Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Farmer's protest in The Hague 1 October 2019. The sign reads in Dutch: "Use your common sense, keep the farmers in our land"
Beeld: kees torn / Wikimedia Commons

Minister komt met nieuwe eisen, maar zonder oplossingen

Stichting Stikstofclaim: opnieuw ingrijpende maatregelen, maar geen duidelijk perspectief op vergunningverlening

Door Co Scholten Bijgewerkt

Stichting Stikstofclaim (SSC) is bijzonder kritisch op de nieuwe stikstofplannen van minister Van Essen. Volgens de stichting bevatten de plannen opnieuw ingrijpende maatregelen voor de landbouw, terwijl concrete oplossingen voor de al jaren vastgelopen vergunningverlening ontbreken. Vooral melkveehouders rond Natura 2000-gebieden dreigen zwaar te worden getroffen.

Zeven jaar na PAS-uitspraak nog steeds geen oplossing

Sinds de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is de vergunningverlening voor veel agrarische bedrijven ernstig bemoeilijkt. Circa 2.600 PAS-melders en een onbekend aantal zogenoemde interimmers verkeren nog altijd in juridische onzekerheid.

Volgens SSC biedt de nieuwe Kamerbrief geen concrete maatregelen waarmee deze ondernemers op korte termijn duidelijkheid krijgen.

“Boeren wachten inmiddels al zeven jaar op een oplossing. In plaats van rechtszekerheid krijgen zij opnieuw plannen, aanvullende voorwaarden en onzekerheid over hun toekomst. Dat is onacceptabel”, aldus Stichting Stikstofclaim.

Eerst meten, dan maatregelen nemen

SSC vindt dat de overheid onvoldoende onderbouwt welke stikstofmaatregelen daadwerkelijk noodzakelijk en effectief zijn. De stichting wijst erop dat stikstofdepositie in natuurgebieden grotendeels wordt berekend, terwijl de ammoniakconcentratie in de lucht wel wordt gemeten.

Volgens SSC moet veel duidelijker worden vastgesteld hoeveel stikstof daadwerkelijk in natuurgebieden terechtkomt en welke gevolgen dit heeft voor de natuur.

“Voordat miljarden euro’s worden uitgegeven en boerenbedrijven worden beperkt of beëindigd, moet duidelijk zijn welk probleem precies wordt aangepakt en welk effect de maatregelen hebben. Eerst meten, dan weten.”

Ammoniakuitstoot fors gedaald, concentratie in lucht relatief stabiel

De Nederlandse landbouw heeft de ammoniakuitstoot sinds 1990 met meer dan 70% teruggebracht. Tegelijkertijd laten metingen van het RIVM zien dat de gemiddelde ammoniakconcentratie in de lucht de afgelopen twintig jaar relatief stabiel is gebleven.

Voor SSC is dit aanleiding om kritische vragen te stellen over de effectiviteit van verdere generieke emissiereducties. De stichting wil dat de overheid inzichtelijk maakt welke aanvullende reducties daadwerkelijk bijdragen aan natuurbehoud en natuurverbetering, in plaats van uitsluitend nieuwe reductiedoelstellingen vast te stellen.

Bron: RIVM, ammoniakconcentraties in lucht (MAN en LML), juli 2026.

Ook maatregelen voor waterkwaliteit roepen vragen op

Stichting Stikstofclaim plaatst eveneens vraagtekens bij de voorgestelde maatregelen om de afspoeling van dierlijke mest naar oppervlaktewater te beperken.

Volgens gegevens uit de Emissieregistratie zijn de emissiefactoren voor het rechtstreeks meemesten van sloten bij grasland sinds 1995 en bij bouwland sinds 2010 op nul gesteld.

SSC vraagt de minister daarom om duidelijk te onderbouwen welke vormen van belasting van het oppervlaktewater met meststoffen de voorgestelde maatregelen moeten verminderen en welke actuele gegevens daaraan ten grondslag liggen.

