Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
ASML
Beeld: ReynaersAlu1 / Wikimedia Commons

Landbouw produceert voor 41,7 miljard euro en overtreft daarmee omzet ASML

ASML krijgt veel aandacht als motor van de Nederlandse economie. Maar ook de Nederlandse land- en tuinbouw laat indrukwekkende cijfers zien. De sector bereikte in 2025 een productiewaarde van 41,7 miljard euro. Dat is circa 9 miljard euro meer dan de wereldwijde omzet van ASML.

Door Co Scholten Bijgewerkt

De chipmachinefabrikant boekte vorig jaar een omzet van 32,7 miljard euro. De productiewaarde van de Nederlandse land- en tuinbouw lag daarmee ongeveer 28 procent hoger. Het landbouwcijfer is een voorlopig cijfer van het CBS.

Achter die agrarische productiewaarde staan duizenden boeren en tuinders die dagelijks melk, vlees, eieren, aardappelen, groenten, fruit, bloemen en planten produceren. Samen vormen zij een stevige economische basis, verspreid over het Nederlandse platteland.

Meer bedrijvigheid rond het boerenerf

De 41,7 miljard euro betreft de primaire land- en tuinbouw. Rond deze bedrijven zit een brede keten van onder meer voedselverwerkers, transporteurs, handelaren, machinebouwers en andere leveranciers. Hun activiteiten vallen buiten dit landbouwcijfer. De economische betekenis van de agrarische keten reikt dus verder dan de productie op boeren- en tuinbouwbedrijven.

Verschillende cijfers, duidelijke betekenis

Omzet en productiewaarde zijn niet precies hetzelfde. Ook zeggen deze bedragen niet hoeveel winst er overblijft of hoeveel beide bijdragen aan de Nederlandse economie. De vergelijking geeft wel een beeld van de omvang: tegenover één groot technologiebedrijf staat een landbouwsector die samen een nog hogere productiewaarde realiseert.

Nederland mag trots zijn op zijn chiptechnologie. De cijfers laten zien dat ook boeren en tuinders volop waardering verdienen als producenten én als economische kracht.

De chipmachinefabrikant boekte vorig jaar een omzet van 32,7 miljard euro. De productiewaarde van de Nederlandse land- en tuinbouw lag daarmee ongeveer 28 procent hoger. Het landbouwcijfer is een voorlopig cijfer van het CBS.

Achter die agrarische productiewaarde staan boeren en tuinders die dagelijks melk, vlees, eieren, aardappelen, groenten, fruit, bloemen en planten produceren. Samen vormen zij een stevige economische basis, verspreid over het Nederlandse platteland.

Meer bedrijvigheid rond het boerenerf

De 41,7 miljard euro betreft de primaire land- en tuinbouw. Rond deze bedrijven zit een brede keten van onder meer voedselverwerkers, transporteurs, handelaren, machinebouwers en andere leveranciers. Hun activiteiten vallen buiten dit landbouwcijfer. De economische betekenis van de agrarische keten reikt dus verder dan de productie op boeren- en tuinbouwbedrijven.

Verschillende cijfers, duidelijke betekenis

Omzet en productiewaarde zijn niet precies hetzelfde. Ook zeggen deze bedragen niet hoeveel winst er overblijft of hoeveel beide bijdragen aan de Nederlandse economie. De vergelijking geeft wel een beeld van de omvang: tegenover één groot technologiebedrijf staat een landbouwsector die samen een nog hogere productiewaarde realiseert.

Nederland mag trots zijn op zijn chiptechnologie. De cijfers laten zien dat ook boeren en tuinders volop waardering verdienen als producenten én als economische kracht.

Trots op de boer

Discussie op Prikkebord

14 reacties
  • W

    weurding ·

    In tegenstelling tot de chips die de landbouw produceert kun je die van asml niet eten, wat nou omzet, voedsel is een stuk belangrijker☝️😉

  • G

    Grasbaal ·

    Ondanks dat ze dit jaar ongeveer 30 miljard dollar winst denken te maken (erg goed jaar) Hier de beurskoers ontwikkeling van de laatste 20 jaar, hiervan…

  • K

    Kars ·

    @arie.j en hoeveel hebben ze niet hoeven te betalen van die winstbelasting wat ze als voordeel krijgen. Expatregeling... Heb je die miljarden ook al gevonden?…

Discussie op Boeren NL

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Pig farm in Vampula, Finland.
Beeld: kallerna / Wikimedia Commons

Rechter: Brabantse ammoniakaanpak overeind, tijdelijke pas-op-de-plaats bij handhaving

’s-Hertogenbosch, 22 oktober 2026 – De voorzieningenrechter heeft vandaag uitspraak gedaan in het kort geding over de Brabantse aanpak voor vermindering van ammoniakemissie voor de veehouderij. De rechter laat de Brabantse regeling in stand, maar oordeelt dat de provincie zich tot en met 1 februari 2027 moet onthouden van handhavingsmaatregelen op basis van de betreffende bepalingen uit de Omgevingsverordening.

