Rechten op stikstofuitstoot geeft boeren waar ze naar snakken: duidelijkheid

'Een stikstofrechtensysteem zal misschien niet altijd leuk zijn, maar verschaft wel duidelijkheid en biedt ruimte om te ondernemen. Precies waar iedereen naar snakt', schrijven Krijn Poppe en Roel Jongeneel.

OPINIE - Sinds de afkeuring van het oude stikstofbeleid door de rechter in 2019 zijn we inmiddels bijna vijf jaar verder. Er is van alles voorgesteld, maar nog steeds weinig gedaan, omdat boeren gewoonweg niet weten waar ze aan toe zijn.

Demissionair minister Piet Adema van Landbouw denkt na over het inperken van de fosfaatrechten en de dierrechten, om tot een geleidelijke reductie van het aantal dieren te komen.

Die onzekerheid is schrijnend, en getuigt niet alleen van tekortschietend bestuur, maar zet ook alles op slot. Een stikstofrechtensysteem zal misschien niet altijd leuk zijn, maar verschaft wel duidelijkheid en biedt ruimte om te ondernemen. Precies waar iedereen naar snakt.

Afgelopen zomer verscheen er een rapport van de Algemene Bestuursdienst van het Rijk dat pleitte voor emissierechten voor stikstof. Hoe werkt dat precies? Bij een stelsel van stikstofrechten heeft een boer voor het houden van een dier een aantal rechten nodig die overeenkomen met de (geschatte) stikstofuitstoot van dat dier (stikstof zit in de ammoniak die in de mest zit). Wie meer dieren wil houden, moet er rechten bij kopen. Wie wil krimpen naar bijvoorbeeld minder dieren per hectare of wil stoppen, kan rechten verkopen. En in die handel kan de overheid een deel afromen ten gunste van de natuur of de huizenbouw, zodat er per saldo minder dieren komen.
Minister Adema van Landbouw denkt hier inmiddels over na.

fosfaatrechten
De overheid kan ook rechten kopen van boeren die dicht bij een natuurgebied zitten, of bepalen dat ze op die plaats niet mogen worden gebruikt. De overheid kan verder bepalen dat bij gebruik van bepaalde technieken (denk ook aan het soort voer, of staltype) er minder rechten per dier nodig zijn. Dat stimuleert de innovatie.

Zulke stikstofrechten zijn eigenlijk een variant op iets dat al bestaat. Boeren zijn bekend met een dergelijk systeem omdat de huidige fosfaatrechten (in de melkveehouderij) en dierrechten (in de varkens- en pluimveehouderij) eigenlijk al volgens eenzelfde principe werken. Ook de melkquotering gaf de boeren al dertig jaar ervaring met een vergelijkbaar systeem om de productie in de hand te houden en toch innovatie en bedrijfsontwikkeling mogelijk te maken.

Wat ons betreft zijn er een aantal punten die het urgent maken om serieus over zulke rechten na te denken. Door het afschaffen van het recht meer mest uit te rijden wanneer dit geen nadelige gevolgen heeft voor de natuur, raakt de mestmarkt uit evenwicht.

Kenners van de mestmarkt voorspellen een verdubbeling van de kosten die boeren moeten maken om hun mest kwijt te raken. Dat leidt tot koude sanering, fraude en daardoor waarschijnlijk een zeer kritisch oordeel van de Europese Commissie bij de evaluatie van de Kaderrichtlijn Water. De minister van Landbouw heeft zich dan ook al laten ontvallen na te denken over het inperken van de fosfaatrechten en de dierrechten, om tot een geleidelijke reductie van het aantal dieren te komen.
goede stap

Dat is een goede stap, want (de handel in) deze rechten stimuleren innovatieve oplossingen voor de vermindering van stikstof juist niet. En ze zetten een onnodig schot tussen twee sectoren (de melkvee- en de intensieve veehouderij), terwijl de overheid niet weet waar dat schot het beste kan staan als het om de vermindering van de stikstofuitstoot gaat. Dus waarom geen stikstofrechten introduceren?

Als dit gebeurt in de vorm van ammoniakrechten (de landbouwvariant van stikstof) is er de garantie dat deze rechten ook in de landbouw blijven. Dan vervalt ook de handel in ‘lege vergunningen’ (onbenutte vergunningen op basis waarvan wel stikstof uitgestoten mag worden) en de uitstroom van het recht op stikstofuitstoot (bij kwetsbare natuurgebieden) naar kapitaalkrachtige partijen buiten de landbouw, zoals Schiphol. Daarmee is het milieu niet geholpen.

Tenslotte groeit binnen de sector de overtuiging dat ze als gevolg van het beleid met vijftien tot twintig procent zal krimpen. Zowel belangenbehartigers als LTO en de Rabobank delen die overtuiging. Ook berekeningen voor het klimaatakkoord wijzen daarop. Er ontstaat zo draagvlak om dat ordelijk te laten verlopen via afroming en inname van productierechten. Dat heeft duidelijk de voorkeur boven een generieke krimp voor alle bedrijven via de kaasschaafmethode.

Met zo’n stikstofrechtensysteem wordt de deken van ammoniak en stikstof die over ons land ligt snel minder dik en levert elke veehouder een bijdrage aan een gezondere mestmarkt en een beter milieu. Er zijn dan immers harde maatregelen genomen om de onvermijdelijke teruggang in de veestapel juridisch te borgen. De vervuiler betaalt en een andere wijze van boeren, met minder emissies, gaat lonen.

Roel Jongeneel • landbouweconoom bij Wageningen Economic Research en Wageningen Universiteit, schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel, Krijn Poppe • landbouweconoom

Deel dit artikel

Het laatste nieuws voor tijdens de koffie

Altijd op de hoogte blijven van nieuws met betrekking tot natuurgebied , dierrechten , europese commissie , stikstofbeleid , fosfaatrechten , klimaatakkoord , ammoniakrechten , stikstofrechten , stikstofuitstoot , boeren en piet adema ? De Nieuwsgrazer nieuwsbrief wordt dagelijks verstuurd om 10:00. Meld je ook aan!