AI kan extra ogen bieden bij controle op uiergezondheid
Een camera en kunstmatige intelligentie kunnen helpen om afwijkingen aan geitenuiers te herkennen. De techniek biedt ook kansen voor melkkoeien. Daarvoor moet het model wel verder worden ontwikkeld en getest.
Onderzoeker Kacper Libera van de Universiteit Utrecht liet een camera geitenuiers filmen tijdens het melken. Kunstmatige intelligentie, ook wel AI genoemd, beoordeelde of de twee uierhelften ongelijk waren. Zo’n verschil kan wijzen op een uierontsteking. Het systeem stelt zelf geen diagnose.
Ook bij melkkoeien kunnen camera’s helpen bij het bewaken van de uiergezondheid. Onderzoekers kijken al naar warmtecamera’s in combinatie met AI. Deze systemen zoeken naar temperatuurverschillen in het uier die kunnen wijzen op een ontsteking. Dat werkt anders dan het herkennen van verschillen in vorm.
Een mogelijke volgende stap is om camerabeelden te combineren met gegevens uit de melkrobot, zoals melkproductie en geleidbaarheid. Bij een opvallende verandering kan de veehouder een melding krijgen om de koe extra te controleren.
Het geitenmodel is nog niet getest voor melkkoeien. Ook op geitenbedrijven is meer onderzoek nodig voordat de techniek breed kan worden ingezet. De camera kan de veehouder dus extra ogen geven, maar de beoordeling door de veehouder en dierenarts blijft nodig.
Smartdrip zet stap van proefveld naar eerste commerciële toepassing
Smartdrip wordt na vijf jaar ontwikkelen en testen voor het eerst commercieel toegepast. Bij Wilry Giesen in Beek krijgt zeven hectare grasland druppelslangen op ongeveer 20 centimeter diepte. Die voorzien het gras gericht van water en kunnen meerdere jaren blijven liggen.
Giesen verwacht hiermee op zijn droge zandgrond voldoende eiwitrijk gras te kunnen telen voor zijn biologische bedrijf. Smartdrip wil volgend jaar uitbreiden naar 30 tot 40 hectare, als de financiering en subsidie rondkomen.
Na vijf jaar ontwikkelen, onderzoeken en testen wordt Smartdrip voor het eerst commercieel toegepast op praktijkschaal. Bij agrarisch ondernemer Wilry Giesen in Beek wordt zeven hectare grasland voorzien van ondergrondse druppelslangen voor de gerichte toevoer van water. Op 25 november vertellen Kees de Groot (mede-eigenaar Smartdrip) en Wilry Giesen (agrarisch ondernemer) tijdens het Agro Innovatie Event bij Nedap in Groenlo samen over deze stap van proefveld naar praktijk.
De ontwikkeling van Smartdrip begon in 2021 vanuit het Melkvee Innovatie Centrum in Laren. In de jaren daarna werd de techniek verder ontwikkeld en getest. In 2024 werd een proefveld ingericht waarbij water en voedingsstoffen via ondergrondse druppelslangen werden toegediend. Een jaar later volgde onderzoek samen met Wageningen University & Research.
“Toen de resultaten in 2025 werden bevestigd, was voor ons het moment gekomen om door te pakken”, vertelt Kees de Groot, die samen met Erik Reefhuis eigenaar is van Smartdrip. “Je kunt blijven onderzoeken, maar uiteindelijk moet je ook kijken of het in de praktijk werkt.”
Eerste zeven hectare in de praktijk
Die praktijkfase begint nu bij agrarisch ondernemer Wilry Giesen in Beek. Op ongeveer zeven hectare worden de druppelslangen op circa 20 centimeter diepte aangelegd. Het is de eerste keer dat een agrarisch ondernemer het systeem op deze schaal zonder proefopzet als onderdeel van zijn bedrijfsvoering gaat gebruiken.
Voor Wilry komt die keuze niet uit de lucht vallen. Op hetzelfde perceel teelde hij eerder mais met druppelslangen die ieder voorjaar werden aangelegd en in het najaar weer verwijderd. Op deze droge zandgrond zag hij wat voldoende water met de opbrengst deed. “Het nut heeft zich voor mij eigenlijk al bewezen.”
Nu Wilry omschakelt naar biologisch verbouwt hij zelf geen mais meer en wil hij zoveel mogelijk gras telen. “Juist op deze droogtegevoelige grond is voldoende water daarbij belangrijk.” De nieuwe druppelslangen komen dieper in de grond te liggen en kunnen daar meerdere jaren blijven liggen. Dat scheelt ieder jaar opnieuw aanleggen en verwijderen.
