Ellende weer begonnen
Beeld: Zettelmeyer / TractorFan

Ernstige droogte in Engeland houdt aan: boeren vrezen voor watervoorraden

De droogte in Engeland blijft aanhouden. In zes graafschappen in het zuiden is inmiddels officieel sprake van ernstige droogte. Na een uitzonderlijk droge lente en zomer zijn de waterstanden in verschillende reservoirs tot minder dan 20% gedaald. Voor de landbouw zijn de gevolgen groot: lagere graanopbrengsten, tekorten aan ruwvoer en toenemende beperkingen bij beregening.

Door Tinus Guichelaar

De Britse milieuautoriteit Environment Agency heeft op donderdag 15 oktober ernstige droogte uitgeroepen in Cornwall, Devon, Dorset, Somerset, East Sussex en West Sussex. Het zuidoosten en zuidwesten van Engeland beleefden de droogste periode van april tot en met september in meer dan honderd jaar.

De problemen stapelden zich gedurende de zomer op. In augustus verkeerde al ruim 71% van Engeland officieel in droogte. De rest van het land had toen de status van langdurig droog weer. Juli was volgens de Britse overheid de droogste julimaand sinds het begin van de metingen in 1836. Gemiddeld viel slechts 10% van de normale hoeveelheid neerslag. In Zuidoost-Engeland was dat zelfs maar 1%.

Graanoogst viel tegen

De droogte heeft de Britse landbouw inmiddels flink geraakt. Door het warme en droge weer begon de graanoogst uitzonderlijk vroeg. In Zuid- en Oost-Engeland waren akkerbouwers twee tot drie weken eerder aan het dorsen dan gebruikelijk.

Volgens de eerste oogstinventarisatie van landbouworganisatie AHDB kwam de gemiddelde opbrengst van wintertarwe in augustus uit op 6,8 ton per hectare, 13% onder het vijfjarig gemiddelde. Vooral op lichtere gronden vielen de opbrengsten tegen. De kwaliteit van de tarwe was over het algemeen wel goed, met hoge hectolitergewichten en relatief hoge eiwitgehalten.

Ook de ruwvoervoorziening kwam onder druk te staan. Door de droogte bleven graangewassen kort, waardoor minder stro beschikbaar kwam. Tegelijkertijd viel de grasgroei in verschillende regio’s grotendeels stil. Sommige melkvee- en vleesveehouders moesten daardoor al in de zomer hun wintervoorraad aanspreken.

Waterreservoirs bijna leeg

De watertekorten zijn sindsdien verder opgelopen. Het Ardingly Reservoir in West Sussex is nog maar voor 20% gevuld, terwijl het Wimbleball Reservoir in Devon op slechts 18% staat.

Vooral in landbouwgebieden zoals East Anglia levert de beperkte beschikbaarheid van irrigatiewater problemen op. Telers van aardappelen, groenten en andere beregeningsafhankelijke gewassen hebben te maken met toenemende druk op de watervoorziening.

De Environment Agency heeft aangekondigd extra controles uit te voeren bij boeren en bedrijven die water onttrekken aan grond- en oppervlaktewater. Daarbij wordt gecontroleerd of zij binnen de vergunde hoeveelheden blijven.

Herstel kan maanden duren

Volgens de National Drought Group is ongeveer 120% van de normale winterneerslag nodig om de watervoorraden weer op peil te brengen. Zelfs bij gemiddelde neerslag kunnen delen van Devon, Cornwall en East Anglia tot maart volgend jaar met droogte blijven kampen.

De Britse boerenorganisatie NFU dringt daarom aan op meer mogelijkheden voor wateropslag op landbouwbedrijven. De organisatie wil belastingvoordelen voor investeringen in reservoirs, duidelijkheid over subsidies en minder belemmeringen bij vergunningverlening. Ook moeten boeren volgens de NFU meer water kunnen opslaan wanneer dat beschikbaar is.

De droogte van 2026 staat niet op zichzelf. Engeland kampte ook in 2022 en 2025 met ernstige droogte. Het is daarmee het derde droogtejaar in vijf jaar tijd. Volgens de NFU onderstreept dit de noodzaak om landbouwbedrijven beter voor te bereiden op langdurige perioden van waterschaarste.

