Nieuwsgrazer
Abonneren
Alleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
10. Habtamu de Hoop horizontaal
Beeld: Partij van de Arbeid from Amsterdam, Nederland / Wikimedia Commons

Habtamu de Hoop geeft boeren de schuld van de woningcrisis

Volgens Habtamu de Hoop wordt de woningcrisis veroorzaakt doordat boeren teveel aan hun bezit vasthouden. Het verdwijnen van de boeren zou dus veel kunnen oplossen.

Door Tinus Guichelaar Bijgewerkt
Video op Facebook Je bent dertig en woont nog op je oude kinderkamer, en volgens PRO-Kamerlid Habtamu de Hoop is de boer de schuldige, want die houdt grond 'bezet'. Het Economisch Instituut voor de Bouw rekende deze...

Stel, we nemen de diplomaloze politicus serieus. Morgen verdwijnen alle boeren uit Nederland. Alle landbouwgrond komt beschikbaar en de stikstofuitstoot door de landbouw valt volledig weg. Is de woningcrisis dan opgelost?

Het korte antwoord is nee.

Nederland kampt in 2026 met een statistisch woningtekort van ongeveer 384.000 woningen. Dat tekort is niet van de ene op de andere dag ontstaan. Jarenlang bleef de woningbouw achter bij de groeiende vraag, terwijl bevolkingsgroei, kleinere huishoudens, hoge bouwkosten en ingewikkelde procedures de druk op de woningmarkt verder opvoerden.

Zelfs wanneer alle Nederlandse landbouwgrond morgen beschikbaar zou komen, staat er nog geen woning extra. Grond moet worden aangewezen als bouwlocatie, bouwplannen moeten worden uitgewerkt, infrastructuur moet worden aangelegd en projecten moeten financieel haalbaar zijn. Bovendien is lang niet iedere hectare landbouwgrond geschikt of wenselijk voor woningbouw.

Stikstof is lang niet het enige obstakel

De overheid heeft zelf met een politieke keuze (het akkoord gaan met Natura 2000) een belemmering gevormd voor nieuwe woningbouwprojecten.

Maar zelfs al zou de overheid deze keuze destijds niet hebben gemaakt, dan nog verdwijnen andere belemmeringen niet. Het elektriciteitsnet blijft overbelast, bouwprojecten moeten nog steeds worden gefinancierd en gemeenten moeten besluiten waar woningen mogen komen. Ook een tekort aan personeel en de kosten van bouwmaterialen verdwijnen niet met de laatste melkkoe.

Er liggen al plannen voor honderdduizenden woningen

Opmerkelijk genoeg is er volgens de Rijksoverheid niet eens een algemeen tekort aan woningbouwplannen. In juli 2026 meldde het ministerie van Volkshuisvesting dat gemeenten voor de periode 2026 tot en met 2030 een bruto plancapaciteit hebben van ruim 823.000 woningen. Voor ruim 386.000 woningen waren de plannen op dat moment al vastgesteld door de gemeenteraad.

Dat betekent niet dat al deze woningen daadwerkelijk gebouwd zullen worden. Het laat wel zien dat de woningcrisis niet simpelweg kan worden verklaard door een gebrek aan grond waarop woningen mogen worden gepland.

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.