Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.

LTO-voorzitter Ger Koopmans: 'Stikstofregels van tafel vegen lost niets op'

LTO-voorzitter Ger Koopmans wil dat de overheid snel duidelijkheid geeft over het stikstofbeleid. Volgens hem zitten veel boeren in grote onzekerheid over hun vergunning. Hij begrijpt de boosheid over de plannen van het kabinet, maar vindt het onverstandig om alle plannen van tafel te vegen. LTO kiest daarom voor overleg en probeert de regels aan te passen.

Door Co Scholten Bijgewerkt

Koopmans vertelde dit tijdens een ledenbijeenkomst in Hollands Kroon (NH). Volgens hem heeft LTO sinds juni samen met de regionale organisaties al meer dan 6.000 mensen gesproken tijdens ruim twintig bijeenkomsten.

Koopmans vertelde dit tijdens een ledenbijeenkomst in Hollands Kroon (NH)

Veel boeren onzeker over vergunning

Volgens Koopmans heeft meer dan de helft van de veehouders die lid zijn van LTO te maken met onzekerheid over hun vergunning. Het gaat onder andere om PAS-melders, bedrijven die intern hebben gesaldeerd en boeren die een verzoek tot handhaving hebben ontvangen.

Hij waarschuwt dat ook boeren verder van natuurgebieden problemen kunnen krijgen. Als voorbeeld noemt hij een Brabantse veehouder op 3,5 kilometer afstand van een natuurgebied. Die wil zijn uitstoot met 90 procent verminderen, maar dreigt volgens Koopmans toch zijn vergunning kwijt te raken.

"Wij kunnen die vijf niet in de steek laten", zegt Koopmans over de Brabantse bedrijven die hun vergunning dreigen te verliezen.

Stikstof verminderen én vergunningen mogelijk maken

LTO heeft samen met provincies, gemeenten, waterschappen en het NAJK een plan met bouwstenen gemaakt. De kern daarvan is dat de uitstoot van stikstof moet dalen, maar dat boeren tegelijkertijd weer vergunningen moeten kunnen krijgen.

Koopmans vindt dat de bestaande stikstofwet te veel uitgaat van de neerslag van stikstof op natuurgebieden. Hij wil overstappen naar beleid dat kijkt naar de werkelijke uitstoot.

Volgens hem is het niet voldoende om alleen nieuwe doelen vast te leggen. Boeren moeten ook weten hoe zij die doelen kunnen halen en welke investeringen daarvoor nodig zijn.

Grote bezwaren tegen plannen van kabinet

Koopmans noemt drie belangrijke problemen in de stikstofbrief van 26 juni: de stapeling van maatregelen, de voorgestelde grondgebondenheid en de extra regels voor bedrijven rond natuurgebieden.

Vooral de combinatie van verschillende verplichtingen baart LTO zorgen. Boeren krijgen volgens Koopmans te maken met eisen voor stikstof, klimaat en grondgebondenheid tegelijk.

Ook vindt LTO dat het kabinet onvoldoende rekening houdt met verschillen tussen bedrijven en gebieden. Koopmans wil dat provincies meer ruimte krijgen om zelf passende maatregelen te bepalen.

Discussie over de norm van 0,164

Een belangrijk onderwerp tijdens de bijeenkomst was de voorgestelde ammoniaknorm van 0,164 kilogram per fosfaatrecht voor de melkveehouderij.

Koopmans begrijpt de zorgen hierover. Volgens hem is het belangrijk dat boeren meer mogelijkheden krijgen om hun uitstoot te verminderen. Hij noemt onder andere aanpassingen aan stallen, voermaatregelen, bestaande emissiearme vloeren en weidegang.

Ook investeringen die boeren eerder hebben gedaan, moeten volgens hem kunnen meetellen. Sommige emissiearme vloeren halen niet de beloofde vermindering, maar leveren volgens Koopmans nog altijd een bijdrage.