Bronnen

Interior of the House of Representatives of the Netherlands
Beeld: Sisyfus / Wikimedia Commons

Van Essen wijst alternatief stikstofplan Landbouw Alliantie nu al af, maar wil wel in gesprek

Het alternatieve stikstofplan van de Landbouw Alliantie is nog maar net gepresenteerd, maar landbouwminister Jaimi van Essen heeft de belangrijkste voorstellen al van de hand gewezen. De minister wil binnenkort wel met de betrokken boerenorganisaties om tafel, al maakt hij op voorhand duidelijk dat zijn eigen stikstofplannen niet ter discussie staan.

Door Tinus Guichelaar

De Landbouw Alliantie, waarin Agractie, NMV, NVP en DDB samenwerken, presenteerde dinsdagmiddag in Den Haag een alternatief voor het stikstofbeleid van het kabinet. De organisaties willen de vergunningverlening weer op gang brengen zonder de ingrijpende maatregelen die volgens hen tot een forse krimp van de veestapel zullen leiden.

Het hele plan is hier te lezen.

Een belangrijk onderdeel is de invoering van een stikstofdrempelwaarde naar Duits voorbeeld. Daarnaast stelt de alliantie voor om zogenoemde significantiestroken van 250 meter rond stikstofgevoelige natuur in te voeren. Binnen deze stroken zouden strengere vergunningseisen gelden. Het kabinet gaat uit van zones van 500 tot 1.000 meter.

De alliantie wil bovendien dat de staat van de natuur opnieuw wordt beoordeeld, met meer aandacht voor feitelijke waarnemingen en andere oorzaken van natuurproblemen, zoals waterkwaliteit en invasieve soorten. Volgens de organisaties ligt in het huidige beleid te veel nadruk op stikstofberekeningen.

Minister houdt z'n poot stijf

Van Essen laat er weinig twijfel over bestaan hoe hij tegen het alternatief aankijkt. Volgens hem zijn de verschillen met de Landbouw Alliantie fundamenteel en bieden de voorgestelde versoepelingen geen oplossing voor de vastgelopen vergunningverlening.

"Nederland komt niet van het slot door de maatregelen af te zwakken op de plekken waar de natuur die het hardst nodig heeft en tegelijkertijd de regels voor vergunningverlening te versoepelen", aldus de minister.

Toch wil Van Essen met de organisaties in gesprek. Dat de partijen fundamenteel anders denken, maakt een gesprek volgens hem niet minder waardevol. Veel onderhandelingsruimte lijkt er alleen niet te zijn. De minister benadrukt dat het maatregelenpakket dat het kabinet voor de zomer presenteerde, de basis blijft waarop verder wordt gewerkt.

Daarmee lijkt de uitkomst van het overleg op voorhand dus al wel vast te staan: de Landbouw Alliantie mag haar voorstellen toelichten, maar de minister is niet van plan er iets mee te doen.

Discussie op Prikkebord

23 reacties
  • P

    pieta ·

    @producent Volgens een artikel wat Agractie deelt op Facebook is een aanpassing van 85% gras/rustgewassen op zand ook waarschijnlijk. Bron van artikel is de…

  • P

    producent ·

    @Sander O even cda bellen jan. Die gingen ons toch redden 👍 Heeft hij waarschijnlijk gedaan.…

  • R

    rene-de-jong ·

    additionaliteit Additionaliteit is vooral het punt bij vergunning verlening dat alles naar natuur moet. Plan 'konijnen' is voor zover ik het kan beoordelen…

H2L Robotics Selector225 op AgroTechniek en GroenTechniek 2026
Beeld: Ingezonden foto / TractorFan

Zonder betere vergoeding voor boeren stokt de verduurzaming

Boeren en tuinders verdienen de extra kosten van verduurzaming lang niet altijd terug. Vooral biologische bedrijven hebben moeite om hun hogere productiekosten te compenseren. Dat blijkt uit de vijfde Agro-Nutri Monitor, die Wageningen Social & Economic Research heeft uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). LTO Nederland ziet in de uitkomsten een bevestiging dat verdere verduurzaming alleen mogelijk is met een gezond verdienmodel.

