AbonnerenAlleen in deze browser bewaard. Log in om je startpagina overal te hebben.
Beeld: Sasun Bughdaryan / Unsplash
Geen einde onzekerheid PAS-melders: zelfs strafvervolging niet uitgesloten
Ruim zeven jaar nadat de overheid PAS-melders buiten hun schuld in een juridisch onrechtmatige situatie bracht, is er nog altijd geen oplossing. Minister David van Weel van Justitie en Veiligheid kan zelfs niet garanderen dat deze ondernemers gevrijwaard blijven van strafrechtelijke vervolging. Tegelijkertijd ziet Stichting Stikstofclaim weinig perspectief in de nieuwe stikstofplannen van landbouwminister Jaimi van Essen.
Van Weel reageerde op Kamervragen van BBB over strengere Europese regels voor milieucriminaliteit. Volgens de minister ligt vervolging van PAS-melders niet voor de hand, omdat de overheid zelf medeverantwoordelijk is voor hun situatie. Hij gaat hierover in gesprek met het Openbaar Ministerie.
De nieuwe stikstofaanpak van Van Essen biedt volgens Stichting Stikstofclaim nog steeds onvoldoende duidelijkheid. Zo moet op 1 juli 2027 een nieuwe rekenkundige ondergrens ingaan, maar de hoogte en voorwaarden daarvan zijn nog onbekend. Ook de juridische houdbaarheid van een nieuw referentiemoment voor PAS-melders is onzeker.
Rechters zijn ook moe van overheid
In juni oordeelde de rechtbank Oost-Brabant opnieuw dat een provincie onvoldoende had onderbouwd waarom handhaving tegen een PAS-melder achterwege kon blijven. De rechtbank benadrukte dat individuele rechtszaken geen structurele oplossing bieden en riep de wetgever op eindelijk met een uitvoerbaar legalisatieprogramma te komen.
De Raad van State had in 2024 al bepaald dat provincies alleen onder bijzondere omstandigheden tijdelijk van handhaving kunnen afzien. De belofte dat PAS-melders gelegaliseerd worden, is daarvoor op zichzelf onvoldoende.
Ondertussen blijven ondernemers afhankelijk van tijdelijke maatregelen, politieke toezeggingen en juridische procedures. Precies waar de ombudsman gisteren voor in de pen kroop.
NVWA: kwart melkveebedrijven dreigt fosfaatrechten tekort te komen
Een kwart van de Nederlandse melkveebedrijven dreigt in 2026 meer fosfaat te produceren dan waarvoor zij rechten hebben. Dat blijkt uit analyses van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De hogere melkproductie per koe speelt daarbij een belangrijke rol. Melkveehouders hebben nog tot het einde van het jaar om hun zaken op orde te brengen.
Bij driekwart van deze bedrijven bedraagt het tekort meer dan 100 kilo fosfaat. Bijna één op de tien komt zelfs meer dan 1.000 kilo tekort. Bij een steekproef onder bijna tweehonderd melkveebedrijven bleek de situatie nog ernstiger. Daar dreigt 52 procent de beschikbare fosfaatrechten te overschrijden.
Gestegen productie is de boosdoener
Een belangrijke oorzaak is volgens de NVWA de gestegen melkproductie per koe. Wanneer koeien meer melk produceren, kan ook de berekende fosfaatproductie toenemen. Daardoor hebben bedrijven meer fosfaatrechten nodig, zelfs wanneer het aantal melkkoeien gelijk blijft.
De NVWA roept melkveehouders daarom op om hun verwachte melkproductie over heel 2026 opnieuw door te rekenen en te vergelijken met hun beschikbare rechten.
Fosfaatrechten kosten inmiddels 330 euro per kilo
Melkveehouders kunnen een tekort nog oplossen door fosfaatrechten te kopen of te leasen. Een andere mogelijkheid is de fosfaatproductie te beperken, bijvoorbeeld door minder melkvee te houden.
Dat bijsturen kan echter flink in de papieren lopen. Fosfaatrechten kosten momenteel ongeveer 330 euro per kilo. Een bedrijf dat 100 kilo tekortkomt, moet bij aankoop dus al 33.000 euro investeren. Bij een tekort van 1.000 kilo loopt dat bedrag op tot 330.000 euro.
Ook de leaseprijzen zijn hoog. De NVWA vraagt zich daarom af of alle bedrijven nog op tijd voldoende rechten kunnen verwerven.
Overtredingen kunnen strafblad opleveren
De toezichthouder benadrukt dat bedrijven die momenteel rechten tekortkomen nog niet automatisch in overtreding zijn. Pas aan het einde van 2026 wordt duidelijk of de fosfaatproductie daadwerkelijk de beschikbare rechten heeft overschreden.
Wie dan onvoldoende rechten heeft, riskeert strafrechtelijke vervolging. Overtreding van de fosfaatregeling geldt als economisch delict en kan leiden tot een forse boete en mogelijk een strafblad.
Dat deze waarschuwing serieus is, blijkt uit controles over 2025. Bij 77 risicogerichte bedrijfscontroles stelde de NVWA op 61 bedrijven overtredingen vast. Daarvan hadden 26 bedrijven een tekort van meer dan 1.000 kilo fosfaatrechten. Deze zaken worden voor strafrechtelijke handhaving overgedragen aan het Openbaar Ministerie.
NVWA blijft melkveebedrijven controleren
Ook in 2025 had volgens analyses van RVO ongeveer 20 procent van de melkveebedrijven vermoedelijk onvoldoende rechten. Dat betekent dat het aandeel bedrijven met een mogelijk tekort dit jaar is gestegen.