Door Co Scholten Bijgewerkt

De rechter ziet geen aanleiding om de Brabantse aanpak vermindering ammoniakemissie voor de veehouderij buiten werking te stellen. Daarmee blijft de provinciale aanpak om ammoniakuitstoot terug te dringen en natuurherstel mogelijk te maken overeind. Gedeputeerde Wilma Dirken (Stikstof): “De rechter laat de kern van onze aanpak overeind.

Dat is belangrijk, omdat de opgave om stikstofuitstoot terug te dringen en natuurherstel mogelijk te maken onverminderd blijft bestaan.” De voorzieningenrechter spreekt in het vonnis uit dat het te prijzen is dat de provincie verantwoordelijkheid heeft genomen voor het treffen van maatregelen gericht op vermindering van stikstofbelasting, in een periode waarin landelijke maatregelen uitbleven.

Tijdelijke pas-op-de-plaats

De rechter heeft geoordeeld dat ondernemers op dit moment nog te veel onzekerheid ervaren over onder meer financiële ondersteuning vanuit het Rijk en voorgenomen zonering rond Natura 2000-gebieden. Daarom mag de provincie tot en met 1 februari 2027 geen handhavingsmaatregelen nemen op basis van de betreffende emissienormen.

Dat betekent dat de provincie geen handhavingsbesluiten neemt maar wel blijft toezien op naleving van de regeling, zoals het indienen respectievelijk afhandelen van meldingen, het nemen van maatwerkbesluiten en het houden van toezicht. Ondernemers die voldoen aan de voorwaarden, kunnen de gemelde maatregelen ook gewoon uitvoeren.

Samenhang met landelijk1e aanpak

De uitspraak onderstreept het belang van een goede aansluiting tussen provinciaal en landelijk beleid. Er is wel enige verbazing over het oordeel van de rechter dat de provincie op voorhand rekening had moeten houden met de voorgenomen zonering en maatregelen die het Rijk in juli 2026 heeft aangekondigd. Deze waren uiteraard ten tijde van het besluit in december 2025 nog niet bekend.

Desondanks is er begrip dat de rechter het nemen van handhavingsbesluiten tot 1 februari opschort omdat de rechter de verwachting heeft dat er dan meer duidelijkheid is voor ondernemers. Dirken: “Ook wij hebben er belang bij dat ondernemers weten waar zij aan toe zijn. De komende periode blijven wij daarom nauw samenwerken met het Rijk, andere provincies en betrokken sectoren om hierover meer duidelijkheid te creëren. Als er meer duidelijkheid bestaat over de rijksregels, beoordelen wij of handhaving van de verordening kan worden hervat.”

Vervolg

De provincie analyseert het vonnis momenteel verder. Over eventuele verdere bestuurlijke of juridische vervolgstappen heeft het college nog geen besluit genomen.

Advertenties · percelen

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Sloop oude stal, plek voor nieuwe melkstal met Komatsu kraan
Beeld: Rommert / TractorFan

Het boerenlandschap sterft een stille dood: al 920 veehouderijlocaties zonder dieren

De gevolgen van de landelijke stoppersregelingen worden steeds zichtbaarder op het Nederlandse platteland. Inmiddels staan 920 veehouderijlocaties leeg. De dieren zijn afgevoerd, de mestputten geleegd en op veel plaatsen wacht de sloop van de stallen. Vooral varkenshouders en melkveehouders maken gebruik van de regelingen.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

De leegstand wordt duidelijk uit cijfers van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), de Lbv-plus voor piekbelasters en de regeling voor kleinere sectoren. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben alleen al voor de eerste twee regelingen 1.576 veehouders een aanvraag ingediend.

Het grootste aantal aanvragen komt uit de varkenshouderij, met 573 aanvragen. Daarna volgen de melkveehouderij met 446, de pluimveehouderij met 243 en de vleeskalverhouderij met 210 aanvragen.

Honderden stallen wachten op sloop

Op 360 deelnemende varkensbedrijven zijn de dieren en mest inmiddels verdwenen. Van deze bedrijven zijn er 132 volledig door het beëindigingstraject. Nog eens 200 bedrijven bevinden zich in de sloopfase.

Ook in de melkveehouderij gaat het snel. Van de 283 deelnemende bedrijven hebben er 272 hun dieren en mest afgevoerd. Bij de pluimveehouderij zijn 93 locaties leeg en bij de vleeskalverhouderij 107.