Door Tinus Guichelaar

Voor het onderzoek zijn de prijzen, kosten en winstmarges van aardappelen, appels, tomaten, melk, varkensvlees en vollegrondsgroenten onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen reguliere producten, biologische producten en producten met duurzaamheidskeurmerken zoals Beter Leven en On the way to PlanetProof. De financiële resultaten hebben voornamelijk betrekking op 2024.

Biologische landbouw onder druk

De onderzoekers constateren dat biologische boeren gemiddeld onvoldoende verdienen om alle kosten, inclusief een vergoeding voor hun eigen arbeid en vermogen, te dekken. Hoewel de kasstroom doorgaans positief is, blijft de rentabiliteit achter bij die van reguliere bedrijven.

Dat komt onder meer door lagere opbrengsten per hectare of per dier, hogere productierisico's en de relatief kleine omvang van biologische bedrijven. Biologische producten zijn in de supermarkt gemiddeld 20 tot 25 procent duurder dan niet-biologische alternatieven. Bij varkensvlees loopt dat verschil op tot ongeveer 60 procent, waardoor de vraag achterblijft.

Bij andere duurzaamheidskeurmerken is het beeld gunstiger. Melkveehouders en varkenshouders die volgens aanvullende duurzaamheidseisen produceren, behalen gemiddeld zelfs een beter rendement dan reguliere bedrijven. Dat komt mede doordat er afspraken bestaan over de vergoeding van extra kosten. Toch zijn de verschillen tussen individuele bedrijven groot en krijgt niet iedere ondernemer zijn meerkosten volledig terug.

Duurzaamheidsvergoeding bereikt boer niet altijd

Volgens de onderzoekers is vooral bij groenten en fruit onduidelijk of vergoedingen voor duurzaamheidsinspanningen daadwerkelijk bij de producent terechtkomen. De voedselketen kent meerdere schakels en de extra vergoeding wordt niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

Ook brengt verduurzaming extra risico's met zich mee. Beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen kunnen leiden tot lagere opbrengsten of afgekeurde producten. Daarnaast ervaren boeren de hoge kosten van certificering, administratie en controles terecht als belemmeringen.

De monitor laat verder zien dat Nederlandse producten met aanvullende duurzaamheidskeurmerken in het buitenland niet vanzelfsprekend een hogere prijs opleveren. Producten worden daar regelmatig als reguliere producten verkocht, zonder vergoeding voor de extra inspanningen.

LTO wil gezamenlijke verantwoordelijkheid

LTO Nederland herkent de conclusies en waarschuwt dat de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 uit zicht raken als aanvullende maatregelen uitblijven. Volgens de belangenorganisatie kan de rekening voor verduurzaming niet uitsluitend bij boeren en tuinders worden neergelegd.

LTO pleit voor een sterkere onderhandelingspositie van boeren in de voedselketen, meer investeringen in innovatie, digitalisering en robotisering en publieke ondersteuning voor maatschappelijke prestaties die niet door de markt worden betaald.

Daarbij wijst de organisatie op het belang van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook moet volgens LTO worden voorkomen dat Nederlandse boeren moeten concurreren met geïmporteerde producten die niet aan vergelijkbare eisen voor duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen.

Een algemene verhoging van consumentenprijzen is volgens LTO niet vanzelfsprekend de oplossing. De organisatie vindt dat overheid, supermarkten, verwerkende industrie en andere ketenpartijen gezamenlijk moeten bijdragen aan de financiering van verduurzaming.

De uitkomsten van de Agro-Nutri Monitor laten daarmee een uiteenlopend beeld zien: verduurzaming kan voor boeren financieel aantrekkelijk zijn wanneer goede prijsafspraken bestaan, maar zonder voldoende vergoeding en beheersing van de risico's blijft verdere omschakeling voor veel bedrijven moeilijk.

Bron

Discussie op Prikkebord

Nog geen reacties. Wat vind jij hiervan? Deel je ervaring of stel een vraag.