De NVWA blijft melkveebedrijven met een vermoedelijk tekort de komende maanden volgen. De toezichthouder wil voorkomen dat bedrijven pas bij het opmaken van de jaarbalans ontdekken dat zij te veel fosfaat hebben geproduceerd.
Voor melkveehouders die nog rechten nodig hebben, begint de tijd ondertussen te dringen. Zij hebben nog ruim twee maanden om hun fosfaatbalans voor 2026 sluitend te krijgen.
Smartdrip zet stap van proefveld naar eerste commerciële toepassing
Smartdrip wordt na vijf jaar ontwikkelen en testen voor het eerst commercieel toegepast. Bij Wilry Giesen in Beek krijgt zeven hectare grasland druppelslangen op ongeveer 20 centimeter diepte. Die voorzien het gras gericht van water en kunnen meerdere jaren blijven liggen.
Giesen verwacht hiermee op zijn droge zandgrond voldoende eiwitrijk gras te kunnen telen voor zijn biologische bedrijf. Smartdrip wil volgend jaar uitbreiden naar 30 tot 40 hectare, als de financiering en subsidie rondkomen.
Na vijf jaar ontwikkelen, onderzoeken en testen wordt Smartdrip voor het eerst commercieel toegepast op praktijkschaal. Bij agrarisch ondernemer Wilry Giesen in Beek wordt zeven hectare grasland voorzien van ondergrondse druppelslangen voor de gerichte toevoer van water. Op 25 november vertellen Kees de Groot (mede-eigenaar Smartdrip) en Wilry Giesen (agrarisch ondernemer) tijdens het Agro Innovatie Event bij Nedap in Groenlo samen over deze stap van proefveld naar praktijk.
De ontwikkeling van Smartdrip begon in 2021 vanuit het Melkvee Innovatie Centrum in Laren. In de jaren daarna werd de techniek verder ontwikkeld en getest. In 2024 werd een proefveld ingericht waarbij water en voedingsstoffen via ondergrondse druppelslangen werden toegediend. Een jaar later volgde onderzoek samen met Wageningen University & Research.
“Toen de resultaten in 2025 werden bevestigd, was voor ons het moment gekomen om door te pakken”, vertelt Kees de Groot, die samen met Erik Reefhuis eigenaar is van Smartdrip. “Je kunt blijven onderzoeken, maar uiteindelijk moet je ook kijken of het in de praktijk werkt.”
Eerste zeven hectare in de praktijk
Die praktijkfase begint nu bij agrarisch ondernemer Wilry Giesen in Beek. Op ongeveer zeven hectare worden de druppelslangen op circa 20 centimeter diepte aangelegd. Het is de eerste keer dat een agrarisch ondernemer het systeem op deze schaal zonder proefopzet als onderdeel van zijn bedrijfsvoering gaat gebruiken.
Voor Wilry komt die keuze niet uit de lucht vallen. Op hetzelfde perceel teelde hij eerder mais met druppelslangen die ieder voorjaar werden aangelegd en in het najaar weer verwijderd. Op deze droge zandgrond zag hij wat voldoende water met de opbrengst deed. “Het nut heeft zich voor mij eigenlijk al bewezen.”
Nu Wilry omschakelt naar biologisch verbouwt hij zelf geen mais meer en wil hij zoveel mogelijk gras telen. “Juist op deze droogtegevoelige grond is voldoende water daarbij belangrijk.” De nieuwe druppelslangen komen dieper in de grond te liggen en kunnen daar meerdere jaren blijven liggen. Dat scheelt ieder jaar opnieuw aanleggen en verwijderen.
Wilry ziet de investering daarom niet als een sprong in het diepe. “Voor mij is dit nu al een goede investering. Op deze grond en binnen onze biologische bedrijfsvoering verwacht ik dat het snel uit kan. Goed gras met voldoende eiwit is voor ons belangrijk. Op onze kleigrond thuis zou dat weer een ander verhaal zijn.”
Na deze eerste commerciële toepassing in Beek wil Smart Drip opschalen. Voor volgend jaar staat, mits de financiering en subsidie rondkomen, 30-40 ha op de planning.
Soms begint innovatie met de juiste verbinding
De Innovatie Coöperatie heeft geen rol gespeeld in de ontwikkeling van Smartdrip. Ze bracht via haar AI ontwikkelgroep twee partijen bij elkaar die nu samenwerken. Smartdrip mede-eigenaar Erik Reefhuis ontmoette daar Pieter Hoenderken, die met zijn ICT bedrijf inmiddels werkt aan het dataplatform voor de sensordata waarmee Smartdrip wordt aangestuurd.
“Onze rol bij Smartdrip is heel bescheiden geweest”, vertelt innovatiemakelaar Carel de Vries. “Maar dit vind ik wel een mooi voorbeeld van wat we als De Innovatie Coöperatie doen: mensen met verschillende kennis bij elkaar brengen en kijken wat daaruit kan ontstaan. Soms is één goede verbinding al genoeg om een innovatie weer een stap verder te helpen.”
Smartdrip op het Agro Innovatie Event
Op woensdagavond 25 november staan Kees de Groot en Wilry Giesen samen op het podium tijdens het Agro Innovatie Event bij Nedap in Groenlo. Kees vertelt over de ontwikkeling van Smartdrip en de stap van jaren testen naar de eerste commerciële toepassing. Wilry deelt waarom hij als agrarisch ondernemer juist nu voor het systeem kiest en wat hij ervan verwacht binnen zijn biologische bedrijfsvoering.
Zo komen op het podium zowel de ontwikkeling van de innovatie, als de keuze van de ondernemer die ermee aan de slag gaat samen.