Wilry ziet de investering daarom niet als een sprong in het diepe. “Voor mij is dit nu al een goede investering. Op deze grond en binnen onze biologische bedrijfsvoering verwacht ik dat het snel uit kan. Goed gras met voldoende eiwit is voor ons belangrijk. Op onze kleigrond thuis zou dat weer een ander verhaal zijn.”
Na deze eerste commerciële toepassing in Beek wil Smart Drip opschalen. Voor volgend jaar staat, mits de financiering en subsidie rondkomen, 30-40 ha op de planning.
Soms begint innovatie met de juiste verbinding
De Innovatie Coöperatie heeft geen rol gespeeld in de ontwikkeling van Smartdrip. Ze bracht via haar AI ontwikkelgroep twee partijen bij elkaar die nu samenwerken. Smartdrip mede-eigenaar Erik Reefhuis ontmoette daar Pieter Hoenderken, die met zijn ICT bedrijf inmiddels werkt aan het dataplatform voor de sensordata waarmee Smartdrip wordt aangestuurd.
“Onze rol bij Smartdrip is heel bescheiden geweest”, vertelt innovatiemakelaar Carel de Vries. “Maar dit vind ik wel een mooi voorbeeld van wat we als De Innovatie Coöperatie doen: mensen met verschillende kennis bij elkaar brengen en kijken wat daaruit kan ontstaan. Soms is één goede verbinding al genoeg om een innovatie weer een stap verder te helpen.”
Smartdrip op het Agro Innovatie Event
Op woensdagavond 25 november staan Kees de Groot en Wilry Giesen samen op het podium tijdens het Agro Innovatie Event bij Nedap in Groenlo. Kees vertelt over de ontwikkeling van Smartdrip en de stap van jaren testen naar de eerste commerciële toepassing. Wilry deelt waarom hij als agrarisch ondernemer juist nu voor het systeem kiest en wat hij ervan verwacht binnen zijn biologische bedrijfsvoering.
Zo komen op het podium zowel de ontwikkeling van de innovatie, als de keuze van de ondernemer die ermee aan de slag gaat samen.
Willen boeren permanent wintertijd? "Koeien hebben geen klok"
Komend weekend gaat de klok weer een uur terug. Voor veel Nederlanders betekent dat een uurtje langer slapen, maar op veehouderijbedrijven kan de overgang naar de wintertijd juist extra werk opleveren. Koeien, geiten en kippen houden zich immers niet aan de klok, maar aan hun vaste ritme. Vooral melkveehouders die op vaste tijden melken, moeten rekening houden met de omschakeling.
In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober gaat om 03.00 uur de klok terug naar 02.00 uur. Voor veehouders betekent dat soms dat het dagelijkse werkschema moet worden aangepast. Dieren zijn gewend aan vaste momenten voor voeren en melken. Een plotselinge verschuiving van een uur kan onrust veroorzaken.
Uit een eerdere peiling van Nieuwe Oogst (2018) onder 1.500 agrariërs bleek dat boeren verdeeld zijn over de zomer- en wintertijd. Vooral het tweemaal per jaar verzetten van de klok wordt als hinderlijk ervaren. Sommige melkveehouders meldden destijds zelfs tijdelijk een lagere melkproductie.
Groot voordeel van melkrobots
Er bestaat wel een belangrijk verschil tussen melkveehouders die traditioneel melken en bedrijven met melkrobots.
Wie trouw elke dag om zes uur 's morgens melkt, verschijnt na de overgang naar de wintertijd volgens de biologische klok van de koeien ineens een uur te laat op het strijdtoneel. Daarom kiezen veel melkveehouders ervoor de melktijden gedurende enkele dagen geleidelijk te verschuiven. Zo kunnen de dieren wennen aan het nieuwe ritme.
Bij bedrijven met melkrobots speelt dit probleem nauwelijks. De koeien bepalen daar grotendeels zelf wanneer ze gemolken worden. Afgezien van het feit dat een koe op een 25-urige dag meer melk lijkt te hebben geleverd, veranderd er niets.
Ook kippen kunnen geen klok kijken
Niet alleen melkkoeien zijn gevoelig voor veranderingen in hun dagelijkse routine. Ook in de pluimveehouderij spelen vaste tijdstippen een belangrijke rol.
Verlichting, voeren en andere stalprocessen worden vaak automatisch geregeld. Pluimveehouders moeten daarom rekening houden met het aanpassen van tijdschema's. Sommige ondernemers laten het ritme van hun dieren ongemoeid en passen liever hun eigen werktijden aan.
Afschaffen blijft moeilijk
De Europese Commissie stelde al in 2018 voor om het halfjaarlijkse verzetten van de klok af te schaffen. Het Europees Parlement stemde daar in 2019 mee in, maar de lidstaten bereikten nooit overeenstemming. Daardoor blijft de huidige regeling voorlopig bestaan.