LTO onderhandelt bovendien nog over de hoogte en uitwerking van de norm.

LTO wil direct een hogere rekenkundige ondergrens

Een belangrijk verzoek van LTO is om de rekenkundige ondergrens voor stikstofberekeningen snel te verhogen. Koopmans wil niet wachten op nieuwe onderzoeken of een invoering in stappen.

Hij verwijst naar berekeningen van de provincie Noord-Holland. Volgens hem zouden 124 van de 128 PAS-melders in de provincie hiermee geholpen kunnen worden. Ook zou een groot deel van de bouwprojecten hiervan kunnen profiteren.

Wel moet volgens LTO goed worden geregeld welke bestaande bedrijfssituatie als uitgangspunt geldt bij toekomstige vergunningaanvragen.

Geen algemene korting op veestapel

Koopmans verzet zich tegen een algemene korting op het aantal dieren of fosfaatrechten.

Hij wil dat boeren zelf kunnen kiezen hoe zij de verplichte uitstootvermindering bereiken. Alleen bedrijven die na voldoende tijd niet aan de eisen voldoen, zouden volgens hem individueel aangepakt moeten kunnen worden.

Ook vraagt hij om duidelijkheid over subsidies. Boeren moeten vooraf weten hoeveel financiële steun zij kunnen krijgen wanneer zij investeren in nieuwe technieken.

Verschil van mening met andere boerenorganisaties

Tijdens de bijeenkomst kwamen ook vragen over de samenwerking tussen LTO en andere boerenorganisaties, waaronder Agractie, NMV, DDB en Farmers Defence Force.

Koopmans zegt dat er veel overeenkomsten zijn, maar ook een belangrijk verschil. LTO vindt dat de vermindering van stikstofuitstoot juridisch moet worden vastgelegd. Zonder die zekerheid verwacht hij dat rechters nieuwe vergunningen blijven blokkeren.

Hij benadrukt dat LTO regelmatig contact heeft met andere organisaties en dat onderlinge verschillen niet automatisch betekenen dat er ruzie is.

Ook Brussel moet regels aanpassen

LTO probeert volgens Koopmans niet alleen in Den Haag veranderingen te bereiken, maar ook in Brussel. Via de Europese boerenorganisatie Copa-Cogeca pleit LTO voor aanpassingen aan de Europese regels voor natuur en mest.

Volgens Koopmans moeten Europese regels beter aansluiten op de praktijk van landbouwbedrijven.

Koopmans kiest voor overleg

De boodschap van Koopmans is dat de landbouw niet kan blijven wachten op een volledig nieuw stikstofbeleid. De juridische problemen zijn volgens hem daarvoor te groot.

LTO blijft daarom in gesprek met het kabinet en politieke partijen. Daarbij wil de organisatie bereiken dat boeren meer mogelijkheden krijgen om hun uitstoot te verminderen, voldoende financiële ondersteuning ontvangen en weer zekerheid krijgen over hun vergunning.

Koopmans benadrukt dat alleen protesteren of het weggooien van de stikstofplannen de problemen niet oplost. Volgens hem moet er een oplossing komen die zowel voor boeren als voor de rechter standhoudt.

Discussie op Prikkebord

1 reactie
  • C

    Claas 1986 ·

    LTO denkt dat we duidelijkheid van de overheid krijgen? En werkbare en haalbare regels krijgen?

Discussie op Boeren NL

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Een knut (links) en een mug
Een knut (links) en een mug Beeld: Dunpharlain / Wikimedia Commons

Wat is het Shamonda-virus en hoe dodelijk is het?

In Frankrijk is voor het eerst het Shamonda-virus aangetroffen bij een mens. De patiënt, die een ernstig verzwakt immuunsysteem had, is inmiddels overleden. Het virus veroorzaakt sinds deze zomer ziekteverschijnselen bij runderen in verschillende Europese landen, waaronder Nederland. Maar hoe gevaarlijk is het voor mensen en dieren?