Toelichting: deze gegevens hebben uitsluitend betrekking op het rechtstreeks meemesten van sloten. Dit betekent niet dat er geen meststoffen meer via andere routes in het oppervlaktewater terechtkomen, bijvoorbeeld door uit- en afspoeling vanaf landbouwgrond. Bron: Emissieregistratie.

Melkveehouderij rond Natura 2000 zwaar getroffen

De plannen voorzien in aanvullende beperkingen voor agrarische bedrijven in zones rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarbij worden onder meer normen genoemd van 1,5 grootvee-eenheid per hectare en maximaal 170 kilogram stikstof per hectare.

SSC vreest dat deze maatregelen voor veel melkveehouders economisch en praktisch onuitvoerbaar zijn.

“De overheid presenteert nieuwe beperkingen zonder duidelijk te maken hoe getroffen boeren hun bedrijf nog rendabel kunnen voortzetten. Daarmee komt het voortbestaan van bedrijven en gezinnen op het spel te staan.”

Rekenkundige ondergrens biedt nog geen zekerheid

Ook de aangekondigde invoering van een rekenkundige ondergrens per 1 juli 2027 biedt volgens SSC onvoldoende duidelijkheid. De hoogte van deze ondergrens en de voorwaarden waaronder deze kan worden toegepast, moeten nog worden vastgesteld. Daarmee blijft onzeker welke ondernemers daadwerkelijk geholpen worden.

SSC wijst bovendien op onduidelijkheden in de Kamerbrief over de positie van PAS-melders en interimmers. Enerzijds wordt gesproken over situaties waarin geen vergunning meer nodig zou zijn, anderzijds over een nieuwe referentiesituatie die vergunningverlening mogelijk moet maken.

Volgens de stichting dreigt hierdoor opnieuw langdurige juridische onzekerheid te ontstaan, met nieuwe procedures als mogelijk gevolg.

Stichting Stikstofclaim: doorbreek de impasse

SSC roept de minister op om de vergunningverlening daadwerkelijk vlot te trekken en maatregelen te baseren op aantoonbare effecten. De stichting verlangt duidelijkheid over:

- De juridische positie van PAS-melders en interimmers.

- De onderbouwing van aanvullende stikstofreducties.

- De economische gevolgen voor agrarische bedrijven.

“Na zeven jaar onzekerheid hebben boeren geen behoefte aan nieuwe beleidsvoornemens waarvan de uitwerking nog jaren kan duren. Zij hebben behoefte aan rechtszekerheid, uitvoerbare maatregelen en een overheid die verantwoordelijkheid neemt.”

Stichting Stikstofclaim concludeert dat de nieuwe plannen de stikstofimpasse niet doorbreken, maar het risico vergroten dat boeren opnieuw jarenlang in onzekerheid blijven.

“Zeven jaar na de PAS-uitspraak is dit nieuwe stikstofbeleid een onthutsend brevet van onvermogen voor de minister van LVVN, haar ambtenaren én belangenorganisaties LTO en NAJK: opnieuw ingrijpende plannen, maar nog altijd geen oplossing voor de boeren"

Deel dit artikel

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Deel dit artikel

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Strijd tegen droogte en muizenplagen
Beeld: Oane Jorrit / TractorFan

Muizenplaag vreet weilanden kaal, boeren zetten land onder water

Een extreme muizenplaag veroorzaakt massale schade aan graslanden in Nederland, waarop boeren hun percelen onder water zetten als noodmaatregel.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

Weilanden in Nederland vertonen grote bruine, kale vlekken door een extreme muizenplaag. Oorzaak is de droogte, die ervoor zorgt dat muizenpopulaties explosief groeien en het gras volledig afvreten.

Boeren zetten hun percelen onder water als noodmaatregel om de dieren te verdrijven of te verdrinken. Deze drastische ingreep helpt enigszins, maar kan de schade niet voorkomen. De economische gevolgen voor melkveebedrijven zijn groot: op sommige plekken loopt de kostenmeerpost al in de tonnen. Boeren beschouwen dit als ondernemersrisico, maar voelen zich er desondanks zwaar door getroffen.

Deel dit artikel