Niet iedere aanvraag leidt overigens tot een bedrijfsbeëindiging. Bij de Lbv en Lbv-plus zijn inmiddels 527 aanvragen ingetrokken. Ook zijn er ondernemers die nog moeten beslissen of ze daadwerkelijk stoppen.

Vooral Gelderland en Brabant getroffen

De regionale verschillen zijn groot. In de gemeenten Venray en Ede zijn ieder 54 aanvragen ingediend. Barneveld volgt met 45 aanvragen. Ook Land van Cuijk, Deurne, Apeldoorn en Putten staan hoog op de lijst.

Opmerkelijk is dat Gelderland tegelijkertijd moeite heeft om geld voor een eigen beëindigingsregeling uit te geven. Van de provinciale middelen bleef dit jaar 9 miljoen euro ongebruikt. Vergunningproblemen en onzekerheid over toekomstige regelingen maken het voor ondernemers lastig om beslissingen te nemen.

Wat blijft er over van het platteland?

De beëindigingsregelingen moeten de stikstofneerslag op kwetsbare natuur verminderen. Maar ze veranderen ook het aanzien en de economische structuur van het buitengebied.

Met iedere stoppende veehouder verdwijnen niet alleen dieren uit de stallen, maar mogelijk ook opdrachten voor loonwerkers, voerleveranciers, dierenartsen en andere agrarische dienstverleners.

Discussie op Prikkebord

41 reacties
  • D

    de hoef ·

    a boeren willen bij lage prijzen jij mag het bij ons wel aannemen voor 3 euro , heb je zelf ook nog wat

  • G

    George ·

    zal door dure diesel wel duurder geworden zijn. A Natuurlijk wordt daar het breken duurder van , maar ze kunnen er ook niet goed vanaf komen. Overal zitten hier…

  • K

    Kars ·

    @de hoef zal door dure diesel wel duurder geworden zijn. Alles is duurder behalve producten uit de landbouw. Daar zit totaal geen lijn in met de inflatie. Mja…

Discussie op Boeren NL

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Wolf in the Forest
Beeld: Philipp Pilz / Unsplash

Is het einde van de volledige bescherming van de wolf in zicht?

De provincie Drenthe wil meer mogelijkheden om wolven te beheren en af te schieten. Samen met andere provincies en Duitse deelstaten wordt gelobbyd voor een verdere verlaging van de beschermde status. Ondertussen roept de huidige regelgeving een opmerkelijke vraag op: waar houdt het leefgebied van de wolf op als een roedel zich naast je tuin vestigt?

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

De Europese Unie verlaagde de status van de wolf eerder al van 'strikt beschermd' naar 'beschermd'. Sinds juli mogen boeren wolven bij gevaar zonder vergunning met licht en geluid van hun terrein verjagen. Maar volgens Drents gedeputeerde Henk Emmens (BBB) gaan de versoepelingen niet ver genoeg.

De provincie werkt daarom alvast aan een faunabeheerplan waarmee afschot mogelijk moet worden zodra de regelgeving dat toestaat. Emmens streeft uiteindelijk naar een wolfvrije provincie.

Wel uit de tuin, niet uit zijn leefgebied

De regels van BIJ12 laten zien hoe ingewikkeld de situatie is. Een wolf mag bij gevaar zonder vergunning van eigen terrein worden verjaagd. Maar wie wolven structureel bang wil maken voor mensen, heeft een vergunning nodig. Ook het verjagen uit hun leefgebied is zonder vergunning verboden.

Dat roept vragen op wanneer wolven zich vlak bij woningen en dorpen vestigen. Bewoners mogen een wolf bij gevaar wegjagen, maar niet zomaar voorkomen dat het dier terugkeert. Waar eindigt dan de menselijke leefomgeving en begint het beschermde wolvengebied?

We hebben de dodelijkste wolf van Europa

Vorig jaar waren 131 wolven volgens de onderzoekers verantwoordelijk voor de dood van ongeveer 3300 dieren. Dat komt neer op iets meer dan 25 gedode dieren per wolf. België volgt met gemiddeld 24,1 gedode dieren per wolf. In Noorwegen ligt dat aantal op 21,9, in Kroatië op 16,9 en in Oostenrijk op 16,2.

Drenthe wil doorpakken

In Provinciale Staten dringen BBB, VVD, CDA en JA21 aan op verdere maatregelen. De provincie kijkt onder meer naar Duitsland, waar probleemwolven onder voorwaarden mogen worden afgeschoten.

Een verdere verlaging van de beschermingsstatus betekent overigens niet dat de wolf vogelvrij wordt. Ook dan blijven Europese verplichtingen gelden om de wolvenpopulatie in stand te houden.

Toch lijkt de discussie te verschuiven. Niet langer staat alleen de bescherming van de wolf centraal, maar steeds nadrukkelijker de vraag hoeveel ruimte het dier krijgt in een dichtbevolkt land als Nederland.