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

De Franse gezondheidsautoriteiten maakten donderdag 22 oktober bekend dat het Shamonda-virus is vastgesteld bij een patiënt die in oktober overleed in een ziekenhuis in Lyon. De patiënt werd behandeld voor een ernstige aandoening en had al een sterk verzwakt afweersysteem.

Volgens de Franse autoriteiten houden de hersencomplicaties die bij de patiënt optraden zeer waarschijnlijk verband met de virusinfectie. Onderzoek moet uitwijzen welke rol het virus precies heeft gespeeld bij het overlijden.

Het is de eerste keer dat een besmetting bij een mens is vastgesteld. Hoewel het virus al sinds de jaren zestig bekend is, werd tot nu toe aangenomen dat mensen er niet mee besmet konden raken.

Wat is het Shamonda-virus?

Het Shamonda-virus (SHAV) werd in 1965 voor het eerst aangetroffen bij runderen in Nigeria. Het behoort tot de orthobunyavirussen en is nauw verwant aan het Schmallenbergvirus en het Akabanevirus.

Het virus wordt voornamelijk verspreid door knutten, kleine bloedzuigende insecten die ook blauwtong overbrengen. Rechtstreekse besmetting tussen volwassen dieren speelt voor zover bekend geen belangrijke rol.

Tot dit jaar kwam het virus vooral voor in Afrika en delen van Azië. In de zomer van 2026 werd het voor het eerst in Europa vastgesteld. Inmiddels zijn besmettingen aangetroffen in onder meer Duitsland, Frankrijk, Nederland, België, Zwitserland, Oostenrijk en Spanje.

In Europa circuleren twee genetisch verschillende varianten, aangeduid als SHAV-EU1 en SHAV-EU2.

Hoe gevaarlijk is het voor runderen?

Bij volwassen runderen veroorzaakt het virus vooral koorts, diarree, lusteloosheid, ademhalingsproblemen en een dalende melkproductie. Op sommige melkveebedrijven werd een productiedaling van meerdere liters per koe gemeld.

Voor volwassen runderen lijkt de ziekte doorgaans niet dodelijk. De grootste zorgen bestaan over besmettingen tijdens de dracht.

Het virus kan via de moederkoe het ongeboren kalf bereiken. Besmettingen kunnen leiden tot verwerpingen, doodgeboren kalveren en aangeboren afwijkingen aan het skelet of zenuwstelsel. Hoe groot deze risico's precies zijn, wordt nog onderzocht.

Ook schapen, geiten, paarden en alpaca's kunnen besmet raken.

Hiltje
Knutten zitten graag op vochtige omgevingen bij warm weer. Foto: J.S. Stelling · Bekijk op TractorFan

Hoe dodelijk is het voor mensen?

Dat is voorlopig onbekend. De overleden Franse patiënt is het eerste bevestigde menselijke besmettingsgeval. Op basis van één patiënt kan geen betrouwbaar sterftepercentage worden vastgesteld.

Daar komt bij dat de patiënt al ernstig ziek was en dus een sterk verzwakt immuunsysteem had. Het is daarom nog niet duidelijk hoe gevaarlijk het virus zou zijn voor verder gezonde mensen.

Ook is onbekend hoe de besmetting precies heeft plaatsgevonden. De Franse autoriteiten vermoeden dat de patiënt in het oosten van Frankrijk is besmet, waar het virus afgelopen voorjaar en zomer onder dieren circuleerde.

Volgens de Franse overheid is er op basis van de huidige kennis geen aanwijzing voor een gezondheidsrisico voor de algemene bevolking.

Is er een vaccin?

Tegen het Shamonda-virus is geen vaccin beschikbaar. Ook bestaat er geen specifieke behandeling die het virus bij besmette dieren uitschakelt.

Voor veehouders ligt de nadruk daarom op bescherming tegen knutten en het beperken van besmettingen tijdens kwetsbare perioden van de dracht.

