Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Kabinetsplannen met bufferzones
Kabinetsplannen met bufferzones Beeld: MinLNV

Kabinet zwakt stikstofplannen iets af; meer vrijheid provincies, geen koeiennorm

Het kabinet heeft de stikstofplannen van landbouwminister Jaimi van Essen op meerdere punten aangepast. De verplichte bufferzones van 500 en 1000 meter rond natuurgebieden worden voorlopig niet ingevoerd. Provincies krijgen meer ruimte om zelf te bepalen hoe zij de stikstofuitstoot terugdringen. Ook wordt de invoering van de nieuwe rekenkundige ondergrens vervroegd en komt er een concreet plan voor de legalisatie van PAS-melders. Dat meldt het AD dinsdag op basis van Haagse bronnen.

Door NieuwsGrazer Bijgewerkt

De aanpassingen volgen op intensief overleg met onder andere de Landbouw Alliantie en de boerenorganisaties LTO Nederland en NAJK. Zij verzetten zich tegen de oorspronkelijke plannen, waarin bedrijven binnen vaste zones rond Natura 2000-gebieden met strengere emissiebeperkingen te maken zouden krijgen.

Van Essen verdedigde die landelijke aanpak eerder nog als een manier om duidelijke regels en een gelijk speelveld te creëren. Wel benadrukte hij dat provincies rekening moesten kunnen houden met lokale omstandigheden, zoals perceelgrenzen, landschapsstructuren en bestaande gebiedsprocessen.

LTO-voorzitter Ger Koopmans pleitte juist voor meer vrijheid voor provincies. Volgens hem zou een gebiedsgerichte aanpak alleen kunnen slagen wanneer provincies voldoende ruimte krijgen om de doelen op hun eigen manier te bereiken.

Bufferzones blijven als stok achter de deur

Volgens de nieuwste plannen mogen provincies nu zelf bepalen hoe zij het wettelijke doel van minimaal 42 procent stikstofreductie realiseren. De maatregelen moeten uiterlijk op 1 september 2028 wettelijk zijn vastgelegd. Dat is een half jaar later dan oorspronkelijk voorzien.

De vaste bufferzones verdwijnen daarmee niet definitief. Wanneer provincies er niet in slagen om tijdig met voldoende maatregelen te komen, worden de zones van 500 en 1000 meter alsnog verplicht opgelegd.

De stikstofdoelen zelf blijven dus ongewijzigd. De versoepeling zit vooral in de manier waarop en de termijn waarbinnen de doelen moeten worden bereikt.

Rekenondergrens half jaar eerder

Ook bij de vergunningverlening komt het kabinet boeren en andere ondernemers tegemoet. De nieuwe rekenkundige ondergrens wordt volgens het AD al op 1 juli 2027 ingevoerd, een half jaar eerder dan gepland.

Daarmee moet voor activiteiten waarvan de berekende stikstofdepositie onder die grens blijft, gemakkelijker duidelijkheid ontstaan over de vergunningplicht.

Daarnaast wordt de invoering van de omstreden koeiennorm van maximaal 2,6 koeien per hectare tijdelijk uitgesteld. De sector krijgt drie maanden extra om met alternatieve maatregelen te komen die hetzelfde wettelijke doel bereiken. Lukt dat niet, dan blijft de voorgestelde koeiennorm van kracht.

PAS-melders vóór juli 2027 legaliseren

Een belangrijke toezegging betreft de ongeveer 2.500 PAS-melders. Deze bedrijven mochten onder het voormalige Programma Aanpak Stikstof volstaan met een melding, maar kwamen door het wegvallen van de juridische basis van dat systeem zonder geldige toestemming te zitten.

Het kabinet wil deze bedrijven nu vóór 1 juli 2027 legaliseren. Daarmee ligt er na jaren van onzekerheid een concrete streefdatum. Hoe de legalisatie juridisch en praktisch moet worden uitgevoerd, moet nog worden uitgewerkt.

Stikstofdoelen blijven overeind

De nieuwe afspraken betekenen vooral dat het kabinet de uitvoering van het stikstofbeleid minder centraal wil voorschrijven. Provincies en boeren krijgen meer tijd en vrijheid om alternatieven uit te werken.

Tegelijkertijd blijft de druk bestaan om daadwerkelijk stikstofreductie te realiseren. Als provincies hun doelen niet halen of onvoldoende maatregelen vastleggen, kan het kabinet alsnog terugvallen op de oorspronkelijke, strengere aanpak.

De aanpassingen moeten bijdragen aan de ambitie van Van Essen om Nederland in 2028 weer van het stikstofslot te halen. Of de aangepaste maatregelen ook juridisch voldoende zekerheid bieden om vergunningverlening weer op gang te brengen, zal nog moeten blijken.

Deel dit artikel

Discussie op Prikkebord

104 reacties
  • W

    wanabee duitser ·

    @Grasbaal juist de stok om te slaan blijft boven de markt hangen alleen hebben ze nu weer de boertjes voor de wagen gespannen en mogen de euro's weer rollen

  • G

    Grove den ·

    @mlkvhoudr Heb jij in de natuur wel eens schade door stikstof gezien?

  • K

    Kalfje24 ·

    @Edwin1 geen probleem,is niet nootzakelijk voor een gelukkig leven.

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Deel dit artikel

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.

Strijd tegen droogte en muizenplagen
Beeld: Oane Jorrit / TractorFan

Muizenplaag vreet weilanden kaal, boeren zetten land onder water

Een extreme muizenplaag veroorzaakt massale schade aan graslanden in Nederland, waarop boeren hun percelen onder water zetten als noodmaatregel.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt

Weilanden in Nederland vertonen grote bruine, kale vlekken door een extreme muizenplaag. Oorzaak is de droogte, die ervoor zorgt dat muizenpopulaties explosief groeien en het gras volledig afvreten.

Boeren zetten hun percelen onder water als noodmaatregel om de dieren te verdrijven of te verdrinken. Deze drastische ingreep helpt enigszins, maar kan de schade niet voorkomen. De economische gevolgen voor melkveebedrijven zijn groot: op sommige plekken loopt de kostenmeerpost al in de tonnen. Boeren beschouwen dit als ondernemersrisico, maar voelen zich er desondanks zwaar door getroffen.

Deel dit artikel