJ12 laten zien hoe ingewikkeld de situatie is. Een wolf mag bij gevaar zonder vergunning van eigen terrein worden verjaagd. Maar wie wolven structureel bang wil maken voor mensen, heeft een vergunning nodig. Ook het verjagen uit hun leefgebied is zonder vergunning verboden.

Dat roept vragen op wanneer wolven zich vlak bij woningen en dorpen vestigen. Bewoners mogen een wolf bij gevaar wegjagen, maar niet zomaar voorkomen dat het dier terugkeert. Waar eindigt dan de menselijke leefomgeving en begint het beschermde wolvengebied?

We hebben de dodelijkste wolf van Europa

Vorig jaar waren 131 wolven volgens de onderzoekers verantwoordelijk voor de dood van ongeveer 3300 dieren. Dat komt neer op iets meer dan 25 gedode dieren per wolf. België volgt met gemiddeld 24,1 gedode dieren per wolf. In Noorwegen ligt dat aantal op 21,9, in Kroatië op 16,9 en in Oostenrijk op 16,2.

Drenthe wil doorpakken

In Provinciale Staten dringen BBB, VVD, CDA en JA21 aan op verdere maatregelen. De provincie kijkt onder meer naar Duitsland, waar probleemwolven onder voorwaarden mogen worden afgeschoten.

Een verdere verlaging van de beschermingsstatus betekent overigens niet dat de wolf vogelvrij wordt. Ook dan blijven Europese verplichtingen gelden om de wolvenpopulatie in stand te houden.

Toch lijkt de discussie te verschuiven. Niet langer staat alleen de bescherming van de wolf centraal, maar steeds nadrukkelijker de vraag hoeveel ruimte het dier krijgt in een dichtbevolkt land als Nederland.

Deel dit artikel