De ontdekking in Frankrijk laat zien dat het virus onder uitzonderlijke omstandigheden ook mensen kan infecteren. Of dit een eenmalig incident blijft of dat vaker menselijke besmettingen worden ontdekt, moet verder onderzoek uitwijzen.

Sloop oude stal, plek voor nieuwe melkstal met Komatsu kraan
Beeld: Rommert / TractorFan

Het boerenlandschap sterft een stille dood: al 920 veehouderijlocaties zonder dieren

De gevolgen van de landelijke stoppersregelingen worden steeds zichtbaarder op het Nederlandse platteland. Inmiddels staan 920 veehouderijlocaties leeg. De dieren zijn afgevoerd, de mestputten geleegd en op veel plaatsen wacht de sloop van de stallen. Vooral varkenshouders en melkveehouders maken gebruik van de regelingen.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

De leegstand wordt duidelijk uit cijfers van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), de Lbv-plus voor piekbelasters en de regeling voor kleinere sectoren. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben alleen al voor de eerste twee regelingen 1.576 veehouders een aanvraag ingediend.

Het grootste aantal aanvragen komt uit de varkenshouderij, met 573 aanvragen. Daarna volgen de melkveehouderij met 446, de pluimveehouderij met 243 en de vleeskalverhouderij met 210 aanvragen.

Honderden stallen wachten op sloop

Op 360 deelnemende varkensbedrijven zijn de dieren en mest inmiddels verdwenen. Van deze bedrijven zijn er 132 volledig door het beëindigingstraject. Nog eens 200 bedrijven bevinden zich in de sloopfase.

Ook in de melkveehouderij gaat het snel. Van de 283 deelnemende bedrijven hebben er 272 hun dieren en mest afgevoerd. Bij de pluimveehouderij zijn 93 locaties leeg en bij de vleeskalverhouderij 107.

Niet iedere aanvraag leidt overigens tot een bedrijfsbeëindiging. Bij de Lbv en Lbv-plus zijn inmiddels 527 aanvragen ingetrokken. Ook zijn er ondernemers die nog moeten beslissen of ze daadwerkelijk stoppen.

Vooral Gelderland en Brabant getroffen

De regionale verschillen zijn groot. In de gemeenten Venray en Ede zijn ieder 54 aanvragen ingediend. Barneveld volgt met 45 aanvragen. Ook Land van Cuijk, Deurne, Apeldoorn en Putten staan hoog op de lijst.

Opmerkelijk is dat Gelderland tegelijkertijd moeite heeft om geld voor een eigen beëindigingsregeling uit te geven. Van de provinciale middelen bleef dit jaar 9 miljoen euro ongebruikt. Vergunningproblemen en onzekerheid over toekomstige regelingen maken het voor ondernemers lastig om beslissingen te nemen.

Wat blijft er over van het platteland?

De beëindigingsregelingen moeten de stikstofneerslag op kwetsbare natuur verminderen. Maar ze veranderen ook het aanzien en de economische structuur van het buitengebied.

Met iedere stoppende veehouder verdwijnen niet alleen dieren uit de stallen, maar mogelijk ook opdrachten voor loonwerkers, voerleveranciers, dierenartsen en andere agrarische dienstverleners.

Discussie op Prikkebord

3 reacties
  • W

    weurding ·

    @PG77 hier net zo, 2 vrij grote varkensbedrijven nu ook vlak

  • P

    PG77 ·

    Flevoland vind je dr ook zo een paar, eeuwig zonde Kan er zo 10 aanwijzen in straal van minder dan 10 km die leegstaan.... Vee weg land zwart....

  • K

    Kars ·

    En dan rijd je langs een locatie waar eerst 250 koeien liepen of meer. En nu staat er een huis met schuur nog. Lijkt net of er nooit vee heeft gezeten. Weg…

Discussie op Boeren NL

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.