Overigens betekent kritiek op de klokwisseling niet automatisch dat veehouders de zomertijd willen behouden. Veel boeren geven juist de voorkeur aan de wintertijd als permanente standaardtijd, omdat het dan in de winter eerder licht wordt.
In Frankrijk is voor het eerst het Shamonda-virus aangetroffen bij een mens. De patiënt, die een ernstig verzwakt immuunsysteem had, is inmiddels overleden. Het virus veroorzaakt sinds deze zomer ziekteverschijnselen bij runderen in verschillende Europese landen, waaronder Nederland. Maar hoe gevaarlijk is het voor mensen en dieren?
De Franse gezondheidsautoriteiten maakten donderdag 22 oktober bekend dat het Shamonda-virus is vastgesteld bij een patiënt die in oktober overleed in een ziekenhuis in Lyon. De patiënt werd behandeld voor een ernstige aandoening en had al een sterk verzwakt afweersysteem.
Volgens de Franse autoriteiten houden de hersencomplicaties die bij de patiënt optraden zeer waarschijnlijk verband met de virusinfectie. Onderzoek moet uitwijzen welke rol het virus precies heeft gespeeld bij het overlijden.
Het is de eerste keer dat een besmetting bij een mens is vastgesteld. Hoewel het virus al sinds de jaren zestig bekend is, werd tot nu toe aangenomen dat mensen er niet mee besmet konden raken.
Wat is het Shamonda-virus?
Het Shamonda-virus (SHAV) werd in 1965 voor het eerst aangetroffen bij runderen in Nigeria. Het behoort tot de orthobunyavirussen en is nauw verwant aan het Schmallenbergvirus en het Akabanevirus.
Het virus wordt voornamelijk verspreid door knutten, kleine bloedzuigende insecten die ook blauwtong overbrengen. Rechtstreekse besmetting tussen volwassen dieren speelt voor zover bekend geen belangrijke rol.
Tot dit jaar kwam het virus vooral voor in Afrika en delen van Azië. In de zomer van 2026 werd het voor het eerst in Europa vastgesteld. Inmiddels zijn besmettingen aangetroffen in onder meer Duitsland, Frankrijk, Nederland, België, Zwitserland, Oostenrijk en Spanje.
In Europa circuleren twee genetisch verschillende varianten, aangeduid als SHAV-EU1 en SHAV-EU2.
Hoe gevaarlijk is het voor runderen?
Bij volwassen runderen veroorzaakt het virus vooral koorts, diarree, lusteloosheid, ademhalingsproblemen en een dalende melkproductie. Op sommige melkveebedrijven werd een productiedaling van meerdere liters per koe gemeld.
Voor volwassen runderen lijkt de ziekte doorgaans niet dodelijk. De grootste zorgen bestaan over besmettingen tijdens de dracht.
Het virus kan via de moederkoe het ongeboren kalf bereiken. Besmettingen kunnen leiden tot verwerpingen, doodgeboren kalveren en aangeboren afwijkingen aan het skelet of zenuwstelsel. Hoe groot deze risico's precies zijn, wordt nog onderzocht.
Ook schapen, geiten, paarden en alpaca's kunnen besmet raken.
Dat is voorlopig onbekend. De overleden Franse patiënt is het eerste bevestigde menselijke besmettingsgeval. Op basis van één patiënt kan geen betrouwbaar sterftepercentage worden vastgesteld.
Daar komt bij dat de patiënt al ernstig ziek was en dus een sterk verzwakt immuunsysteem had. Het is daarom nog niet duidelijk hoe gevaarlijk het virus zou zijn voor verder gezonde mensen.
Ook is onbekend hoe de besmetting precies heeft plaatsgevonden. De Franse autoriteiten vermoeden dat de patiënt in het oosten van Frankrijk is besmet, waar het virus afgelopen voorjaar en zomer onder dieren circuleerde.
Volgens de Franse overheid is er op basis van de huidige kennis geen aanwijzing voor een gezondheidsrisico voor de algemene bevolking.
Is er een vaccin?
Tegen het Shamonda-virus is geen vaccin beschikbaar. Ook bestaat er geen specifieke behandeling die het virus bij besmette dieren uitschakelt.
Voor veehouders ligt de nadruk daarom op bescherming tegen knutten en het beperken van besmettingen tijdens kwetsbare perioden van de dracht.
De ontdekking in Frankrijk laat zien dat het virus onder uitzonderlijke omstandigheden ook mensen kan infecteren. Of dit een eenmalig incident blijft of dat vaker menselijke besmettingen worden ontdekt, moet verder onderzoek uitwijzen.